Vasten biedt antwoord op klimaatcrisis

Orthodoxe theoloog Anestis Keselopoulos:

Vasten biedt antwoord op klimaatcrisis

 THESSALONIKI (RKnieuws.net) – De orthodoxe theoloog Anestis Keselopoulos zoekt de uitweg uit de ecologische crisis niet alleen in technologie en wetenschap, maar wijst op het belang van spiritualiteit. Vasten, soberheid en een eucharistisch leven wijzen de weg naar een correct gebruik van de schepping.Kesolopoulos is hoogleraar ethiek, pastoraaltheologie en orthodoxe spiritualiteit aan de Aristoteles Universiteit van Thessaloniki.

“De ecologische crisis is niet louter wetenschappelijk of technologisch, maar voor alles spiritueel”, vindt hij. “Theologen moeten dan ook de spirituele dimensie van de ecologische crisis benadrukken”.

Encycliek

Al vroeg was de orthodoxe Kerk begaan met het milieu. In maart 1992 kondigden de leiders van de orthodoxe Kerken in Constantinopel een encycliek af die inging op de gevaren die het voortbestaan van de natuur bedreigen.

“De hoofdoorzaak van de onherstelbare schade aan het milieu ligt in het onredelijk gebruik van de schepping door de mens die het materialistische geluk najaagt. Theologisch houdt dat verband met de oerzonde en het verlangen van de mens om god te zijn zonder God. De mens negeert Gods wil en gaat daardoor niet correct om met de schepping”, vindt Kesolopoulos.

Het vasten staat volgens de orthodoxe theoloog in verband met het correcte gebruik van de schepping. “Vasten is niet een uitwendige conventionele daad, maar de vrijwillige ontbering van voedsel. Dat maakt de mens bewuster van zijn afhankelijkheid van de buitenwereld en dat bewustzijn is van beslissend belang voor de ethiek. Door te vasten aanvaardt de mens gehoorzaam Gods bevelen”.

Waarlijk vasten is nooit minachting of onverschilligheid voor de fysieke wereld. Integendeel, het is erkennen dat je als mens geen meester bent over de schepping. “Je verslindt en vernielt de natuur niet voor eigen genot. Ascetisch leven maakt de mens net medelevend en meevoelend tegenover de schepping”, aldus Kesolopoulos.

Dankbaarheid

“We moeten onze relatie tot de natuur veranderen van een plunderende bloeddorst naar een toestand van dankbaarheid, dat het kenmerkende teken is van de eucharistie. Die verandering gaat gepaard met berouw over de verkeerde weg die we uitgingen en het herontdekken van een zuivere relatie met God en de natuur. Een eucharistische spiritualeit bevordert die bekering in de mens”, besluit de orthodoxe theoloog  

 Bron : Tertio

India kent een versplinterd kerklandschap

INDIA KENT VERSPLINTERD KERKLANDSCHAP

BRUSSEL (KerkNet) – De traditie van de Syro-Malabaarse Kerk gaat terug tot de apostel Thomas, die het christendom in India verkondigde. Na het Concilie van Chalcedon in 451 kwam het echter tot een breuk met Rome. De Syro-Malabaarse Kerk bezit een eigen hiërarchie, een eigen kerkelijk rechtboek en een eigen ritus die afkomstig is uit Syrisch Antiochië (het huidige Turkije). De liturgie wordt gevierd in het oud-Syrisch. Na de Portugese kolonisatie vond de Syro-Malabaarse Kerk in de zeventiende eeuw opnieuw aansluiting bij Rome.
De Syro-Malankaarse Kerk maakte zich in de jaren 1653-1665 los uit de Malabaarse traditie en sloot zich aan bij het Westsyrische-Antiochische patriarchaat. Zij viert haar liturgie volgens de West-Syrische ritus. De Syro-Malankaarse Kerk herstelde begin vorige eeuw haar banden met de Heilige Stoel en in de jaren 1930 erkende de katholieke Kerk haar hiërarchie.
De Syrisch-Antiocheense Kerk werd opgericht door christenen die na de val van Jeruzalem (in 70 na Christus) naar Antiochië gevlucht waren. De Kerk droeg vooral bij tot de kerstening van het Perzische rijk tijdens de eerste eeuwen van het christendom. Door de spanningen tussen het Romeinse en het Perzische Rijk raakte de Kerk in twee partijen verdeeld, waarbij één groep – de Syrisch-orthodoxe Kerk – al snel de ketterij van Nestorius volgde en in 410 uiteindelijk met Rome brak. De Syrisch-orthodoxe Kerk is de Kerk van de Syrische christenen (vaak Suryoye, soms ook Arameeërs of Assyriërs genoemd). Zij behoort tot de Oriëntaals-orthodoxe traditie en beschouwt zichzelf als de eerste Kerk buiten Palestina, die door de apostelen zelf gesticht werd.

