Cyrillus en Methodius

Cyrillus (+869) en Methodius(+885)

 

cyril_methodius2 11 mei
 

Methodius en Constantinus – zo luiden hun oorspronkelijke namen – waren broers. Van afkomst waren zij grieken uit Thessaloniki, maar zij beheersten de Slavische taal in het Bulgaars-Macedonische dialect, dat in die tijd rondom Thessaloniki door Slavische kolonisten werd gesproken. Constantinus kreeg in Constantinopel een uitstekende opleiding. Hij wijdde zich echter al gauw aan de missie en werkte eerst onder de mohammedanen, en daarna in het Rijk van de Chatsaren aan de Zee van Azov. Kort voor zijn dood werd hij monnik en kreeg de naam Cyrillus. Zijn broer Methodius was aanvankelijk werkzaam in het politiek bestuur van de Slavische gebieden onder het Byzantijnse Rijk, werd eveneens monnik en werkte als abt in het beroemde klooster Polychron. Toen kregen de gebroeders de opdracht, die de oorzaak is geworden van hun historische betekenis voor de Zuid- en Westslaven. De Moravische hertog Rostislaw (846-870) was overgegaan tot de stichting van een zelfstandig Westslavisch rijk. Om zijn zelfstandigheid te kunnen bewaren wilde hij de Moravische Kerk onafhankelijk en wendde zich tot Keizer Michaël III in Constantinopel met het verzoek hem leraren te zenden voor zijn volk. De keizer gaf aan dit verzoek gehoor en stuurde de gebroeders Constantinus en Methodius. In 864 kwamen zij in Moravië aan en legden zich vooral toe op het opleiden van leerlingen om de Moravische Kerk te voorzien van Slavische priesters. In Moravië heeft Constantinus de vertaling van enige delen uit de Heilige Schrift en de Liturgie in de Slavische taal ter hand genomen; aan hem moet vermoedelijk ook het ontwerp van het oudste Slavische alfabet, het glagolitische geschrift worden toegeschreven, dat in bewaarde documenten tot het midden van de 10e en gedeeltelijk zelfs tot de 9e eeuw is na te gaan. Het bewustzijn van een kerkelijke afscheiding van Rome was destijds nog niet algemeen tot de orthodoxe gelovigen doorgedrongen – het aanzien van de beide broers was in het Moravische Rijk immers vooral gebaseerd op het feit, dat zij het gebeente van bisschop Clémens van Rome, die volgens een legendarische overlevering in de tijd van de vervolging naar het Krim was verbannen en daar gestorven was, van daaruit naar Moldavië hadden overgebracht.

Dienovereenkomstig hebben de beide broers ook ondanks hun Byzantijnse missie getracht, de stichting van een slavisch sprekende kerk in het Moravische Rijk  door de paus van Rome legitiem te laten verklaren om haar zodoende van Rome uit veilig te stellen voor de aanspraken van de Frankisch-Duitse kerk. Met deze bedoelingen begaven zij zich na een arbeid van tweeënhalf jaar via Panninië naar Rome, waar zij door paus Hadrianus met alle eerbetoon werden ontvangen. Constantinus stierf op 14 februari 869 in Rome en werd in de kerk van de H. Clémens plechtig bijgezet. Methodius werd, nadat hij de bisschopswijding had ontvangen, tot aartsbisschop en pauselijk legaat van Pannonië en Moravië benoemd en kreeg daarmee dus onder de slaven eenzelfde missionaire en organisatorische taak toegewezen als Bonifacius die voor de Duitse stammen had gekregen, maar vanwege de oorlog tussen de Moravische en Duitse vorsten, bleef hij in het gebied van de Pannonische vorst Kozel, tot dan toe het missieterrein van het aartsbisdom Salzburg en vormde het begin van een lange reeks twisten, die hebben geleid tot zijn veroordeling door een beierse synode en een gevangenschap van tweeënhalf jaar. Het centrale punt bij deze strijd was nog steeds de weerstand van de Duitse Clerus tegen de invoering van de Slavische liturgie en de oprichting van een Slavische kerkprovincie met een slavische voertaal. Ten slotte gelukte het de Duitse kerkelijke leiders ook de paus te winnen voor hun standpunt tegenover het oorspronkelijk plan van paus Hadrianus. Paus Stefanus VI verbood de Slavische taal in de kerk; de door Methodius zelf als zijn opvolger aanbevolen Slavische bisschop Gorazd werd erkend, maar de leerlingen van Methodius werden het land uitgezet. Zo kon de Slavische liturgie zich ook in Bohemen, waar zij door toedoen van Methodius’leerlingen al ingang had gevonden niet verder ontwikkellen. De pas gestichte hiërarchie viel na het jaar 900 ten offer aan de invallen van de Hongaren; Moravië werd in 950 aan Regensburg en in 973 aan Praag toegewezen. Het eigenlijke levenswerk van Cyrillus en Methodius was hiermee een mislukking geworden. De West-slavische stammen bleven de eerste tijd onder leiding van de Duitse kerk; ook in Polen werd de latijnse ritus ingevoerd. De poging tot de vorming van een Westslavische kerk met een Slavische voertaal onder de obediëntie van Rome was mislukt.

