Augustinus : Hij nam een stuk brood…

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 62, 63

augustinus01k

“Hij nam een stuk brood, doopte het in, en gaf het aan Judas”

      Toen de Heer, zelf het Levensbrood (Joh 6,35), het brood aan de dode man gaf, die daarmee het levend brood verraadde, zei Hij tegen hem: “Doe maar meteen wat je te doen hebt”. Hij beval geen misdaad: Hij openbaarde Judas’ kwaad en kondigde ons het goede aan. Dat Christus overgeleverd werd, was dat niet het slechtste voor Judas, en voor ons het beste? Judas, dus, die zichzelf beschadigt, handelt zonder het te weten, voor ons.

      “Doe maar meteen wat je te doen hebt.” Dat is een woord van een mens die gereed is, niet van een mens die geïrriteerd is. In dit woord wordt niet zozeer de straf voor degene die verraadt uitgedrukt, alswel de beloning van de verlosser, van degene die vrijkoopt. Want door te zeggen: “Doe maar meteen wat je te doen hebt”, probeert Christus, meer nog dan de misdaad van ontrouw, het heil van de gelovigen te verhaasten. “Hij werd om onze zonden overgeleverd; Hij houdt van de Kerk en heeft zich voor haar gegeven” (Rm 4,25; Ef 5,25). Dat zegt de apostel Paulus: “Hij heeft mij liefgehad en zich voor mij overgeleverd” (Gal 2,20). Niemand zou immers Christus overgeleverd hebben als Hij zichzelf niet overgeleverd had… Wanneer Judas Hem verraadt, is het Christus die zich overlevert; de één onderhandelt over zijn verkoop, de ander koopt ons vrij. “Ga snel doen wat je te doen hebt”: niet dat dit in jouw macht ligt, maar het is de wil van Degene die alles kan…

      “Hij nam dan het stuk brood en vertrok terstond. En het was nacht.” Degene die vertrok was zelf nacht. Welnu toen de nacht vertrok, zei Jezus: “Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt!” De dag zegt het voort aan de dag die komt (Ps 19,3), dat wil zeggen Christus heeft het aan zijn leerlingen toevertrouwd, opdat zij er naar luisteren en Hem in liefde volgen…  Iets soortgelijks zal gebeuren als de door Christus overwonnen wereld voorbij zal gaan. Als het onkruid zich niet langer mengt met het graan, zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader (Mt 13,43).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Proclus van Constantinopel : Gezegend Hij die komt in de naam des Heren

H. Proclus van Constantinopel (rond 390-446), bisschop
Sermon 9, voor Palmzondag; PG 65, 772


Proclus van Constantinopel2

(De heilige Proclus in het midden)

“Gezegend Hij die komt in de naam des Heren”

      Mijn geliefden, dit is een zeer belangrijke dag. Het vraagt een groot verlangen van ons, een enorme haast, een levendig vooruitgaan om de Koning van de Hemel te ontmoeten. Paulus, de boodschapper van de goede boodschap, zei tegen ons: “De Heer komt naderbij, wees onbezorgd” (Fil 4,5-6)…

      Laten we onze lampen van het geloof aansteken: zoals de vijf wijze maagden (Mt 25,1v), laten we ze vullen met de olie van barmhartigheid voor de armen; laten we Christus met een wakkere geest ontvangen, en bezingen we Hem met palmen van gerechtigheid in de hand. Laten we Hem omhelzen door het parfum van Maria over Hem te gieten (Joh 12,3). Laten we naar het verlossingslied luisteren; dat onze stemmen zich verheffen, zoals zijn goddelijke majesteit waardig is, en laten we samen met het volk de roep die opkomt uit menigte, uitroepen: “Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, de Koning van Israël”. Het is goed om te zeggen: “Hij die komt”, want Hij komt onophoudelijk, Hij zal ons nooit mislopen: “De Heer is nabij aan hen die Hem in waarheid aanroepen” (Ps 145,18). “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.”

      De zachtaardige en vredelievende Koning staat aan onze deur. Degene die troont op de cherubijnen in de hemelen, zit hierbeneden op een ezeltje. Laten we het huis van onze ziel voorbereiden, laten we de spinnenwebben weghalen welke de broederlijke misverstanden zijn; dat bij ons niet het stof van het kwaadspreken gevonden wordt. Laten we waterstromen van liefde verspreiden, en laten we alle wrijvingen die vijandigheid veroorzaken, tot rust brengen; laten we dan de voorhof van onze lippen bestrooien met bloemen van verering. Roepen we dan met het volk de roep die opkomt uit de menigte: “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, de Koning van Israël”

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org