(Kerknet)

Cyrillos van Alexandrië : Bereidt de weg des heren

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar
Over Jesaja, III, 3

“Bereidt de weg des Heren”

 

athanasios en kyrillos van Alexandrië 12

 HH Athanasios en Cyrillos van Alexandrië
     

“De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien” (Jes 35,1). Wat de geďnspireerde Schrift over het algemeen dor en onvruchtbaar noemt, is de Kerk van de heidenen. Zij bestond vroeger onder volkeren, maar ze had haar mystieke Bruidegom niet uit de hemel ontvangen, dat wil zeggen Christus… Maar Christus kwam naar haar toe: Hij heeft haar gevangen door het geloof, Hij heeft haar verrijkt met de goddelijke rivier die in haar stroomt, stroomt, want Hij is “de bron van het leven, stroom van vreugden” (Ps 36,10.9)… Vanaf het moment dat Hij tegenwoordig was, hield de Kerk op om onvruchtbaar en dor te zijn; zij ontmoette haar Bruidegom, zij heeft ontelbaar veel kinderen op de wereld gezet, ze heeft zich met mystieke bloemen bedekt…

      Jesaja vervolgt: “Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden” (v8). Hier gaat het over de kracht van het Evangelie die het leven doordrenkt, of, anders gezegd, dat is de zuivering van de Heilige Geest. Want de Heilige Geest haalt iedere smet weg uit een menselijke ziel, Hij bevrijdt van de zonden en laat alle onzuiverheden boven drijven. De weg is dus terecht heilig genoemd; ze is niet toegankelijk voor wie onrein is. Niemand kan immers volgens het Evangelie leven als hij niet eerst gezuiverd is door de heilige doop; niemand kan het dus zonder het geloof…

      Alleen zij die bevrijd zijn van de tirannie van de duivel, kunnen een verheerlijkt leven leiden dat de profeet illustreert met deze beelden: “Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt rond” (v.9) op die heilige weg. Vroeger viel immers een wild dier, de duivel, deze uitvinder van de zonde met zijn slechte geesten, de bewoners van de aarde aan. Maar hij is tot niets teruggebracht door Christus, hij werd ver van de kudde gelovigen gejaagd, verstoken van de macht die hij op hen uitoefende. Daarom, gaan ze, bevrijd door Christus en verzameld in het geloof, één van hart deze heilige weg (v.9). Toen ze hun oude wegen verlieten, kwamen “zij jubelend naar Sion”, dat wil zeggen de Kerk, “gekroond met eeuwige vreugde” (v.10), op aarde en in de hemel, en ze eren God, hun Verlosser.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Batrtholomeüs : Brief aan Taizé

Patriarch Bartolomeüs van Constantinopel

Brief naar aanleiding van de 32e Europese bijeenkomst van Taizé

Bartholomeus1

“Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer” (Lucas 2:10-11).

Terwijl de aankondiging van de engel aan de herders nog doorklinkt in de kerkgezangen, doet het onpeilbare mysterie van de menswording zich tot op vandaag gelden. Het herinnert ons aan de centrale ervaring van het christelijk geloof: het heil van de mens geschiedt via zijn vergoddelijking, het vermogen van de mens om door genade God te worden.

“Wees niet bang!”

In een tijd van economische instabiliteit waar de werkloosheid om zich heen grijpt tegen de achtergrond van een pandemie, wordt de wereld verscheurd door een crisis die zich vertakt tot in alle lagen van het moderne leven. ‘Gouden kalveren’ steken hun kop op en zo worden rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid ingeruild voor onbeheerste consumptiedrang. Economische crisis, crisis van waarden, identiteitscrisis: de wereldgemeenschap kenmerkt zich door een verlies aan zingeving. Nu de sociale netwerken het begeven, worden de persoonlijke banden verbroken en bestaan ze alleen virtueel. Deze beweging van secularisatie is vooral een ontkenning van de sacraliteit van de wereld, een verbreken van de band tussen God, mens en schepping.

“Wees niet bang”: dit betekent juist niets anders dan de belofte dat deze band nog bestaat, dat deze band onverbreekbaar is. Deze ligt immers ingebed in het eindeloze plan van Gods liefde voor de mens. Door mens te worden, d.w.z. door de menselijke natuur aan te nemen, vat God kort en duidelijk de band van liefde samen tussen de Schepper en zijn schepsel, zoals Irenaeus van Lyon zegt. Hij verheft deze tot verbondenheid met Hem. Dan wordt de wereld in al zijn aspecten een epifanie, een manifestatie van God en zijn liefde.

De 32ste Europese ontmoeting, de vierde in Polen, is opnieuw de vrucht van de inspiratie die frère Roger in gang heeft gezet. Voor hem was de toenadering tussen broeders en zusters in het christendom de unieke bron van waaruit ‘de pelgrimage van vertrouwen op aarde’ ontsprong. 30.000 jongeren bereiden zich voor op hun 5-daagse onderlinge ontmoeting in Poznań. Behalve de contacten en de onderlinge gesprekken zullen de deelnemers de band van gemeenschap en onderlinge verbondenheid ervaren, terwijl ze proberen zelf deze goddelijke epifanieën te worden door de genade van de heilige Geest.

