Avontuurlijke diaken bouwt meest oostelijke kerk

Avontuurlijke diaken bouwt meest

oostelijke kerk

Fedor.jpg

Hilversum (Van onze redactie) 19 juli 2010 – De Russische ontdekkingsreiziger Fedor Konyukhov, die afgelopen jaar tot diaken werd gewijd, is van plan een kerk te bouwen in het dorp Nikolskoje op Beringeiland. Dat meldt het Russische persbureau Interfax vandaag. Het godshuis moet de meest oostelijke kerk van de gehele Russisch-Orthodoxe Kerk worden.

Zon begroeten
“Deze kerk zal onderdak bieden aan de metten [de eerste gebeden van de dag. red.] die de opkomende zon als eerste begroeten. Missionair gezien is dit zeer belangrijk”, aldus de 58-jarige Konyukhov vandaag in een interview in het Russische weekblad Ogonyok.

Platgebrand
Het dorp Nikolskoje, gelegen op een eiland in de Beringzee, had vroeger ook al een kerk, maar die werd door de communisten gesloten. Begin jaren ’80 brandde het gebouw af.

Geheim kruisje
In het Ogonyok-interview vertelt Konyukhov dat hij zich lang geleden reeds had voorgenomen zich toe te wijden aan de Kerk. “Ik kom uit een familie van priesters”, aldus de gelovige Rus. “Het al dan niet in God geloven is voor ons nooit een vraag geweest. Zelfs als schooljongen onder de sovjets, wist ik dat de Heer bestond. In het geheim heb ik altijd een kruisje gedragen. Ik bid voor rondzwervende mensen. Wie anders dan ik moet er voor hen bidden?”

Zegeningen
Omdat hij als geen ander weet wat reizen, klimmen en zeilen betekent, krijgt Konyukhov sinds zijn diakenwijding van alle kanten verzoeken om kerkelijke handelingen uit te voeren. Scheepslieden, reizigers en alpinisten vragen Konyukhov’s zegen over hen of over hun gebruiksvoorwerpen. Ook heeft de ontdekkingsreiziger verzoeken ontvangen om mensen te dopen. Telkens moet hij uitleggen dat dit niet tot de bevoegdheden van een Russisch-orthodox diaken behoort.

Roeiboot
Fedor Konyukhov studeerde aan de zeevaartschool in Odessa en volgde daarna een specialistische IJszee-opleiding in Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Ook studeerde hij theologie aan een Russisch-orthodox seminarie in het huidige Wit-Rusland. Hij ondernam zijn eerste expeditie op zijn vijftiende, toen stak hij in een roeiboot de Zee van Azov (een deel van de Zwarte Zee) over.

Polenbedwinger
De Russische avonturier – getrouwd, drie kinderen en vijf kleinkinderen – heeft al meer dan vijftig reizen en bergbeklimmingen op zijn naam staan. Veertien keer stak hij de Atlantische Oceaan over, eenmaal in een roeiboot. Hij is de eerste en vooralsnog enige mens die vijf van de meest extreme plaatsen op aarde heeft bedwongen; de geografische Noordpool, de geografische Zuidpool, het meest onbereikbare punt in de Noordelijke IJszee, Mount Everest en Kaap Hoorn. Konyukhov legt zijn ervaringen onder meer vast in tekeningen en schilderijen.

uit : RKK

Kerk in dialoog

Kerk in dialoog

Prof.Archimandriet Grigorios D. PAPATHOMAS

 

