Cyrillus van Jeruzalem : Petrus trok Hem ter zijde en begon Hem tegen te spreken

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechese nr. 13, 3.6.23  (vert. brevier)

“Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken”

 

cyrillus van Jerrusalem13

 

   We hoeven niet beschaamd te zijn over het kruis van onze Verlosser. Integendeel we moeten erop roemen. Het woord kruis is een aanstoot voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen, maar voor ons betekent het redding. Voor hen die verloren gaan, is het kruis een dwaasheid , maar voor ons die gered worden, is het de kracht van God (1Kor 1,18-24). Want het is geen doodgewone sterveling die voor ons is gestorven, maar de Zoon van God, de mensgeworden God. Het lam dat geslacht werd volgens de opdracht van Mozes, heeft de verderfengel (Ex 12,23) geweerd. Maar heeft het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29), niet veel meer gedaan door ons te bevrijden van de zonden?

      Niet onder dwang heeft Hij zijn leven gegeven en evenmin is Hij met geweld ten offer gebracht, maar uit vrije wil. Luister naar wat Hij zegt: “Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen” (Joh 10,18). Vrijwillig geef Ik Mij over aan de vijanden. Als Ik het niet wilde, gebeurde het niet. Hij kwam dus uit vrije keuze tot zijn lijden, blij met zijn buitengewone daad, glimlachend om zijn krans, verheugd over de redding van de mensen, en zonder schaamte over het kruis,, want het was om de hele wereld te redden. Het was geen gewoon mens die leed, maar de mensgeworden God, strijdend om de prijs van gehoorzaamheid.

      Verheug je om het kruis niet alleen ten tijde van vrede, maar bewaar het geloof ook als je wordt vervolgd. Wees niet Jezus’ vriend in tijd van vrede en in oorlogstijd zijn vijand. Nu krijg je de vergeving van je zonden en de geestelijke gave die jouw Koning schenkt. Als de strijd losbrandt, vecht dan moedig voor je Vorst. Jezus die zonder zonden was, is voor jou gekruisigd… Niet jij verleent de genade, want jij hebt het eerst ontvangen. Nu geef jij dank en betaal je je schuld aan Hem die op Golgotha gekruisigd is voor jou.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heiligenleven : Heilige Wladimir van Kiev

 

Heiligenleven

Heilige Wladimir van Kiev

Wladimir2 van Kiev

De heilige Wladimir, kleinzoon van de christenprinces Olga, kwam in 980 op de Russische troon. Hij was een heidense barbaar en had twee christenen ter dood gebracht omdat de ene geweigerd had zijn zoon te laten offeren aan de god van de donder.

Omdat hij nu aan de macht was werd hij bezocht door gezantschappen van oost en west, die duidelijk lieten blijken dat de russen barbaars en achterlijk waren door hun armelijke levenswijze en hun afgodendienst. Mohammedanen, Katholieken, Joden en Grieken schilderden de voordelen van hun eigen godsdienst en spraken elkaar tegen. In 986 legde Wladimir de kwestie voor aan zijn raad van edelen. Zij zeiden dat het nogal vanzelfsprekend was dat iemand niets slechts vertelde van zijn eigen godsdienst  en dat er op deze wijze geen conclusie mogelijk was. Het beste zou zijn een delegatie te zenden naar de verschillende landen om de zaken met eigen ogen te bezien.

Dit plan werd ten uitvoer gebracht. De tocht naar het westen leverde niet veel op, maar hegeel anders was het verslag dat ze uitbrachten over Constantiniopel. Deze stad had het toppunt bereikt van haar ontplooiing en in heel de belkende wereld bestond er geen bouwwerk dan de door Konstantijn gebouwde grote Kerk, de Agia Sofia, kon evenaren. Zelfs nu in zijn ontluisterde toestand maakt het gebouw een onvergetelijke indruk, hoe moet het zijn geweest toen alles nog getooid was met de stralende rijkdom van de mozaïken ?