God is in de wereld gekomen. Hij maakt voortaan deel uit van de geschiedenis en herinnert de mensen eraan dat alle vrijheid gezocht moet worden in Hem en door Hem. Europa heeft recent de twintigste verjaardag van de val van de muur van Berlijn herdacht. Deze gebeurtenis zou volstrekt ondenkbaar zijn geweest zonder de actieve inzet van christenen. Er waren de geweldloze manifestaties onder leiding van de protestante kerken van Leipzig tot en met de internationale interventies door de paus van Rome, Johannes Paulus II, die maar luidkeels bleef herhalen “Wees niet bang”, en ook de actieve mobilisatie van de orthodoxe kerken binnen en buiten het Sovjetblok. Zo was de val van de muur van Berlijn niet alleen maar het einde van een historisch tijdvak of een puur politieke gebeurtenis. De ware grootheid ervan ligt in zijn oecumenisch karakter.

Na de val van de muur van Berlijn vindt het christendom in Europa niet meer de erkenning die het er historisch altijd heeft gehad. Inderdaad, terwijl de eenwording van de Europese landen politiek en economisch steeds meer vorm krijgt, lijkt het erop of zijn geschiedenis en identiteit steeds meer onderwerp van discussie worden. Het christendom is als het ware verdreven uit de Europese geschiedenis. Wij willen daarom hier in herinnering brengen dat de identiteit van Europa vooral christelijk is en niet zonder deze erfenis denkbaar is. De secularisatie van Europa neemt hier en daar de vorm aan van een verwijdering van God uit de geschiedenis. Niettemin vormt de mobilisatie van de christenen van heel Europa, zoals tot uiting komt in de bijeenkomst in Poznań, een belangrijk initiatief dat herinnert aan de christelijke wortels van dit continent, zijn identiteit en zijn waarden.

Tenslotte zet de menswording van God in de geschiedenis zich voort in het leven van de Kerk en straalt uit over heel de schepping. De ontheiliging van de wereld raakt ook de natuur en het milieu. Terwijl de mens de priesterlijke herder hierover was, is hij nu zijn beul geworden. Hij heeft zelf een nieuwe muur opgetrokken, een onzichtbare deze keer. Deze scheidt hem van het milieu en maakt zijn band met de natuur kapot. Opnieuw het geheiligde karakter van de schepping ontdekken, de natuur beschermen, van het milieu een theofanie maken, dat zijn de nieuwe uitdagingen voor de christenen van vandaag. Zoals de christenen van heel Europa zich hebben weten te mobiliseren om de muur van Berlijn af te breken en een einde te maken aan de koude oorlog, zo moeten wij ons mobiliseren tegen de ‘oorlog van de klimaatopwarming’.

Gedurende deze vijf dagen vragen wij jullie dringend om vooral voor de planeet te bidden. Wij roepen jullie, alle deelnemers aan deze Europese ontmoeting in Poznań, ook op om levende getuigen te zijn van de geboren Christus, getuigen van de opgestane Christus, van een God die zijn intrede heeft gedaan in de geschiedenis, van een God van de schepping.

Hoe kun je dit getuigenis uitdragen?

Christus zegt zelf in het evangelie volgens Johannes: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn” (Johannes 13:35).

Daarom: “Wees niet bang

De geestelijke strijd voor de eenheid van de kerk

De geestelijke strijd voor de éénheid van de Kerk

(metropoliet Georges (Khodr)

 Khodr

Metropoliet Georges Khodr

Wat ons gewoonlijk voor de geest komt wanneer wij spreken van de éénheid van de Kerk, dat is de theologische dialoog tussen het Oosten en het Westen (…) Men vergeet dat de ontmoetingen tussen de Kerken voor alles ontmoetingen zijn tussen mensen  zoals zij door het leven gevormd zijn, met elk mogelijk denkbaar verschil dat ieder van hen heeft kunnen bereiken op de Schaal der deugden, om de titel van het boek van de heilige Johannes Climacos te hernemen. En de kerkelijke gemeenschappen zijn gevormd door deze mensen  die het huis van God opbouwen of afbreken.

Deze gemeenschappen zijn dus het product van de geschiedenis. Niets wordt gedaan of gezegd, zonder het lijden van de Geschiedenis, zonder de passies van de culturen, en zelfs dikwijls, zonder de belangen van de politiek die zich van onze harten meester maakt. Handelend op het rationele plan, zijn wij dikwijls het slachtoffer van het innerlijk lawaai dat ons onrustig maakt. Daarom heeft Barsanuphe van Gaza kunnen schrijven : “iedere gedachte waarin de rust en de nederigheid niet overheerst is niet van God”. De gedachte aan de zuivere staat is een  beeld van de geest. De mens is iemand die geheel geschikt  is voor God indien de gloeiende vlam van de godheid het hart verbrandt.

De persoonlijke strijd en de kerkelijke strijd.