“Eén van de problemen die gesteld zijn door de kruisvaarten – zegt Steven Runciman – was dat zij de relaties tussen christenen en moslims onherstelbaar en definitief vernietigden. Voor de kruisvaarten getuigden de orthodoxe Kerk in het bijzonder en de wereld van de moslims van een verstandhouding en een wederzijdse tolerantie, alsook van een wederzijdse dialectiek , onder andere, dank zij de dialogen door de byzantijnse theologen met deze wereld (cf. Johannes Damascenos en veel anderen tot Gregorius Palamas). Onder andere, verbood de orthodoxe Kerk het idee van de heilige oorlog. Het bewijs hiervan is dat de Patriarch van Constantinopel Polyeucte (956-970) zijn zegen niet gaf aan het leger van Nicéphorus Phocas (963-969), wanneer hij op veldtocht vertrok tegen de Sarrazenen, om de goede reden, zoals hij zei, dat geen enkele oorlog als heilig kan genoemd worden. Het concept van heilige oorlog werd ingevoerd door de kruisvaarders die hem verheerlijkten, niet enkel in hun eigen rangen, maar ook bij de moslims die begonnen waren met het op te geven “

Met deze woorden signaleert Runciman historisch het bestaan en de praktijk van de dialoog van de kant van de byzantijnse theologen. Hij onderlijnt  de spectaculaire doeltreffendheid  welke deze dialoog heeft gehad met de moslims, in tegenstelling met de westerse christenen die, tezelfdertijd  hadden geopteerd voor een “heilige oorlog” in plaats van de dialoog. Anders gezegd,  bewees hij in zijn historisch discours , behalve zijn recent verleden, dat de orthodoxe Kerk een “Kerk van de dialoog” was, gekenmerkt door zijn theologie en niet een “Kerk van de heilige oorlog” die gebaseerd was op een ideologie. Immers, één van de structurele kenmerken van de kerkelijke praxis (pastoraal) en het woord (theologie) van de Kerk is, dat zij werkt (moet werken) op een soteriologische wijze en niet op een theoretische (ideologie). Want, heel eenvoudig, de essentiële en ultieme visie van de Kerk – en van haar theologie – is het redden van het menselijk wezen. Het is de eerste, de voornaamste en essentiële vraag die onze goddelijke liturgie richt vanaf het begin : “Voor…het heil van onze zielen (=levens)”. Onze kerkelijke theologie en onze pastoraal, indien zij redding brengend willen blijven, zonder af te glijden en een ideologie te worden, kan slechts gebeuren in een permanente dialoog met de anderen (personen en instituties), maar ook in een permanente openheid ten overstaan van de wereld ”in zijn geheel”. Dit betekent, in dialoog met allen en openheid naar allen, intra et extra muros, naar allen die dichtbij of veraf zijn, binnen of buiten de Kerk.

De periode in de geschiedenis die wij nu beleven – een tijdperk van  volstrekte moderniteit, zeg maar meta-moderniteit, maar ook de tijd-ruimtelijke context van onze eigen historisch leven zijn per definitie vastgelegd in een domein van dialoog  met meerdere luiken, die minstens vier fundamentele aspecten inhoudt : 1.De interorthodoxe dialoog, om met onze eigen huishouding te beginnen, want deze wordt meer en meer een noodzaak, vooral vandaag, tussen de andere homodoxen (die dezelfde leer verkondigen). 2. De inter-christelijke dialoog, omdat de werelwijde secularisatie alsook  het kerkelijke culturalisme niet ophouden om het voortouw te nemen in het empirische getuigenis van de Kerk, en daardoor meer heterodoxen doet ontstaan.3. De inerreligieuze dialoog, omdat de auto-apocalyptische werking van God in de wereld niet alleen onbegrijpelijker wordt, maar het is de plicht, vooral van de Kerk, om de openbaring van God die zij in hun schoot dragen te stellen, “in een berg van dialoog” en “dragers te zijn van de brandende lamp” vooral tussen de religieuze verscheidenheid.4. De interculturele dialoog, in de schoot van de maatschappij en met de maatschappij, in de nieuwe Multi-culturele context van ons meta-moderne tijdperk. Context, niet alleen de europese eenmaking, maar vooral van de mondialisatie in de brede zin van het woord. Op dit punt komt precies de voornaamste vraag naar voor die de goddelijke liturgie ons stelt : “Voor…(…) de eenheid van allen”. Deze allen, wie zijn zij ? Om de correspondentie te onderhouden met wie wij in dialoog zijn, met wie wij geroepen zijn om te dialogeren, met wie wij worden uitgenodigd om ons te engageren in de dialoog. Laten wij hen definiëren. Het gaat respectievelijk om de dialoog tussen :1.Christenen van dezelfde belijdenis (orthodoxen);2. Christen van verschillende belijdenissen (heterodoxen);3. Gelovigen van een andere religie (heteroreligieus) en 4. Zij van “buiten”, wie zij ook zijn, vertegenwoordigers van verschillende sociale en culturele opvattingen. En deze vraag van onze goddelijke Liturgie, “de eenheid van allen”, zoals ook het gebed van Christus “opdat zij één zijn”, zal zich verwezenlijken door de dialoog, de openheid en het overleg; en indien dit niet gebeurt, dan zal het ten minste door de dialoog een aanvang krijgen.