De Russen werden erheen gebracht tijdens een van de grote feesten. En zij zagen de processies die door heel de kerk trokken, de patriarch in zijn plechtige gewaden met de stoet van priesters, diakens, wierokers en toortsdragers, de zonnebanen die zich vanuit de koepel scherp aftekenden in de wierookwolken door heel de ruimte, en zij hoorden de jubelende zang van de beste koren van het rijk. Heel het gebouw was gevuld met een deinende menigte die op de knieën viel en de gewaden van de celebranten trachtte aan te raken onder het roepen van Kyrie eleison, Kyrie eleyson…

Het was of de engelenstoet uit de Cherubijnenhymne voor ogen zichtbaar verschenen was.

En teruggekomen bij Wladimir spraken ze de zoveel geciteerde woorden : ” We wisten niet of we niet in de hemel waren : werkelijk, het is onmogelijk op aarde iets schoners te vinden. We kunnen niet beschrijven wat we gezien hebben. We kunnen alleen maar geloven dat God daar aanwezig is op onvergelijkelijk grootsere wijze dan in alle andere godsdiensten. Het is onmogelijk het te vergeten : wie eenmaal werkelijk zoetheid geproefd heeft kan het bittere niet meer waarderen; we kunnen niet langer in het heidendom blijven”. En zij voegden eraan toe : ” Als de godsdienst der Grieken niet goed was, dan zou uw grootmoeder Olga, de wijste der vrouwen, die toch niet omhelsd hebben ?”. Dit argument nam de laatste bezwaren van Wladimir weg en hij gaf alleen maar als antwoord : “Waar zullen wij gedoopt worden ?”.

Toen kwam in zijn hoogmoedige geest de gedachte op het christendom niet te ontvangen maar het te veroveren. Hij verzamelde zijn legers en ging scheep naar Chersonesos in Tauris, dat hij belegerde ; en hij deed de gelofte de Doop te ontvangen wanneer de stad in zijn handen viel. Door het afsluiten van de verschillende aquaducten die de stad van water voorzagen, wist hij inderdaad de overgave af te dwingen.

Maar weer stelde Wladimir de doop uit. Hij zond een boodschap naar keizer Basilios om de hand van diens zuster Anna te vragen, met de belofte van zijn bekering en de de bedreiging dat hij anders Constantinopel zou aanvallen. De keizer was niet in een positie om te weigeren door de verzwakte toestand van het Rijk, en zoals hij zijn zuster Theofano aan de duitse keizer Otto had gegeven, zo werd Anna overgehaald zich op te offeren tot welzijn van het rijk en met die barbaarse prins in het huwelijk te treden.

Zij ging dus scheep met een heel gevolg van geestelijken, en bij haar komst werd de doopplechtigheid gearrangeerd. Wladimir had in die tijd een heftige oogontsteking zodat hij nauwelijks meer iets kon zien. Maar op het ogenblik dat de bisschop hem de hand oplegde voor de myronzalving na de doop, kwam de pijn tot bedaren en hij herwon het gezicht. En vol vreugde riep hij uit : “Nu heb ik de ware God gezien !”

Na zijn terugkeer in zijn eigen stad Kiev liet Wladimir zijn twaalf zonen dopen en begon het heidendom aan te vallen. Het grote houten afgodsbeeld van de dondergod Perun liet hij omverhalen, achter paarden aanslepen terwijl het onophoudelijk met zwepen geslagen werd, en tenslotte in de Dnjepr werpen, waar het roemloos door de stroom werd meegesleept. Dit moest al grote indruk maken op het volk.

Toen beval hij dat allen zich moesten voorbereiden op de doop. “Wie morgenochtend niet aanwezig is bij de rivier, rijk of arm, gering of machtig, die zal ik beschouwen en behandelen als mijn vijand”, zo luidde het bevel. En zo stond dan de hele bevolking in het water, zonder te weten waar het eigenlijk om ging.