De persoonlijke spirituele strijd en de kerkelijk geestelijke strijd zijn nauw met elkaar verbonden (…) Het is mij overkomen, reeds gedurende vele jaren, te denken dat het verval van de aardse Kerk het meest sprekende bewijs is van  het feit dat de Heilige Geest de aanwezigheid van Christus onder ons  in stand houdt. In het verval is de spirituele strijd tegen de prins van deze wereld, zoals de heilige Basilios de Grote het uitdrukt in zijn kleine verhandeling over het geloof,  vooreerst deze van de martelaren in hun vervolgingen. “Niemand heeft grotere liefde dan hij die, zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Joh.15,13). Het bloed is het meest welsprekende woord. Alleen de martelaren zijn  niet bijeengeroepen op het oordeel.

Zij die leven als de martelaren keuren tezelfdertijd hen af en sporen hen aan in hun Kerk en in andere, die verzaakt hebben aan de strijd . Zij die hun leven gegeven hebben in situaties van politieke oppressie en die voortdurend de vervolging hebben aanvaard, openlijk of verholen, en die gezwegen hebben door hun getuigenis van de stilte “voor het geloof dat overgeleverd is aan de heiligen eenmaal voor allen” (Judas 3), gronden hun eigen Kerk en alle andere op de Rots (Mt 16,18).

Het is deze kracht die de Kerk onwrikbaar maakt tot in de eeuwen der eeuwen. De voortdurend gekruisigde kerken kunnen  de paaszang aanheffen met een zelf ondervonden overtuiging. Deze kerken tonen ons onvoorspelbare wegen van vernieuwing. Christus kiest onder hen zijn getuigen die het leven doorgeven aan hen die als dood worden beschouwd. En het nieuwe leven schept een nieuwe theologie met nooit gehoorde woorden, een theologie die adem is en dus gebed (…).

De eenheid van de Kerk, als gave van communio

De apostel Paulus heeft op zijn persoonlijke manier voor de jonge Kerken het Evangelie van de vrede en de communio vertaald. Het begin en de bron van de kerkelijke communio is de liefde van Jezus Christus die niet geconditioneerd is door onze spirituele situatie.” Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren ” (Rom.5,6). Hij herneemt dit idee twee verzen verder onder de vorm van een spiritueel crescendo en hij zegt : ” God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren” (Rom.5,8). De eenheid van de Kerk is een gave van communio door de dood-verrijzenis van de Messias. Zij is als het beeld van de trinitaire eenheid dat gemanifesteerd is in het mysterie van het heil. De Kerk leeft van de theologia  in de economie. Wanneer Paulus ons aanspoort in de brief aan de Efesiërs om de eenheid van Geest te bewaren door de band van de vrede, dan vergeet hij niet dat deze inspanning is gerealiseerd omdat er “één enkele Heer is,één enkel geloof, één enkele doop, één enkele God en Vader van allen is die boven alles staat, en door allen in allen” (Ef.4,5-6).

 

Het is daar dat men bemerkt dat het leven van de drie-eenheid zich weerspiegelt in het kerkelijk leven.  Indien er dus een onenigheid is in een Kerk of tussen Kerken, dan is dit een aanslag bij de mensen van hun gelijkheid met de drie-eenheid. Paulus hoopt dat wij “allen tesamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man , tot de gehele omvang van de volheid van de Christus” (Ef.4,13). Hij stelt deze volmaaktheid van het geloof tegenover de ketterijen  die ons beloeren. Men wacht erop tot wanneer hij de ketterijen zou behandelen, maar hij spreekt alleen over het blijven in de liefde en hij nodigt ons uit om te groeien ” naar Christus toe. Hij is het hoofd”. Het lijkt erop dat voor hem de liefde de genezing van de ketterij inhoudt en de bron van de orthodoxie van het geloof. Er is nooit bij de apostel van de natiën een onafhankelijkheid tussen geloof, liefde en rangorde in de Kerk. De bronnen van éénheid  is voor hem tegelijk ook de handelende aanwezigheid van de Geest, van de Heer, de Vader (Ef.4,4-6) en de convergerende werkzaamheden van de ministeries (Ef.4,7-13). De ministeries zijn het werk van de Geest. Zij zijn in wezen een veelheid van ministeries en toch vormen zij een eenheid “Tot opbouw van het lichaam van Christus” (Ef.4,12). De Geest blijft de hypostase van de veelheid van de charismas en hun eenheid. Wij zijn in dezelfde économie van de Zoon en de Geest als in de kerkelijke éénheid en  verscheidenheid .