Nadat wij  bepaald hebben wat de dialoog is in haar verschillende aspecten die zich onverbiddelijk voor ons afspeelt, vooral op onze dagen, en dit als een universele verzameling van de maatschappij en haar verscheidene uitdrukkingsvormen, zullen wij  nu een belangrijk aspect aansnijden van het kerkelijk leven, datgene wat wij vandaag gemeenschappelijk noemen “de Kerk in dialoog”. Dit feit, dat wij vandaag gemeenschappelijk zullen zien als een houding tegenover het leven in deze tijd en in de geschriften van de vaders – en dit als voorbeeld – door de apostolische apologetische Vaders  die de eersten waren om zich te engageren in de dialoog met de maatschappij, de dominerende filosofie en de Stad van hun tijd, met een toename in de tijd van vervolging van de christenen. Het zet zich op dezelfde wijze voort ten tijde van de Cappadocische Vaders, Maximos de belijder en Johannes van Damascus en, voor de val van Constantinopel (1453)en  in een zelfde perspectief, met de heilige Gregorius Palamas en de heilige Marcus Evgénikos, bisschop van Efese.

Dit feit van de “Kerk in dialoog” heeft een achteruitgang gekend tijdens de ottomaanse bezetting (1423/1453 – 1821/1913)in onze streken en, vooral tijdens het verschijnen van het christelijk confessionalisme (=ideologie dat zegt dat de religie binnen de politiek ten uitvoer dient gebracht)in het Westen en in het Oosten. Het heeft zich vooral gemanifesteerd in de tweede eeuw direct na de Kruisvaarten (1095-1204) en heeft haar hoogtepunt bereikt in de 19e en de 20e eeuw. In deze recessie van de 19e en de 20e eeuw, en tot op onze dagen, werden alle confessionele faculteiten geëngageerd en gemobiliseerd. Deze scholen zijn opgericht en ontwikkeld  in een klimaat van academische theologie die  het confessionalisme en de verzuiling hebben aangemoedigd, en die daardoor de dialoog hebben verhinderd. De laatste jaren is “de kerk in dialoog” begonnen met de oude patristieke dimensie te hernemen, deze van voor de val van het communisme, en dit ondanks de reacties van confessionele kant. Dergelijk perspectief van herneming en de ontwikkeling van de dialoog in alle richtingen heeft van de kant van de orthodoxe Kerk gestalte gekregen door het oecumenisch Patriarchaat in 1902, 1920 en verder, en in Griekenland, omwille van historische geopolitieke omstandigheden, kort voor de dictatuur , voornamelijk na de herstelling van de democratie (1974) en bij het einde van de 20e eeuw.