Sommigen sto,nden erin tot aan hun hals of iets minder diep, met hun kleine kinderen op de armen. De priesters stonden op de oever en lazen de doopgebeden, waarbij zij hele groepen samenvatten onder eenzelfde naam. Wladimir stond erbij, stralend van vreugde, en bad met geweldige stem : ” Grote God Die hemel en aarde hebt gemaakt, zie neer op Uw nieuwe volk. Verleen hen om U te kennen, de ware God, zoals Gij Uzelf hebt doen kennen in alle christenlanden; en bevestig hen in waarachtig en onwankelbaar geloof. En sta mij bij, Heer tegen mijn vijand die tegen mij opstaat, opdat ik, in vertrouwen tot U en door Uw kracht, aan al zijn lagen mag ontkomen”

Wladimir begon toen aan zijn taak om het volk te beschaven. Hij bouwde kerken in al zijn steden en stelde er priesters aan voor de prediking. Hij stichtte scholen en dwong de Bojaren en edelen er hun kinderen heen te zenden, wat zij slechts met veel tegenzin deden. Hij bouwde ziekenhuizen en reizigersverblijven , stelde talloze slaven in vrijheid en loste zware schulden af van wie in nood verkeerden. De hulpelozen zond hij wat zij behoefden en hij stichtte gastvrije tafels voor de armen. Hij organiseerde hulpdiensten voor bedlegerigen. Ieder die in nood verkeerde, kom zich tot hem wenden om geholpen te worden.

Reeds weinige jaren later kwam de eerste kerkelijke organisatie van Rusland tot stand : metropoliet Leontios richtte vijf bisdommen op : Novgorod, Rostov, Tsjernikov, Wladimir en Belgorod. Intussen had Wladimir zijn macht steeds verder uitgebreid. Het scherpe contrast tussen zijn oorspronkelijke woeste wreedheid en losbandig leven, en zijn mildheid en morele zuiverheid na zijn doop, bewijst de oprechtheid van zijn bekering. En met recht wordt hij om zijn lvenswerk de “Apostelgelijke” genoemd en de “Vader des vaderlands”. Hij is gestorven in 1015.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – uitg Orth. Klooster Den Haag

 

 

Cyrillus van Jerusalem : Zijn naam is koning der koningen en heer van de Heren

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese 10, 2-5 ; PG 33, 662v


cyrillus of jerusalem245

“Zijn naam is Koning der koningen en Heer van heren” (Ap 19,16)

      Als iemand God wil eren, laat hij dan voor de Zoon neerbuigen. Zonder dat aanvaardt de Vader het niet om aanbeden te worden. Hoog uit de hemel liet de Vader deze woorden horen: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind” (Mt 3,17). De Vader vindt vreugde in de Zoon,… die ‘Heer’ genoemd wordt (Lc 2,11), niet ten onrechte zoals bij de menselijke heren, maar de heerlijkheid behoort Hem vanaf de eeuwigheid.

      Door voor Hem te blijven staan en door werkelijk de onschendbare glorie van zijn staat als Zoon te behoeden, past Hij zich toch aan onze zwakheden aan, als een bedreven geneesheer en een meelevend meester. Hij heeft dat alles gedaan toen Hij werkelijk van nature Heer was. Hij was geen Heer op onze wijze, maar Hij was Heer in waarheid, en oefende de heerlijkheid met instemming van de Vader uit over zijn eigen schepselen. Wij hebben immers heerschappij over de mensen die onze gelijken zijn in waardigheid als in lijden, vaak zelfs over ouderen. In onze Heer Jezus Christus is de heerlijkheid niet op dergelijke wijze: Hij is eerst Schepper, vervolgens Heer. Hij heeft alles geschapen naar de wil van de Vader, vervolgens oefent Hij zijn heerlijkheid uit over hetgeen slechts door Hem bestaat.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Bartholomeüs I wil gezamelijk concilie in 2011

Bartholomeus I wil gezamenlijk orthodox Concilie in 2011

Foto: AP

De oecumenische patriarch van Constantinopel, Bartholomeus I, wil al in het volgend jaar een gemeenschappelijke Concilie van de orthodoxe Kerken bijeenroepen. Het erehoofd van de wereldorthodoxie zei maandag op de Russische tv-zender Vesti 24 dat hij met de Moskouse patriarch Cyril I is overeengekomen om de voorbereidingen te versnellen voor een dergelijke bisschoppelijke bijeenkomst van alle 14 erkende orthodoxe Kerken. “Tegen het einde van dit jaar of begin volgend jaar ronden wij onze voorbesprekingen af”, aldus Bartholomeus I.
 