“Wij moeten alle schatten van de locale Kerken bewaren”

Door te mediteren over het mysterie van de Kerk zoals het bij Paulus naar voor komt, kan men begrijpen dat, in de éénheid van de Kerk de diversiteit van de Kerken niet verdwijnt omwille van de veelheid van Charismas van de diverse Kerken. Ik voeg eraan toe dat dit onderscheid niet formeel is in het corpus paulien, maar het fundament is er. Dit staat ons toe om te zeggen dat de verscheidenheid van gaven in de locale Kerken een gave van God is en dat niets de opslorping ervan, die een aanslag zou zijn op deze rijkdom door God gewild ,kan toestaan. De spirituele strijd zo bekeken bestaat erin de verscheidenheid in de rijkdom en het zien van de rijkdommen in de enige “schatkamer van alle goeds” waarvan het inleidende gebed tot de heilige Geest spreekt in de orthodoxe Kerk, te erkennen. Zo moeten wij dankbaar zijn voor de schoonheid van de gaven ontvangen door de patriarchaten en de verschillende autocephale Kerken. Ik weet ni
et of er verschillende manieren bestaan om de orthodoxie bij de Grieken, de Russen, de Arabieren en de anderen aan te voelen. Maar er is ongetwijfeld een veelheid van gevoeligheden in de benadering van dit of dat aspect van het kerkelijk leven. Gij kunt bijvoorbeeld, de exegese niet ontkennen wanneer gij u richt tot Arabische orthodoxen, omdat hun historisch en cultureel milieu in de eerste eeuwen vervuld is geweest van exegese en enige tijd daarna verrijkt is geworden door de griekse filosofie. Zelfs indien alle orthodoxen in gelijke mate van de liturgie houden, is het onloochenbaar dat de Russen leven van de zang, met zeer lange diensten, met muziek en de schoonheid van iconen… Deze schatten moet men bewaren in de locale Kerken. Er is een spirituele strijd aan de gang met het oog op het behoud van al onze schatten.

In een bredere visie : het Westen is het Westen en het Oosten is het Oosten, en zij kunnen en moeten Christus ontmoeten zonder hun inculturatie te verliezen. Het is niet wenselijk dat de soberheid van de westerse liturgie zou verdwijnen om de glorie van Byzantium na te streven. Wij moeten er voor vechten dat de romeinse Kerk de betekenis  van haar hiërarchische orde behoudt. Men moet voor ogen hebben hoe de Heer de romeinse Kerk mooier maakt. Wij moeten gevoelig worden voor haar grote godsvrucht, voor haar ernst bij de behandeling van de geschiedenis en de cultuur, voor haar vaste wil om religieuzen en priesters aan te trekken. Niets in de beschaving waarin zij leeft ontsnapt aan de analyse van het geloof. Wij kunnen niet meer ontkennen met wat de Heer de Kerken uit de reformatie allemaal heeft begiftigd. Het Woord van God belevend toont  duidelijk de liefde aan die de protestanten hebben onderhouden voor de persoon van Jezus. Deze constante zorg om de Bijbel te bestuderen is een legaat voor ons allen. De Kerk van de Vaders was ook bijbels en liturgisch. De broederlijke correctheid dringt zich op.

“De schat in aarden vaten”

Ik herneem Paulus die zo dikwijls spreekt over het gebed voor de Kerk en de Kerken. “Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt voor alle heiligen”(Ef.6,18-19). Hij smeekt dus klaar en duidelijk over alle gelovigen, de één voor de ander(…) Wanneer een gemeenschap leert dat een ander zich in droefheid bevindt, dan kan dit voor de medebroeders een oorzaak zijn van fysische of morele beproevingen. Dit wordt rechtstreeks uitgedrukt met het begrip  koinonia(…)  Echter, ondanks de schoonheid van de eucharistie en om de uitdrukking van de liturgie na het anafoor te hernemen, ondanks het feit dat zij “de vervulling is van het Koninkrijk”, de schat blijft in aarden vaten. De broosheid van de mensen verbergt het mysterie. De conflicten in de Kerk zijn van alle tijden, omdat niet alle gelovigen tot de heiligheid wensen te komen. Indien het heil daar nog niet is, indien de theôsis de gemeenschap niet ononderbroken transfigureert, dan zullen wij de schat niet behouden en bevestigen wij onze natuur als fragile vaten.

Vanaf de eerste tijd van de Kerk van Korintië, spreekt Paulus over de verdeeldheden en zijn twisten. De apostel zegt dat de gelovigen  een verschillende persoonlijke loyaliteit hadden : “Ik ben van Paulus”, en “ik ben van Apollo”, en “ik ben van Kephas, ” en ik, van Christus” (1 Kor.1,12) (…) De situatie is nog erger in Galatië :” Ik sta verbaasd dat gij zo spoedig afvalt van Hem die u riep tot de genade naar een ander evangelie; maar er is geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen perverteren”(Gal.1,6-7). Er is daar een wanorde op het vlak van het onderricht, de wil om een ander evangelie te prediken dan dat van Paulus. Hier, zoals bij de Kortntiërs schrijft hij : “Mij moge God ervoor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld” (Gal.6,14) (…)

“Weten te luisteren naar wat de Heer zegt tot de Kerken”

In de spirituele strijd voor de eenheid van de Kerk staat de geloofwaardigheid van de Kerk op aarde in functie van haar getuigenis van de kerkelijke communio. Welnu, de kerkelijke communio heeft een taal, deze van de vriendschap vooreerst. De vriendschap is de minimuumeis die wij kunnen verwachten om een evangelische taal te spreken, het is de voorwaarde om een kerkelijk wezen te zijn , die noodzakelijk op de zending is gericht.

De eerste zorg van het ware geloof is uitgedrukt door het woord van de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos : ” Laten wij elkaar beminnen opdat wij in dezelfde geest de Vader, de Zoon en de heilige Geest zouden belijden” In het vooruitzicht van  een goede gesteldheid in het geloof, laat ons “gevoelens van medelijden, goedheid, nederigheid, zachtheid, geduld, de één de ander verdragend (…) mekaar vergeven,  cultiveren”(Koll.3,13-13). Het is in deze gesteldheid dat wij van mekaar kunnen  leren om het Woord van God te beluisteren. Met andere woorden, aanvaarden om eerst leerlingen van Christus te worden door te luisteren wat de Geest zegt doorheen de broeder of zuster. Dat diegene die woorden van God heeft , ze uitspreke. De gave van God moet gedeeld worden opdat de Kerk zou leven. De gehoorzaamheid aan de Heer vereist dat wij zijn wil herkennen die hij in de harten van zijn welbeminde leerlingen heeft gelegd. Dit vereist een grote nederigheid van allen, en vooral van de leden van het episcopaat, die moeten weten te luisteren  naar wat de Heer zegt tot de Kerken, ’t is te zeggen, dikwijls tot leken met een zuiver hart die dikwijls de heilige schrift lezen en bestuderen. Van de kant van bisschoppen en priesters : God kiest wie hij wilt en deelt hen de mysteries van het Koninkrijk  en het woord mede dat ons versterkt in het vandaag van God.

Een ander heilsmysterie van de ganse Kerk is de gemeenschappelijke diakonia van de armen, die ons de zekerheid geven dat wij dezelfde Christus in hen dienen. Wij moeten in herinnering brengen dat het aan de armen is dat het Koninkrijk der hemelen is gepredikt, zij zijn  de kleine broeders van Jezus en hun weide is God. Er is voor ons geen hemelse voeding als wij geen leven van delen met hen leiden. Zij zijn het altaar waarop wij een verhevener  offer aanbieden dan dat wat wij offeren op het altaar van de liturgie, om een inspirerende gedachte van Johannes Chrysostomos  te hernemen.

Ten slotte, het is deze weg van onthechting die voorbereidt op de eenheid, wij kunnen slechts in God gefundeerd zijn als wij verzaakt hebben aan onze eigen persoonlijke belangen en onze godsvruchtige hoogmoed. De waarheid zal u kronen en dient uw historische ijdelheid niet, wat de bekoring ook mag zijn. In deze zin spreekt Paulus van hen die “hun eigenbelang zoeken, niet die van Christus Jezus” Filipp.2,21). In dezelfde zin vermeldt hij ook diegenen die christus “verkondigen uit nijd en strijd” ( Filipp. 1,15), en dit in contrast met Christus die” die zich van Zichzelf heeft ontdaan  en het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden, en als mens verschenen heeft hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een Kruis” (Filipp.2,7-9).

 

“Heiligheid en éénheid vormen een geheel”

De kénose is onze w
eg naar onze voortdurende verrijzenis in Christus in een leven van gebed voor de ganse Kerk.” God schept behagen in de gebeden van allen die de vrede liefhebben. Het grootste offer aan God opgedragen is onze vrede, het is onze broederlijke eendracht; want door de éénheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is het volk één” (heilige Cyprianus van Carthago).

Dit brengt er ons toe te zeggen dat de spirituele strijd en de éénheid van de Kerk één geheel vormen. Een strijd van iedereen en van alle Kerken voor de Kerk van God. Een strijd door het bevrijdend woord en de heiligheid van leven. Heiligheid en éénheid vormen één geheel. De enige bezorgdheid voor de éénheid is in feite een theologisch redevoering in de enge betekenis van het woord,  terwijl de spirituele strijd de éénheid benadert in de diepte vanuit het leven in Christus, dat niets anders is, door onze verrijzeniservaring, dan onze  in met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wat voor hindernissen op deze weg ! Wij hebben ze naar voor gebracht. Het doel van deze ascese en deze goddelijke contemplatie op onze weg naar een ultiem einde in de glorie is, dat wij de echte heiligheid vragen voor onze Kerk en al dezen die de Drie-eenheid aanroepen, die alle gemeenschappen tot “kerk-maakt” die waarachtig in de Drie-eenheid geloven. Indien wij leven vanuit de gemeenschap van de goddelijke personen, dan proeven wij reeds de goddelijkheid in haar geheel en het Koninkrijk is dan midden onder ons.

Een waarachtige éénheid is dan reeds gerealiseerd, in het bijzonder tussen de Roomse Kerk en de orthodoxe. Nochtans, Rome is uitgenodigd om duidelijkheid te brengen over het vraagstuk te weten of de banvloek die uitgesproken is over de anti-infaillibilisten (oud-katholieken)ook op de orthodoxen van toepassing is. Indien de orthodoxen geen object uitmaken van een veroordeling, dan blijven zij trouw aan hun theologie en het romeinse dogma wordt voor hen een theologoumenon (’t is te zeggen een afzonderlijke theologische opinie, lokaal, geen dogma). Ik weet niet of dit mogelijk is. Maar als een geestelijke strijd moet worden geleid door de Kerk van Rome, dan is het wel deze. Indien ons voorstel denkbaar is, dan maken wij ons voor niets ongerust. Het essentiële van onze onderlinge afwijking zal dan zijn opgegeven. Het schisma die ons nu scheidt zou slechts een breuk zijn in het binnenste van de ene Kerk.

Het belangrijkste is van alles tesamen te overdenken voor de glorie van God die het lichaam van Christus bekleedt. Ja of neen, zijn wij in een waarachtige communio en niet slechts in een bijna – communio ? Waarom geven wij ons vandaag de vredeskus, opdat de enige strijd er niet meer in zou bestaan om de éénheid na te streven, maar om te verkondigen en te zingen ?

Vertaling : Kris Biesbroeck

In memoriam Patriarch Pavle

In memoriam van patriarch Pavle

Zijn ziel vertoeve bij de rechtvaardigen – Auteur Juri Maximov gedenkt Zijne Heiligheid patriarch Pavle van Servië.

Patriarch Pavle heb ik persoonlijk nooit gezien, hoewel ik sinds lang van hem gehoord heb. Ik bezocht Servië voor het eerst in de herfst van 2006. Ik wou Zijne Heiligheid erg graag zien, vooral omdat, voor zover ik wist, hij normaal volledig toegankelijk was. Ik verwachtte geen audiëntie, maar hoopte eenvoudig om met mijn eigen ogen naar een heilige mens van onze tijd te kijken en zijn zegen te ontvangen, en dat alleen zou een vreugde zijn. Maar dat gebeurde niet. In de herfst van 2006 ging zijn gezondheid achteruit, en bij mijn latere bezoeken werd het steeds erger. Ik was duidelijk onwaardig om Zijne Heiligheid Pavle te zien.

In Servië hoorde ik van betrouwbare mensen veel merkwaardige verhalen over hem, die ik zou willen delen. Zijne Heiligheid patriarch Pavle is een uniek fenomeen voor onze tijd; daarom zou het uiteraard zinloos zijn om hem tot maatstaf te maken voor andere patriarchen, net zoals om bijvoorbeeld de H. Filaret de barmhartige of de H. Alexios, de mens Gods, tot maatstaf van de meerderheid van de hedendaagse leken te maken. Iedereen heeft zijn eigen standaard en zijn eigen soort geestelijke strijd. Me dunkt moeten we gewoon blij zijn dat er in de orthodoxe Kerk zo’n persoon was en is tijdens ons leven.

Het is welbekend dat de Servische patriarch, zelfs wanneer hij zijn hoge rang opnam, zijn ascetische geestelijke strijd voortzette en ernaar streefde bescheiden te leven; hoewel dat voor hem in zijn aard lag, zonder overwogen affectatie. Hij liep te voet door de stad en nam het gewone openbaar vervoer onder de mensenmassa’s, was niet hebberig, en at zo weinig als de oude woestijnvaders; gewoon omdat hij zo was.

Mevr. Jana Todorovic vertelde me een verhaal over haar zuster. Om een of andere reden was ze op een receptie bij de patriarch. Bij het bespreken van zaken, keek ze toevallig naar de voeten van de patriarch en was geschokt door het uitzicht van zijn schoenen: ze waren oud, gescheurd, en dan hersteld. De vrouw dacht: “hoe beschamend voor ons, Serviërs, dat onze patriarch moet rondlopen met kapotte schoenen; kon niemand hem nieuwe schoenen geven?”. De patriarch zei vrolijk: “kijk eens wat een goede schoenen ik heb! Ik vond ze bij de vuilbakken toen ik naar het patriarchaat ging. Iemand had ze weggegooid, maar ze zijn van echt leer. Ik kalefaterde ze wat op en, kijk, ze kunnen nog lange tijd dienen”.

Een ander verhaal hangt samen met diezelfde laarzen. Een vrouw kwam naar het patriarchaat met het verzoek om de patriarch te spreken over iets dringends, waarover ze hem persoonlijk moest spreken. Dit verzoek was ongewoon en ze werd niet onmiddellijk toegelaten, maar haar aandringen bracht wat op, en er kwam een audiëntie. Toen ze de patriarch zag, zei de vrouw erg opgewonden dat ze die nacht van de Moeder Gods had gedroomd, die haar zei om geld naar de patriarch te brengen zodat hij zich nieuwe schoenen kon kopen. Patriarch Pavle nam de envelop niet aan en antwoordde liefdevol “hoe laat ging u slapen?”. De vrouw vroeg verwonderd “wel… rond elf uur”. “Weet u, ik ging later slapen, rond vier uur ’s morgens”, antwoordde de patriarch, “en ik droomde ook over de Moeder Gods, die mij vroeg om u te zeggen om het geld te nemen en het aan hen te geven die het echt nodig hebben”. Hij nam het geld niet aan.

Eens vielen Zijne Heiligheid patriarch Pavle bij het naderen van het patriarchaal gebouw veel auto’s op bij de ingang, en hij raakte benieuwd naar hun eigenaars. Er werd hem verteld dat die auto’s van de bisschoppen waren. Daarop antwoordde de patriarch met een glimlach: “Als zij, die het gebod van de Verlosser over bezitloosheid kennen, zo’n auto’s hebben, stel u dan eens voor welke auto’s ze zouden hebben als dit gebod niet bestond!”

Een andere keer vloog de patriarch ergens naartoe op bezoek. Terwijl ze over de zee vlogen, kwam het vliegtuig in een turbulentiezone terecht en begon het te schudden. Een jonge bisschop die naast de patriarch zat, vroeg wat hij zou denken als het vliegtuig zou neerstorten. Zijne Heiligheid Pavle antwoordde kalm: “voor mij persoonlijk, zou ik dat zien als een daad van gerechtigheid: ik heb in mijn leven zoveel vis gegeten dat het geen verrassing zou zijn, moesten zij mij nu opeten”.

Het zou geen slecht idee zijn om een deel te citeren van een gesprek tussen Nikolaj Kokuhin en diaken Neboisa Topolic:
“Door Gods genade hebben we zo’n geestelijke herder als Zijne Heiligheid patriarch Pavle… Hij leidt een ascetisch leven en is een levend voorbeeld van een evangelische herder. Hij leeft – in de volle zin van dit woord – in Christus… Als een orthodoxe monnik vast hij, dit is: hij eet geen vlees, en volgt een heel strikte vasten op maandag, woensdag en vrijdag… Hij viert de Liturgie elke morgen in een kleine kapel in het gebouw van het patriarchaat. Er is daar geen koor, en alleen de parochianen zingen…

Hij kleedt zich zelf aan voor de dienst en kleedt zich na de dienst uit, hij neemt zelf de biecht af van zijn parochianen en geeft hen zelf de communie. Hij heeft dezelfde rasso en soutane gedragen uit de tijd van zijn wijding in de engelenorde (en dat was vijftig jaar geleden). Hij vervangt ze niet. Hij wast, strijkt en plooit ze zelf. Hij maakt zijn eigen eten klaar. Hij vertelde mij ooit dat hij zich een goed paar laarzen gemaakt had van dameslaarzen. Hij heeft alle werktuigen om laarzen te herstellen; hij kan alle schoenen zelf maken. Hij dient vaak in verschillende kerken, en wanneer hij ziet dat een priester een gescheurde rasso of felonion heeft, zegt hij hem: “breng het, en ik zal het maken”… In de buurt van zo’n persoon zijn, is een grote zegen voor de opvoeding van de ziel, voor geestelijke groei”.

Voor dit alles is patriarch Pavle doctor in theologie (hij ontving dit vooraleer patriarch te worden), en de auteur van verschillende boeken: een monografie over het Klooster van de H. Joanikije te Devic [Kosovo], en het driedelig [werk] “Enkele Geloofsvragen Verduidelijken”, waarvan verschillende uittreksels in Russische vertaling verschenen.

[…] Patriarch Pavle heeft herhaaldelijk verzocht om zich om gezondheidsredenen te mogen terugtrekken, maar de laatste bisschoppensynode besliste dat hij het geestelijk hoofd zal blijven van de Servisch-orthodoxe Kerk tot zijn dood. Patriarch Pavle stond erg dicht bij de mensen, en de mensen hielden erg van hem. Hij is zelfs voor de Servisch-orthodoxe Kerk een unieke figuur, en de volgende patriarch zal uiteraard anders zijn.

Predrag Miodrag, die de patriarch goed kent, zei, in een ander kort artikel over Zijne Heiligheid, het volgende:
“Hij is heel toegankelijk. Toen zijn zus nog leefde, wandelde hij vaak te voet naar haar huis. Hij ging over het algemeen graag te voet, zonder escorte. Om het even wie kan hem benaderen en met hem spreken. Hij ontvangt elke dag bezoekers in zijn residentie. Mensen kunnen naar hem toe gaan met hun noden en kleine vragen, en hij vindt voor elk van hen een troostend woord.
Hij staat vroeg op en, wanneer iedereen nog slaapt, viert hij de Liturgie, waarbij hij voor het hele Servische volk bidt. Heel Servië zit in zijn hart. Hij is klein van gestalte, maar groot van geest. Hij heeft dunne vingers, maar wanneer hij me
t die vingers het kruisteken vormt, vluchten legioenen demonen; hij draagt dunne katoenen gewaden, maar onder die gewaden is de ziel verborgen van een dappere krijger. De mensen zeggen: ‘Dit is onze engel, die ons beschermt en verdedigt'”

Juri Maximov
06.12.2009