De dialoog is een polyvalente onderneming die verschillende uitdagingen bevat. Bij de inspanning voor de dialoog, opdat zij waarachtig theologisch zou zijn, mag de dialoog geen confessionele toon bevatten. Zij wordt voortdurend opgeroepen om theologisch te zijn, zonder confessioneel te zijn. Om dialectisch te zijn, zonder datgene wat zij belooft uit de hand te doen lopen noch te vervalsen :  de waarheid van de Kerk en haar Theologie. Om openheid te creëren  en zeker geen verbrokkeling. Elke wijze tot dialoog is er om voor de dialoog te opteren “op zijn initiatief” en niet om te handelen “uit reactie” op de theologische feiten. Bij deze willen wij wijzen op een nuance die een enorm verschil aantoont tussen de twee. Er bestaan twee wijzen van handelen in het leven van elke dag : “op zijn initiatief” en “uit reactie”. Er is een afgrond in het uit mekaar houden van “te handelen volgens zijn eigen initiatief” en dit van “te handelen uit reactie”. Het eerste betekent een globaal zicht hebben op de dingen, een visie hebben en zich toewijden om het om te buigen in het perspectief van zijn visie, geen enkele reden hebben om zich te verzetten tegen de hindernissen of de neiging hebben om hindernissen op te werpen aan zijn naaste die zich ook inspant om eventueel op dezelfde manier te handelen, of verschillend of zelfs tegengesteld. Anderzijds “handelen uit reactie” betekent een gebrek hebben aan een globale visie op een fundamentalistische en hevige wijze, door zelfs een heilige oorlog te voeren indien het nodig is, datgene weigeren wat zijn naaste “op eigen initiatief” heeft gedaan. Wat er ook van zij, het feit van te handelen “op eigen initiatief” betekent een theologische kracht en een liefde voor de Waarheid !…. Immers, het is slechts dan dat de Waarheid een oefening van communio van personen wordt – wat de essentie uitmaakt van de Kerk – en een oefening in relatievorming .

In de loop van de geschiedenis, in de schoot van de vervallen schepping, zijn wij door onze daden en ons leven geroepen om datgene te doen wat de Kerk belooft in de geschiedenis en de wereld, ’t is te zeggen : zich engageren voor een polyvalente dialoog. Dit betekent het opnemen van een verantwoordelijkheid ten overstaan van de gescheiden christenen en een wereld die verdeeld is door de val, van de verdeelde maatschappij, waar iedereen uitwegen  en verschillende wijzen van handelen zoekt, de dialoog tussen anderen is het middel om uit de impasses te geraken. Indien de Kerk niet in het centrum staat van dit perspectief om uit de impasses te geraken, door middel van de ontologische weg die ook gaat via de dialoog, dan heeft zij “de smaak verloren”, en in dit geval,, “hoe zal zij opnieuw het zout worden?”. Is het mogelijk dat een Kerk gelijkt op zout dat zijn smaak verloren heeft ? Ja, het is mogelijk, zegt Christus ons, en de mensen smijten het buiten en zullen het aan de kant zetten. Vanuit historisch en diachronisch(= doorheen de tijd) standpunt heeft de orthodoxe Kerk getoond het zout te zijn, pionier te zijn in de dialoog door wegen te openen om de problemen te boven te komen, en om op een eschatologische manier de menselijke impasses te boven te komen, in het perspectief “de ganse wereld” te omvatten, en het “heil van alle mensen”.

 Vertaling Kris Biesbroeck

Cosmas en damianos heiligen

Heiligenleven

De heilige Kosmas en Damianos

 

Cosmas en Damianus.jpgDe heilige Kosmas en Damianos, de Barmhartige Wonderdoeners. Er zijn drie broederparen van deze naam, die in de loop van het jaar gevierd worden. De 17e oktober, twee Arabieren, de 1e november die uit Klein Azië, en vandaag (1 juli) de artsen uit Rome. Hun griekse naam “Anargyri”, de “Geldlozen”, geeft de grond van hun populariteit in Oost en West, reeds vóór de vijfde eeuw. Artsen waren er voor de welgestelden die dat konden betalen, niet voor het gewone volk. Zij die deze beroepscode doorbraken en ook onder de niet-betalenden hun praktijk uitoefenden, als praktische gevolgtrekking uit het christen-zijn, stonden daarom in hoge eer bij de arme mensen. Ook in het huidige Griekenland, waar de algemene geneeskundige verzorging zich nog op een vrij laag peil bevindt, hoort men nog hoe sommige artsen met liefde als “echte Anargyri” worden aangeduid.