Het Concilie is van zeer groot belang voor de hele orthodoxe wereld, zei de oecumenische Patriarch. Thema’s zijn onder andere kwesties over de autocefalie (zelfstandigheid) en autonomie van de orthodoxe Kerken. Bartholomeus I  sloot maandag in Sint-Petersburg een tiendaags bezoek aan Rusland af. Naar inschatting van commentatoren droeg  de reis bij aan een verdere verbetering van de betrekkingen tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel.
 
Tot op heden gold 2012 of 2013 als waarschijnlijke datum voor een gezamenlijk orthodox Concilie. De plannen daarvoor ontstonden al in de jaren ’60, maar waren begin jaren ’90 door een geschil tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel opgeschort. Deze ging over de kwestie van de wettelijke soevereiniteit over de orthodoxe Kerken in Estland en Oekraïne. Pas in de zomer van 2009 werden de panorthodoxe conferenties ter voorbereiding van het Concilie weer hervat.

Bron : Kath.nieuwsblad

Persoonlijk pinksteren

Persoonlijk pinksteren

“Christificering” van de gelovigen

 

“Gij die in Christus zijt gedoopt, hebt u met Christus bekleed”, zingen wij bij elk doopsel. Het is een citaat van de heilige Paulus aan de galaten (3,27). Het christelijk leven, of veeleer, om te spreken zoals Sint Paulus en Nicolas CABASILAS ( kerkvader die leefde in de 14e eeuw), het leven in Christus bestaat niet alleen  in de praktijk brengen van Gods geboden : dit wordt gevraagd van een Jood  en een Moslim evenzeer als van een christen.

Het gaat onder andere, en vooral zoals Sint Paulus er ons aan herinnert in de Brief aan de Romeinen (6,5) dat wij “eenzelfde plant” worden, “Symphytoï” met Christus opdat Hij in ons verblijft en wij in Hem (Joh.6,5 en 17,23). ” Ik ben  de wijnstok, gij zijt de ranken” heeft Christus zelf gezegd tot zijn leerlingen (Joh.15,5).

Deze integratie van de christen  in het Lichaam van Christus realiseert zich door de zalving  in de Heilige Geest : “Gij bezit een zalving ( in het grieks “chrisma” ontvangen door  de Heilige Geest ( 1 Joh.11,20)”. “Diegene die ons  met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God” (2 Kor.1,21).

Het griekse woord “chrisma”, gebruikt zowel door Sint Jan als door de Heilige Paulus, verwijst onmiddellijk naar “Christos” ( in het Grieks “oint” – gezalfde en herinnert ons eraan dat de zalving van de Heilige Geest, de gave van de Heilige Geest, de gave van Pinksteren ons integreert in Christus, ons verenigt met Christus, op wie en in wie de zalving van de Heilige Geest rust, de zalving die van Hem de “gezalfde” maakt (“de Geest van God is met mij, Hij heeft mij gezalfd” – Hij heeft mij tot Christus gemaakt -“om het blijde nieuws aan de armen te verkondigen” (Jes.61,2). Christus schenkt dezelfde zalving aan zijn leerlingen om van hen “christoi”, “gezalfden”, christenen te maken. Het is deze gave welke ieder van ons is beginnen te ontvangen bij het opstijgen uit het doopwater, wanneer wij de “zegel van de gave van de Heilige Geest” hebben ontvangen, toen wij bezegeld werden met het Heilige olie, door de zalving, door onze  “chrismatisatie”. Deze zalving  betekent dus het begin van ons persoonlijk Pinksteren, ’t is te zeggen, de actualisatie voor ieder van ons, het ontvangen door ieder van ons vandaag van de gave die ons gegeven wordt door de ganse Kerk op de dag van Pinksteren.

Deze gave moeten wij onderhouden en aanwakkeren door de dorst en de hoop van een gans leven gericht op deze “verwerving van de Heilige Geest”, die, zoals de heilige Seraphim van Sarov er ons aan herinnert, het doel zelf ervan is en het elke betekenis geeft.

Wij onderhouden en wakkeren het aan als Kerk, telkens wanneer wij oprecht deelnemen aan de Goddelijke Liturgie, telkens wanneer wij communiceren aan de Heilige Mysteriën, met “vreze Gods, met geloof en in liefde”.

Het is door de eucharistische communie dat wij binnentreden in Christus en Hij in ons : “hij die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem” (Joh.6,56). En het is door de werkzaamheid van de Geest dat het brood en de wijn verandert in het Lichaam en Bloed van Christus opdat ieder van ons zou veranderen en door te communiceren, leden zouden worden van dat zelfde lichaam. Het is zo dat de Heilige Geest, door ons met ziel en lichaam te verenigen met Hem die “het beeld van de onzichtbare God ” is (Kor.1,15), “de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen” (Hebr.1,3) ons meer en meer het schitterende beeld van God in elk van ons doet kennen, zodat wij  allen ” die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, die Geest is” (2 Kor.3,18), “totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus” (Ef.4,13).

Geloven in Christus, volmaakt Beeld van God , de gelijkenis ten volle  realiseren volgens dewelke wij geschapen zijn, dat is het doel van het leven dat wij zouden kunnen bereiken als wij zonder ophouden de Vader smeken om ons Zijn adem in te blazen, Zijn Heilige Geest, om in ons het beeld van de Zoon te projecteren, en ons zo meer en meer gelijk te maken aan ons Goddelijk model en zo “ons te verenigen met de Goddelijke Schoonheid” (Kondakion van de Zondag van de Orthodoxie), Kort om ons tot christenen  te maken

Vader Cyrille Argenti

Vertaling : Kris Biesbroeck

Hilarius van Poitiers : Wie heeft u het recht gegeven om dit te doen ?

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
De Trinitate, VII, 26-27

 

Hilarius van Poitiers2 (480 x 360)

 

“Wie heeft U het recht gegeven, om dit te doen?”

      De Zoon behoort tot de Vader, Hij lijkt op Hem. Deze Zoon die men met Hem kan vergelijken, komt van Hem, want Hij is gelijk aan Hem. Hij is zijn gelijke, deze Zoon vervult dezelfde werken als zijn Vader (Joh 5,36)… Ja, de Zoon vervult de werken van de Vader; daarom vraagt Hij ons te geloven dat Hij de Zoon van de Vader is. Hij kent zichzelf niet een titel toe die Hem niet toebehoort; Hij beroept zich niet op zijn eigen werken. Nee! Hij verkondigt dat het niet zijn eigen werken zijn, maar die van zijn Vader. En Hij bewijst zo dat de uitstraling van zijn handelingen voortkomt uit zijn goddelijke geboorte. Maar hoe zouden de mensen in Hem de Zoon van God kunnen herkennen, in het mysterie van dat lichaam dat Hij aangenomen had, in deze mens die uit Maria geboren werd? Om in hun hart het geloof in Hem te laten doordringen, heeft de Heer alle deze werken gedaan: “Als Ik de werken van mijn Vader doe en u gelooft Me toch niet, geloof dan tenminste wat Ik doe!” (Joh 10,38).

      Als de nederige staat van zijn lichaam een obstakel lijkt om in zijn woord te geloven, dan vraagt Hij om tenminste in zijn werken te geloven. Waarom verhindert het mysterie van de menselijke geboorte om zijn goddelijke geboorte waar te nemen?… “Als u Me niet gelooft, geloof dan tenminste wat Ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in Mij is en dat Ik in de Vader ben”…

      Deze natuur bezit Hij al vanaf zijn geboorte. Zo brengt het mysterie van het geloof ons heil: verdeel hen, die één zijn, niet, beroof de Zoon niet van zijn natuur, en verkondig de waarheid van de Levende God geboren uit de Levende God…  “De levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik leef door de Vader” (Joh 6,57). “Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf” (Joh 5,26).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org