Daarentegen kwam het werk van de beide broers tot een onverwachte bloei onder de leerlingen van Methodius, die hun werk na de verdrijving uit het Moravische Rijk onder de Zuidslavische stammen langs de Donau en op de Balkan vooertzetten. In Bulgarije werd de Slavische Kerk gesticht, nu echter niet meer onder het toezicht van Rome, dat zijn lankmoedige houding ten opzichte van de Slavische kerk had laten varen, maar onder de bescherming van Byzantium, dat zijn oude missietraditie getrouw, ieder volk toestond de liturgie in zijn eigen taal te vieren en dat zich een eeuw later zou gaan toeleggen op de missionering van het Rijk van Kiev. Hoewel het eigenlijke werk van de Slavenapostelen in het Moravische Rijk op kerkelijk gebied niet met succes werd bekroond, uiteindelijk zelfs door Rome werd verworpen, is hun werk op literair gebied toch van buitengewoon groot belang geweest voor de missionering. Cyrillus heeft de Oudslavische kerktaal ontwikkeld. De Bijbel en vele liturgische teksten heeft hij vertaald in het Bulgaars- Macedonisch dialect, waarmee hij vertrouwd was, omdat het in zijn geboortestreek werd gesproken. Nog vele historische en filosofische detailproblemen hiervan zijn omstreden of onopgelost. Hoe dan ook, een feit is het, dat met dit orthodoxe missioneringswerk onder de slaven de basis werd gelegd voor de ontwikkeling van een literatuur in het Kerkslavisch, waar ook de missionering onder de Oostslaven houvast aan had.

Uit : De oosters orthodoxe Kerk : Ernst Benz pp.119-122 Aula boeken 284

De heilige Maria Magdalena

Heiligenleven

De Heilige Maria Magdalena

MariaMagdalenaG

De heilige Maria Magdalena, de Apostelgelijke en Myrondraagster, een van de vrouwen die Christus het dienstbaarst was. En ook alle gelovigen hebben bijzonder van haar gehouden om haar spontane manier van optreden; omdat zij openlijk een zondares was zoals  wij het in het verborgene zijn, maar die tegelijk hunkert naar de liefde van Christus en daar alles voor over heeft.

Aan haar liefde zien we welk een gewelddadige invloed Christus op de mensen uitoefende. Zij kwam uit nieuwsgierigheid naar het feestmaal van de Farizeër, waar Christus aan tafel aanlag. Zij kwam daar als welgestelde publieke vrouw, trots en onbeschaamd tussen de giftige blikken die ongetwijfeld van alle kanten op haar geworpen werden. Maar de aanblik van de mens die Christus  was, had zulk een invloed op haar, dat zij neerzonk en in tranen uitbarstte : tranen van berouw over haar verknoeide leven, tranen van innige eerbied tegenover die stralende zuiverheid die haar niet afwees, tranen van vreugde dat zoiets mogelijk was.

Het was het begin van een diepe vriendschap, die geëindigd scheen te zijn toen zij, als een van de weinigen, aan de voet stond van het Kruis. Maar hoe leven wij mee met haar vreugde toen zij als eerste de verrezen Heer mocht aanschouwen, toen zij gereed stond om met de andere Myrondraagsters de laatste eer te bewijzen aan hun overleden Heer.

Met de opdracht de Opstanding te verkondigen aan de Apostelen, begon haar apostolische werkzaamheid. En die verkonidiging zette zij voort in Judea en alle omliggende landen, en volgens een oude westerse overlevering tot in Gallië toe, waar zij begraven is in de Provence. Daar staat aan de kust de zeer oude, merkwaardige kerk, toegewijd aan de Drie Maria’s, een jaarlijks trefpunt van de zigeuners, die van heinde en verre haar feest komen vieren. Maar volgens de oosterse traditie ligt zij bij Efese begraven, waar zij geleefd zou hebben in het gezelschap van de apostel Johannes.

 Bron : Heiligenlevens – Orthodox klooster den Haag

3e zondag na Pinksteren : over de lelies van het veld

3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”

Lelie_6582

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
 Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.  Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God.  Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,  volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop.  En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
     
Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.  Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens.  God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren.  Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

 De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.  Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn!  Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel niet tegelijk dienen.  Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding?  Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels?  Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven?  En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet.  Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen.  Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen?  Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken?  Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt.  Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Siluan
 

Barmhartige Heer, schenk ons Uw vrede,

Zoals Gij Uw heilige apostelen de vrede hebt gegeven :

“Mijn vrede geef ik u ” (Joh.14,27)

 

Heer, verleen ook aan ons om van Uw vrede te genieten.

De heilige apostelen hebben Uw vrede ontvangen

En deze over de gehele wereld verspreid

En terwijl zij bezig waren met de redding van het volk

Verloren zij deze vrede niet

En is zij in hen niet minder geworden.

Ere zij de Heer en Zijn barmhartigheid

Want Hij heeft ons zeer lief

En geeft ons Zijn vrede

En de genade van Zijn Heilige Geest

http://www.videomusic.nl/player.swf