Hun christelijke liefde gold niet slechts mensen, maar ook dieren, vooral het vee, dat voor de arme bevolking allereerst middel van bestaan was. Zij verrichtten niet alleen genezingen, maar verpleegden ook de zieken en legden zo de grondslag van de christelijke en de moderne ziekenzorg.

Hun volledige toewijding werd goddelijk erkend door de gaven van wonderbare genezingen. Hun volkomen belangeloosheid bleek ook toen zij keizer Karinos, die hen liet folteren, nadat zij door jaloerse collega’s waren aangeklaagd als tovenaars, door hun gebed genazen van een ongeneselijke ziekte. Zij werden toen vrijgelaten, maar later werden zij door hun vroegere leermeester, die niet kon verdragen dat ze hem boven het hoofd waren gegroeid, uitgenodigd om met hem de bergen in te gaan om kruiden te zoeken. Toen de gelegenheid zich voordeed liet hij een steenlawine op hun hoofd vallen, zodat zij gedood werden in 284.

In hun legende komt een wonderbare genezingh voor die merkwaardig modern klinkt. Een koster in de kerk van Kosmas en Damianos had botkanker, waardoor één van zijn benen zo zwaar was aangetast dat hij nauwelijks meer kon lopen. Vermoeid na zijn dienst was hij op een nacht in de kerk in slaap gevallen. Hij droomde dat de heilige artsen bij hem stonden, mat al hun apparatuur bij zich, en dat ze met elkaar beraadslaagden hoe ze hem konden genezen. Er moest zoveel aangetast vlees en been worden weggesneden, dat er niet genoeg gezond vlees meer was om de ledige plaats op te vullen, zei de een. De ander wist raad : er was die dag een zigeuner begraven, die was nog vers, die konden ze gebruiken. Zo werd het hele been getransplanteerd en de aanhechtingsplaats zorgvuldig met balsem behandeld.

Toen de koster wakker werd was de onophoudelijke pijn verdwenen. Hij tastte naar zijn been : het was volkomen ongeschonden. Vol vreugde sprong hij op en vertelde aan ieder die het maar horen wilde wat er gebeurd was. Men ging naar het kerkhof en vond daar aan het lichaam het zieke been, waarvan de koster verlost was.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag – Orth. Klooster Den Haag

De heilige Onufrios de Grote

Heiligenleven

De heilige Onufrios de Grote

 

 

De heilige kluizenaar onufrios de Grote begon zijn ascese in heOnufrios de grote.jpgt klooster Eriti, waar een honderdtal monniken leefde in strenge ascese. Maar hij werd aangetrokken door het eenzame leven dat de heilige profeet Elia en Johannes de Doper hadden geleid voordat zij tot de prediking geroepen werden, en hij vertrok daarom naar de woestijn, vanuit de Grote oase recht naar het Zuiden. Door Gods hulp vond hij de grot waarin een oude kluizenaar leefde. Onufrios wierp zich ter aarde en riep : “Vader, zegen !”. De andere kwam naar buiten, hief hem op en gaf hem de broederkus. Onufrios bleef bij hem en kreeg onderricht over het leven in de woestijn. Het duurde niet lang of zijn geestelijke vader achtte hem geschikt om zelfstandig te leven, en hij bracht hem naar een op vier dagreizen afstand gelegen grot, die hij op zijn omzwervingen door de woestijn had ontdekt. Daar bleef hij een maand bij hem, totdat Onufrios aan de plaats zou zijn gewend. Vervolgens bezocht hij hem nog eenmaal per jaar, totdat hij bij zijn laatste bezoek stierf en door Onufrios gegraven werd.

Daarna leefde deze in volstrekte eenzaamheid, zonder ooit iemand te zien, gedurende 60 jaar vol ontberingen. Hij vertelde aan Pafnutios, die hem tenslotte vond, dat hij vaak zwaar te lijden had gehad van honger en dorst, en soms op sterven had gelegen door algehele zwakte. Hij had als enig voedsel de wilde planten die in de omgeving groeiden, maar na 30 jaar ontsprong voor de ingang van zijn spelonk een goede waterbron, waarbij een dadelpalm groeide, die hem voedsel verschaftte. Zijn kleding raakte op de duur geheel verteerd en hij had als dekking slechts de lange spierwitte haren die op zijn lichaam groeiden als bij een wild dier, terwijl zijn baard reikte tot op de grond. Damengevlochten palmbladeren dienden als een grodel om zijn lendenen.

De heilige Pafnutios, die na al die jaren door God daarheen was geleid, was eerst uit angst weggevlucht toen hij Onufrios zag, totdat deze hem achterna riep dat hij ook een mens was, net als hij. Zo raakte zijn levensgeschiedenis bekend. Nadat zij de nacht samen in gebed hadden doorgebracht, nam Onufrios afscheid, waarbij hij beloofde de voorspraak te zullen zijn voor hen die in zijn naam een of ander goed werk verrichtten of zijn bijstand inriepen; daarna knielde hij weer neer. Nu stierf hij, tijdens zijn gebed, tegen het jaar 400. Door de kruisvaarders werd de eredienst van de heilige Onufrios, die zich al spoedig in het byzantijnse rijk had verbreid, ook in het Westen bekend.

Volgens de legende deed een engel iedere zaterdag en zondag de ronde door de woestijn om aan de alleen-levende monniken de heilige Communie te brengen.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg.Orth.Klooster Den Haag

Johannes Chrysostomos “Wie slechts een beker koud water te drinken geeft….”

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homelie 45 over de Handelingen van de apostelen ; PG 60, 318-320

” Wie slechts een beker koud water te drinken geeft aan een dezer kleinen … hem zal zijn loon niet ontgaan”

 

Johannes Chrysostomos4.jpg

      “Ik was een vreemdeling, zei Christus, en u hebt Mij ontvangen” (Mt 25,35).  En ook: “Elke keer dat u iets voor de kleinsten onder ons hebt gedaan, hebt u dat voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Aangezien het hier om een gelovige en zijn broer gaat, en zelfs als het gaat om de allerkleinste, is het Christus die met hem meekomt. Open je huis, ontvang hem. “Wie een profeet ontvangt in zijn kwaliteit als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen”… Deze gevoelens moet men hebben als men vreemdelingen ontvangt: haast, vreugde, gulheid. De vreemdeling is altijd verlegen en vol schaamte. Als zijn gastheer hem niet met vreugde ontvangt, trekt hij zich terug en voelt hij zich geminacht, want het is erger om ontvangen te worden op die wijze, dan helemaal niet ontvangen te worden.

      Zorg dus dat je huis een plaats is waar Christus zijn verblijf kan vinden. Zeg: “Dit is de kamer van Christus. Dit verblijf is voor Hem gereserveerd.” Zelfs als ze erg eenvoudig is, zal Hij het niet minachten. Christus is naakt, een vreemdeling; Hij heeft slechts onderdak nodig. Geef hem tenminste dat; wees niet wreed en onmenselijk. Jij die zoveel vuur bezit voor de materiële goederen, blijf niet koud voor de rijkdommen van de Heilige Geest… Je hebt een plaats voor je wagen, en je hebt er geen voor de zwervende Christus? Abraham ontving vreemdelingen daar waar hij woonde (Gn 18). Zijn vrouw behandelde hen alsof ze hun dienares was en zij de meesters. Noch de een noch de ander wisten dat ze Christus ontvingen, dat ze engelen ontvingen. Als ze het geweten hadden, hadden ze alles gegeven. Wij die Christus weten te herkennen, laten we nog meer haast tonen dan zij die geloofden dat ze slechts mensen ontvingen.

7e zondag na Pinksteren : van de blinde en de stomme

ZEVENDE ZONDAG NA PINKSTEREN

‘Van de blinde en de stomme’

 

blinde

 

Matteüs 9,27-34

 

Genezingen  En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! 28 En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. 29 Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. 30 En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! 31 Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.

32 Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. 33 En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen! 34 Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 35 En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. bewogen

Romeinen 15,1-13

Zwakken en sterken

1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. 2 Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, 3 want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. 4 Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. 5 De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, 6 opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

7 Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods