Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

(Ascetisch essai van de heilige bisschop Ignace Briantchaninov)

ignatius_Brianchaninov_the_Bishop 30e april
 

“Laten wij de mens maken naar Ons Beeld en Onze gelijkenis!” Dit is de mysterieuze raad die de heilige Drie-eenheid, onze God doet weerklinken in en met Zichzelf door de schepping van de mens. Aldus is de mens het beeld en de gelijkenis van God ! aldus is God, in zijn grootheid, onbereikbaar en staat hij boven elk beeld. Het is weergegeven in de mens, helder en met luister. Weerspiegelt de zon zich niet in een nederige druppel water ?

De menselijke natuur is naar het beeld van de goddelijke natuur. Dat wat de mens anders maakt dan een dier, dat wat hem gelijk maakt aan de engelen, is zijn geest. De eigenschappen van de menselijke geest, wanneer hij nog in zijn staat van zuiverheid en onschuld verkeerde, zijn volgens de gelijkenis met God. God heeft vanuit zijn almachtige Rechtschapenheid deze gelijkenis geboetseerd in de mens. Hij staat boven elke gelijkenis en elke vergelijking !

Wat is de mens ? Een volmaakt wezen, vervuld met alle waardigheid en alle schoonheid. De Almachtige heeft ter zijner intentie van de zichtbare natuur, welke hij totaal bestemd had om hem te dienen, een buitengewone omgeving gemaakt. Wanneer hij alle andere wezens vanuit het niet tot het bestaan heeft gebracht, heeft Hij zich tevreden gesteld met een almachtige orde; maar wanneer hij het grote werk van de schepping van de wereld door de schepping van de meest verfijnde en de meest vervulde van alle schepselen heeft volbracht, dan heeft hij deze act doen voorafgaan met een raad…..

De imposante materie die vóór de mens geschapen is, met haar oneindige diversiteit, is niets anders (wij durven dit bevestigen want het is de waarheid) dan een voorbereidende schepping. Een aardse koning is bezorgd om een zaal te vinden om er zijn portret in op te stellen. Op dezelfde wijze is het bij de Koning der koningen. Hij heeft de zichtbare natuur en al haar schoonheid, schitterend en bewonderenswaardig,voorbereid om er Zijn Beeld in te plaatsen, ultieme oorzaak van alles wat er is voorafgegaan. Anderzijds, na de schepping van de wereld heeft God datgene wat Hij had gemaakt bewonderd en zag dat het goed was (Gen 1,25). Maar na de schepping van de mens, nadat hij opnieuw datgene wat Hij had geschapen bewonderde, vond Hij Zijn schepping  beëindigd, volmaakt, volledig, Hij zag alles wat Hij geschapen had en zie het was zeer goed (Gen.1,31).

Mens, begrijp dus je waardigheid ! Bekijk de grasvelden en de landerijen, de grote rivieren, de immense zeeën , de hoge bergen, de prachtige bomen, alle dieren van de aarde en alle die zich verplaatsen in de wateren, de maan, de zon en de hemel : dit alles is voor u, tot uw dienst ! En als extra, buiten de wereld die wij zien, is er ook een onzichtbare wereld voor onze ogen, onvergelijkbaar hoger dan de zichtbare wereld : en deze onzichtbare wereld is ook geschapen voor de mens !

Hoe heeft God Zijn beeltenis geëerd !… En welk edele bestemming heeft hij ervoor voorzien ? De zichtbare wereld is niets anders dan de wachtkamer van een onvergelijkbaar uitgestrekt en mooi verblijf. Het beeld van God verblijft in deze wachtkamer om bekleed te worden met de definitieve kleuren, om zo veel mogelijk te gelijken op haar al heilig en volmaakt Origineel : Zij zou kunnen, door de schoonheid en de fijnheid van deze gelijkenis , doordringen in het paleis waar het Originele zich onuitsprekelijk laat kennen, en die  Zijn Oneindigheid onuitsprekelijk  beperkt om toegankelijk te zijn voor Zijn redelijke schepselen en wel-beminden.

Het beeld van God-Drie-eenheid is de trinitaire mens. Men vindt in de ziel van deze laatste drie krachten, die deze ziel kenmerken.

Onze gedachten en onze spirituele waarnemingen tonen ons met alle zekerheid het bestaan van het verstand, of het intellect , dat volstrekt onzichtbaar en onbegrijpelijk is. Het past hierbij te verduidelijken dat de Heilige Schrift en de Geschriften van de Vaders, het woord geest dikwijls als de ziel in het algemeen aanduidt, en dikwijls één van de machten  van de ziel, het intellect of de machten van het woord. Maar algemeen gesproken, geven de Vaders aan de ziel deze drie bijzondere machten : het intellect (of de rede), de gedachte ( of het woord), en de geest. De geest is de bron en de oorsprong van de gedachte, zoals de spirituele waarneming. De geest duidt de bekwaamheid aan om het spirituele waar te nemen (Bij sommige auteurs kan men het woord geest door het woord intellect vervangen; wij gebruiken het ook om de geschapen geesten aan te duiden).

Van nature is onze ziel het beeld van God. En zelfs na de zondeval blijft de ziel het beeld van God ! Zelfs als men in de vlammen van de hel zijn geworpen blijft de ziel het beeld van God ! Zo is de leer van de heilige Vaders. De Heilige Kerk zingt in haar heilige hymnen : “Ik ben het beeld van Uw glorie, zelfs al draag ik de tekenen van de zonde”.

Ons intellect is naar het beeld van de Vader, onze gedachte (wij noemen gewoonlijk gedachte, elk woord dat niet is uitgesproken) naar het beeld van de Zoon, onze geest naar het beeld van de Heilige Geest. Op dezelfde wijze als in de Drie-eenheid, zijn de Drie Personen samengesteld zonder verwarring noch verdeling, een enig Goddelijk Zijn., in de trinitaire mens vormen deze drie “personen” één enkel zijnde, zonder verwarring nog verdeling in drie zijnden.

Ons intellect doet ontstaan en geeft onophoudelijk geboorte aan de gedachte. Eénmaal geboren, houdt de gedachte niet op om opnieuw geboren te worden, en terzelfdertijd is zij reeds geboren, verborgen in het intellect. Het intellect kan niet bestaan zonder de gedachte, en de gedachte zonder het intellect. Het begin van het ene is noodzakelijk het begin van de andere. Het bestaan van het ene is noodzakelijk het bestaan van het andere.

Op dezelfde wijze, komt de geest voort uit het intellect en draagt bij aan de gedachte. Elke gedachte heeft zijn geest, het bestaan van het eerste is noodzakelijk vergezeld van het bestaan van het tweede. Het bestaan van het ene en het andere tonen ons het bestaan van het intellect.

Wat is de geest van de mens ? het is de verzameling van gevoelens uit het hart die toebehoren aan de redelijke en sterfelijke ziel, en die niet bestaat in de ziel van een dier.

Het hart van de mens verschilt van het hart van de dieren door zijn geest. Het dier heeft waarnemingen die uit het bloed en de zenuwen komen, maar hij heeft geen spirituele waarneming. Deze daad van het goddelijk beeld is het erfdeel dat exclusief voor de mens is. De kracht van de mens is dus in zijn geest.

Ons intellect, onze gedachte en onze geest, omwille van de gelijktijdigheid van hun afkomst en hun wederzijdse relaties, zijn naar het beeld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de mede-eeuwige Drie Personen, zonder begin, gelijk in eer en van dezelfde natuur
. Diegene die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, kondigt de Zoon aan, Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (Joh.14,9-10). Men kan spreken in dezelfde termen van het menselijk intellect en zijn gedachte.  Het intellect, onzichtbaar uit zichzelf, openbaart zich door de gedachte; diegene die kennis genomen heeft van de gedachte, heeft kennis genomen van het intellect die deze gedachte heeft voortgebracht.

De Heer heeft de Heilige Geest genoemd : heilige macht vanuit de hoge, Geest van Waarheid (Luc 14,49; Joh.14,17). De waarheid is de Zoon, de geest van de mens heeft ook de eigenschappen van deze Macht : hij is de geest van de gedachte van de mens,  zij is waar of vals. Deze geest verschijnt in elke geheime beweging van het hart, in elke wijze van denken, in elke daad van de mens,het is  de geest die de mens heeft geleid in zijn actie.

De barmhartige Heer heeft elke mens getooid naar Zijn Beeld en Zijn gelijkenis. Bestaan naar het beeld van God is de natuur zelf van elke ziel. Maar de gelijkenis is het bezit van de ziel. Van nature is de Schepper eeuwig, wijs, goed, onvergankelijk, heilig, vreemd aan elke passie en elke zonde, aan elke idee en waarneming van de zonde. De mens, van zijn kant, werd ook geschapen naar het beeld van God.

Een handig schilder schets eerst de vormen en de trekken van het gezicht waarvan hij een portret wil maken. Vervolgens geeft hij aan het gezicht en aan de klederen de kleur van het origineel, en zo voltrekt zich de gelijkenis : het beeld werd zo in alle dingen begiftigd met de gelijkheid met God. Indien dit niet het geval was, dan zou het resultaat onvolledig zijn, God onwaardig, en God zou zijn objectief hebben gemankeerd.

Maar helaas, driemaal helaas ! Ween hemelen, en gij zon, de sterren , de aarde en alle aardse schepselen ! Ween, ganse natuur ! Heilige engelen, weent ! snikt met bitterheid en wees ontroostbaar ! Trek de rouwklederen aan ! Het onheil is vervuld, het enige onheil dat de verdienste heeft om onheil te worden genoemd : het beeld van God is gevallen ! Geëerd  door de vrije wil en verleidt door de gevallen engel, heeft de mens gecommuniceerd met de gedachten van duistere geesten en met de vader van de leugen en alle kwaad. Deze communicatie wordt gemanisfesteerd door een act : de scheiding met de goddelijke wil. En Ecclesiasticus zegt met juistheid dat datgene wat krom en gebogen is niet meer recht kan gemaakt worden , datgene wat ontbreekt kan er niet meer bij gerekend worden (Prediker.1,15).

De ontregeling van het beeld en de gelijkenis kan gemakkelijk  geobserveerd worden in elk van ons. De schoonheid van de gelijkheid, die bestaat uit het verbond van alle deugden, werd besmet door de talrijke passies en de slechte adem. De trekken van het beeld zijn hun eerste regelmaat verloren : hun wederzijds akkoord. De gedachte en de geest strijden met elkaar, zij houden op om het intellect te gehoorzamen, zij richten er zich tegen op. Hijzelf verblijft in een blijvende vertwijfeling, in een vreselijke duisternis die God in hem verduisterd, alsook de weg die naar God leidt, de heilige en onfeilbare weg.

Deze ontregeling van het beeld en de gelijkenis wordt vergezeld van een verschrikkelijk lijden. Het volstaat voor de mens om zich lang genoeg te concentreren op zichzelf in de eenzaamheid om zich ervan te overtuigen dat dit lijden permanent is, hoewel het kan afnemen of opgewekt worden, het kan verdrukt worden of niet.

O mens ! Uw verstrooiing en uw plezier verraden het lijden die in u broedt ! Gij zoekt om het te doen verdrinken in de kelk van het luidruchtige lachen en van de vermakelijkheden zonder einde. Ongelukkig ! Vanaf het moment dat je één minuut van waakzaamheid vertoond, wordt gij opnieuw overwonnen door dit lijden die gij trachtte te overwinnen. Maar weet dat de ontspanning het voedt en versterkt. Na te hebben uitgerust in de schaduw van het tekort aan waakzaamheid , bloeit het lijden weer op met een grotere kracht, als een getuige die in de mens woont, de getuige van zijn val.

Het lichaam van de mens is ook gekenmerkt door het zegel van de val. Vanaf de geboorte kent hij  vijandigheid. Hij vecht tegen alles wat hem omringt en tegen de ziel zelf die in hem leeft. Alle elementen vallen hem aan. Op het einde van het leven, uitgeput door innerlijke en uiterlijke strijd, gegrepen door ziekte, en geknecht door de ouderdom, valt hij onder de valsheid van de dood en wordt tot stof herleid, alhoewel hij als onsterfelijk is geschapen.

Maar opnieuw manifesteert zich de grootheid van de mens als beeld van God ! Ze manifesteert zich in de val zelf doorheen het instrument die het onttrekt aan deze val : God heeft Zijn Beeld op Zich genomen, op één van Zijn goddelijke Personen ! God is mens geworden om Zijn beeld aan de val te onttrekken, het opnieuw in ere te herstellen in zijn oorspronkelijke glorie, en meer nog, het te verheffen naar een onvergelijkbare hoogte die de zijne was tijdens de schepping!

De Heer is rechtvaardig in Zijn barmhartigheid. Door de Verlossing te verzekeren, heeft Hij Zijn beeld geëerd meer nog dan Hij het deed tijdens de schepping, want de mens had zelf zijn val niet beraamd : het is de gevallen engel die heeft teweeggebracht uit afgunst, en bedrogen door het kwade onder het masker van het goede.

Elke Persoon van de Heilige Drie-eenheid heeft deelgenomen aan het werk van de incarnatie, elk volgens zijn  eigenschap. De Vader blijft degene die voortbrengt, de Zoon wordt geboren, de Heilige Geest bekleedt de mensheid. Door Hem treedt de Heilige Drie-eenheid in communio met ons intellect en onze geest.

De Zoon en het Woord van God is geïncarneerd. Dus is onze gedachte verbeterd, gezuiverd door de Waarheid. Onze geest is bekwaam geworden om te communiceren met de heilige Geest. Deze geest, die de eeuwige dood heeft gedood, is levendig geworden door de Heilige Geest, en ons intellect heeft toegang gekregen tot de kennis en het zien  van de Vader.

De trinitaire mens is genezen door de God-Drie-eenheid. Door het Woord is de gedachte genezen, zij is verwezen naar de wereld van de leugen en de valstrik naar die van de waarheid. Door de Heilige Geest is de geest geanimeerd, hij is overgegaan  van de vleselijke gewaarwordingen  van de ziel naar de spirituele waarnemingen. De Vader verschijnt aan het intellect en onze geest wordt geest van God : wij hebben de gedachte van Christus (1 Kor.2,16) zegt de Apostel.

Voor de komst van de Heilige Geest, vraagt de mens die dood is door de Geest : Heer, toon ons de Vader !(Joh14,8). Na het ontvangen van de Heilige Geest en de kinderlijke adoptie, zal de mens, geanimeerd door de nieuwe geest en gekeerd naar God en zijn heil, zich tot de Vader richten onder de actie van de Heilige Geest zoals tot iemand die wij kennen, en hij zal hem zeggen : Abba, Vader ! (Rom.8,15)

Het gevallen beeld wordt hersteld in  het Heilig Doopsel. De mens, wordt door het water en de geest geboren tot een nieuw leven. Vanaf het doopsel, zal de Geest, die zich verwijderd had van de mens door de zondeval, deelnemen aan zijn aards leven. Door het berouw geneest hij de wonden die de zonde  heeft geopend na zijn Doopsel, en brengt alzo het heil toegankelijk tot de laatste a
dem.

De schoonheid van de gelijkheid is hersteld door de Geest; zij is ontwikkeld en vervolmaakt door de  vervulling van de evangelische geboden. Het model en de volheid van deze schoonheid is niets anders dan de God-Mens, onze Heer Jezus Christus. “Wees mijn navolgers zoals ik het ben in Christus” (1 Kor.2,1), zegt de apostel. Door deze woorden  roept hij de gelovigen op om de gelijkenis in zichzelf te vestigen en te vervolmaken. Hij toont ons aan wat voor de nieuw geschapen en vernieuwde mens door de verlossing Zijn Heilig Model is voor de volmaaktheid : “Bekleedt u met de Heer Jezus Christus” (Rom.13,14).

De Heilige Drie-eenheid, onze God, door de verlossing van de mens, Zijn beeld, offert ons zo een mogelijkheid om te slagen in de vervolmaking en de gelijkenis, dat deze gelijkenis gaat tot aan de transformatie in eenheid met het Originele, een vereniging van het arme schepsel met zijn totaal volmaakte Schepper.

Hoe bewonderingswaardig en wonderlijk is het beeld van God ! God schittert en handelt door dit beeld ! De schaduw van de Apostel Petrus genas ! Hij die hem verloochend had stierf alsof hij God zelf had belogen !  Het linnen zelfs van de Apostel Paulus vervulden de tekenen ! Het gebeente van de profeet Eliséus stond op uit de dood waarvan de de resten van de Pneumatophore  reeds lang in het graf lagen, en dit door de eenvoudige onoplettendheid van de   grafbewakers !

De uiteindelijke gelijkenis, de vereniging met God, wordt bereikt en bevestigd door het onderhouden van de evangelische geboden. ” Blijf in Mijn en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets” (Joh.15,4-5). 

De gelukzalige vereniging wordt verleend, wanneer een gezuiverd geweten door de verwijdering van elke zonde en door de geboden van Christus, de christen communiceert aan het heilige lichaam en aan het bloed van Christus, en dus aan Zijn goddelijkheid die ermee gepaard gaat. “Hij die mijn vlees eet en mijn Bloed drinkt blijft in Mij en ik in hem”Joh.6,56)

Redelijk Beeld van God ! Onderzoekt tot welke glorie en welke eer gij zijt geroepen en bestemd door God ! De onbegrijpelijke wijsheid van de Schepper heeft u toegestaan te beschikken over uw eigen wil : is het mogelijk dat gij niet waardig wilt blijven om Beeld van God te zijn, wilt gij de gelijkenis vernielen en kapotmaken, zoekt gij om te gelijken op de duivel en u te verlagen tot de waardigheid van de beesten ?

God heeft niet tevergeefs zijn goederen uitgestort. Hij heeft niet tevergeefs de wonderlijke schepping verricht, Hij heeft niet onnodig de schepping van Zijn beeld geëerd door een voorafgaandelijke voorwaarde, Hij heeft  niet onbewust  dit beeld vrijgekocht na de val door Zichzelf te offeren ! Hij zal geen rekenschap vragen voor dit alles. Hij zal oordelen hoe zijn weldaden werden gebruikt, hoe Zijn Incarnatie is gewaardeerd, en hiermee het vergoten Bloed voor onze verlossing.

Ellende voor de schepselen die de weldaden van God zullen hebben versmaad, hun Schepper en Redder ! Het eeuwig vuur, een onblusbare vuurgloed     zonder bodem, aangestoken sinds lang, en bereid voor de duivel en zijn engelen en die wacht op de bedorven ,nutteloos geworden beelden. Daar zullen zij eeuwig branden, zonder te verteren.

Broeders  , zolang wij op deze aarde zullen rondwandelen, zolang wij in deze zichtbare wereld zijn, wachtkamer voor de eeuwigheid, laten wij ons inspannen om de  gegraveerde lijnen van het beeld door God in onze ziel te herstellen ! Laten wij aan de nuances en de kleuren van de gelijkheid schoonheid, levendigheid en frisheid geven ! En God, na de vreselijke beproevingen, zal ons waardig achten om in Zijn eeuwig paleis binnen te gaan, in Zijn eeuwige dag, in het feest en de eeuwige triomf !. 

Herneem de moed, mensen van weinig geloof ! Doe inspanningen, luiaards !  Deze mens die aan ons gelijk geworden is door zijn passies, die in zijn blindheid eertijds   de kerk vervolgde, die vooral de tegenstander en de vijand van God was, en die  zoveel deed om na zijn bekering in hem het beeld te herstellen. Deze mens vervolmaakt zo goed de gelijkheid zodat hij kan zeggen over zichzelf : “Niet meer ik ben het die leef, het is Christus die leeft in mij” (Gal.2,20).

Dat niemand twijfele aan de echtheid van deze stem ! Deze stem is zo vol van de Heilige Waarheid, de Heilige Geest werkt er zodanig mee samen, dat de doden verrezen, de demonen de mensen verlieten  die zij deden lijden en deed hun fantasieën zwijgen. De vijanden van het Licht verloren het licht van hun ogen, de heidenen verwierpen hun idolen, zij erkenden God als de ware God, en zij aanbaden Hem !  

Vertaling : Kris Biesbroeck

                                                                        

 

.

Gregorios de Thaumaturg : Hij sprak, en zegende God

 

Homilie toegekend aan St. Gregorius de Thaumaturg (ca. 213 – ca. 270), bisschop
Homilie over de heilige Theofanie, 4 ; PG 10, 1181

“Hij sprak, en zegende God”

     

 [Johannes de Doper zei:] “In uw aanwezigheid, Heer Jezus, kan ik niet zwijgen, want “ik ben de stem die roept in de woestijn: maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden. Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,3.14).

      Toen ik werd geboren, heb ik de steriliteit van degene die mij baarde verwijderd; en toen ik pas was geboren, droeg ik het geneesmiddel tegen de stomheid van mijn vader door van U de genade van dat wonder te ontvangen. Maar U bent geboren uit de Maagd Maria op de wijze zoals U dat wilde en die alleen U kunt kennen, U hebt haar maagdelijkheid niet verwijderd, U hebt haar beschermd door haar de titel van moeder te geven; noch heeft haar maagdelijkheid uw geboorte belet, noch heeft uw geboorte haar maagdelijkheid besmet. Deze twee strijdige werkelijkheden, de geboorte en de maagdelijkheid hebben zich in een unieke harmonie verenigd, welke het vermogen is van de Schepper van de natuur.

      Ik ben een mens, ik neem slechts deel aan de goddelijke genade; maar U bent tegelijk God en mens, omdat U van nature de vriend van de mensen bent.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Feest van de geboorte van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus

FEEST VAN DE GEBOORTE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Geboorte van Christus sta %aria Maggiore (431-1296) Concilie van Ephesos Jacopo Torriti

LEZINGEN

Galaten 4,4-7 :

Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen. En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God.

 

Evangelie : Matth.2,1-12 :

Van Betlehem naar Nazaret
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er uit het Oosten magiërs in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen.’ Toen koning Herodes hiervan hoorde, schrok hij, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen en wilde van hen weten waar de Messias* geboren zou worden. Ze zeiden hem: ‘In Betlehem in Judea. Want zo staat het geschreven bij de profeet: Betlehem, land van Juda,
u bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda,
want uit u zal een leider voortkomen,
die herder zal zijn van mijn volk Israël.’
Toen riep Herodes de magiërs in stilte bij zich en vroeg nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was.
Hij stuurde hen naar Betlehem met de woorden: ‘Ga een nauwkeurig onderzoek instellen naar het kind. Wanneer u het gevonden hebt, laat het mij dan weten; dan kan ook ik het gaan huldigen.’
Toen ze de koning aanhoord hadden, gingen ze weg. Opeens ging de ster die ze hadden zien opkomen voor hen uit, tot ze bleef staan boven de plaats waar het kind was.
Toen ze de ster zagen, werden ze met buitengewoon grote vreugde vervuld.
Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het. Ze haalden hun schatten tevoorschijn en gaven Hem goud, wierook en mirre als geschenk.
En omdat ze in een droom gewaarschuwd waren om niet naar Herodes terug te keren, namen ze de wijk en gingen ze langs een andere weg naar hun land terug.

 

 

Kerstmis

Kerstmis

Kerstmis 159

Genealogie van Jezus Christus : zo begint het Evangelie. Maar wat betekent deze lange lijst van hebreeuwse namen ? Voor de Joden is het de noodzaak om de afkomst van de Messias van Koning David te onderlijnen. Een andere betekenis : in deze lijst staan moordenaars,  echtbrekers, bloedschenners. Indien Jezus wordt geboren in mijn ziel, dan wordt Hij geboren ondanks en doorheen de opeenstapeling van mijn zonden. Jezus  doordringt, vindt zijn weg doorheen mijn fouten, Hij overstijgt ze de één na de ander. Dit is zijn genealogie in mij. In deze doordringing  schittert zijn barmhartigheid, zijn  minzaamheid, ook zijn kracht. Maria, die het kind draagt in haar schoot, en Jozef laten zich inschrijven in Bethlehem. Het is niet te Rome, noch te Athene, noch te Jerusalem dat Jezus wilde geboren worden. Zo ook is voor ons het mysterie van de Geboorte slechts toegankelijk in het arme dorpje van Judea. Opgaan naar Bethlehem, burger worden van Bethlehem, de nederige geest van Bethlehem verwerven, niet bezitten.

De engelen zeggen niet eenvoudigweg dat de Redder is geboren. Zij zeggen : “Een Redder is U geboren”, Jezus wordt geboren voor elke herder. Zijn geboorte blijft voor elk van ons een zeer persoonlijke gebeurtenis; Jezus is een gave aan elke mens.

Er is geen plaats in de herberg, noch voor Maria die Jezus draagt, noch voor Jozef. Er is geen plaats in de herberg van de wereld voor de leerling van Jezus. Indien ik er in slaag om mij een plaats te bereiden, welke moeilijke gelegenheid! Wat is er gemeenschappelijk tussen de herberg en de kribbe ?

(Un moine de l’Eglise d’Orient “Jesus”

Nu blijft er ons alleen te weten hoe wij Christus kunnen laten komen in ons huis. Wij weten dat hij niet neerziet op een schamel huisje. Hij gaat zelfs bij de tollenaars wanneer zij Hem aanroepen met oprechte gevoelens. Meer nog, Hij komt aan de deur en klopt, zoals hij het zegt in de Apocalyps. Voor ons is Hij gekomen in een maagdelijke schoot en gevormd uit het bloed van de Maagd, Hij is op een wonderbare  wijze geboren. Voor ons ziet Hij niet neer op een kribbe  in een dierenstal waar hij wilde rusten in doeken gewikkeld. Hij zal ook onze armoedige hut niet verafschuwen indien wij hem met nederigheid bidden, want hij is barmhartig en hij houdt van de mensen, Hij verhoort de nederige smeekbeden. Hij verlaagt zichzelf tot aan onze nederigheid, laten wij ons voor zijn voeten werpen en hiermee de wijsheid van de wijzen navolgend. Laten wij neervallen aan de voeten van hem die niet meer in doeken gewikkeld is, maar die neerzit op de troon van glorie, met de vader en de Heilige Geest. In plaats van goud, wierook en myrrhe, laten wij hem ons nederig gebed toevertrouwen. En daar Hij zijn rust vindt in de christelijke naastenliefde, laten wij ons omgeven door naastenliefde, laten wij ons voorbereiden. Als wij onze hongerige broeder zien, laten wij hem te eten geven; als w<e hen zien die dorst hebben, laten wij hen te drinken geven; indien iemand naakt is, laten wij hem kleden; indien iemand reiziger is zonder dak boven het hoofd, laten wij hem opnemen in ons huis en geven wij hem hospitaliteit; indien iemand ziek is, laten wij hem bezoeken, troosten en hem dienen ; laten wij liefde betonen tegenover de gevangenen en dienen wij hen volgens onze middelen. In één woord, laten wij onze broeders liefhebben als onszelf.

(Tikhon ZADONSKY “Ascètes russes”)

 

2e homelie over Kerstmis

Wat hebben wij te zeggen,  Hoe moeten wij het zeggen ? Zo een wonder wekt verbazing in mij. De Oude van Dagen is een klein kind geworden. Diegene die troont op de verheven troon van de hemel is geboren in een kribbe. De ontastbare, de eenvoudige, de niet samengestelde, de on-lichamelijke is aangeraakt door mensenhanden. Diegene die de banden van de zonde heeft losgemaakt is met doeken omwikkeld, omdat Hij het zelf wilde. Hij heeft besloten om de slaafsheid te veranderen in eer, om de schande met glorie te omkleden, en om te tonen dat de grenzen van de vernedering deze zijn van kracht. Ziedaar waarom Hij mijn lichaam op zich heeft genomen : opdat ik het Woord waardig moge zijn. Hij neemt mijn vlees en geeft zijn Geest, Hij geeft en neemt, Hij bereid mij een levensschat voor. Hij heeft mijn vlees aangenomen om mij te heiligen; Hij geeft zijn Geest om mij te redden. Vandaag is de oude band losgemaakt, de Duivel  in verwarring gebracht, de demonen zijn op de vlucht geslagen, de dood vernietigd, het paradijs heropend, de vervloeking opgeheven, de zonde verworpen, de dwaling verworpen, en de waarheid komt terug. Het woord van godsvrucht is overal verspreid, het doorkruist de ganse wereld. De wijze van leven in de hemel is gepland op aarde, de Engelen zijn in communicatie met de mensen, de mensen praten ermee zonder enige vrees. Waarom : God is op aarde gekomen, de mens is binnengeleid in de hemel : dat is de grote verandering….

Wat valt er nog te zeggen ? hoe moet men spreken ? Ik zie een timmerman, een kribbe, een kind, doeken, een Maagd die berooid een kind baart. Alles is arm, alles ademt de armoede. Maar zie toch de rijkdom in deze armoede ! Terwijl hij rijk was heeft Hij zich voor ons arm gemaakt…O armoede, bron van onze rijkdom !

(Heilige Johannes Chrysostomos)

 

Over het leven in Christus.

Indien ik goed kon zijn, dan zou ik in mijn binnenste een plaats bereiden voor de Zoon van God, en de heer Jezus zou in mijn ziel een aangename woonplaats bereiden. Hij zou het versieren, hij zou er muren bouwen die tegen alle aanvallen bestand zijn en hoge torens, om in mij , indien ik het zou verdienen, een waardig verblijf voor hem en zijn Vader. Hij zou aldus mijn ziel verfraaien om ze bekwaam te maken voor zijn wijsheid, zijn wetenschap, voor gans zijn heiligheid, zodanig dat hij  er met Hem God de Vader zou doen binnentreden en er een woonplaats zou vinden, dat hij zelfs het voedsel zou nemen die hij zou hebben bereid. Om zijn genaden te ontvangen laten wij in onszelf een zuiver hart voorbereiden, opdat de Heer Jezus het waardig zou vinden om er zijn intrek te nemen.

(Origines (Alexandrië 185 – Césarée 253 env)

Homelie voor Kerstmis

HOMELIE voor KERSTMIS

geboorte Jezus1111
 

Ter gelegenheid van  de geboorte van Onze Heer Jezus Christus

 

         ‘Wij verheerlijken U, o Christus, bron van leven, die op deze dag voor ons

            in reinheid mens geworden zijt uit de heilige Maagd Maria’

            (Mégalynaire van Kerstmis)

 

            In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.Amen.

    Vandaag vieren wij de Geboorte van onze God, vandaag vieren wij het nieuw-geboren kind ‘Vandaag is ons heil aangebroken’.De mens die gebukt ging onder het gewicht van Adam’s zonde kan weer tot bloei komen door Gods genade, zich oprichten in het aanschijn van het ongeschapen Licht en de volheid van de Liefde ontvangen, omwille van onze God die zich in Zijn volheid geeft in de liefde.

     De mens was verwijderd van God, hij had zich naar zichzelf toe gekeerd, maar God had hem niet in de steek gelaten : Hij heeft hem zijn Zoon gezonden en dit vieren wij vandaag. Indien de mens zich staande kan houden in het licht van God, dan is het omdat dit goddelijk Licht tot ons is gekomen, dat het geïncarneerd is en omdat de Zoon van God een klein kind geworden is. Het is door Gods nederigheid dat de hoogmoed van de mens gebroken is, verbrijzeld, en dat uiteindelijk God is kunnen komen om onze wonden van hoogmoed te genezen met de zalf van Zijn liefde. De Heer is onder ons gekomen onder de gedaante van een klein kind : wat is er moeilijker voor een kind dan op deze wereld te komen , wat is er brozer dan een pasgeborene ? Het is nochtans in deze gestalte dat de Heer onder ons is willen komen. Zo heeft Hij ons getoond dat alleen Zijn nederigheid de hoogmoedige mens kan genezen. Hoe moeten wij dank zeggen voor zo een God !.Hoe groot is de liefde van iemand voor ons, die zijn Zoon heeft gezonden om ons te zeggen :’Gij zijt gered ! Heb geen vrees, uw zonde is vergeven, ik ben midden onder u !’.

    Brengen wij dank aan God met al onze kracht, met al onze energie, met geheel ons hart en ons leven lang : Zo een God hebben wij, mensen,  in ons midden ! En denk eraan : Hij is er voor altijd, onze God van liefde, Hij is er zonder ophouden….Dit weten wij zeker : indien het heil eenmaal aan de wereld gegeven is voor allen, moeten wij omwille van onze zwakheid zonder ophouden deze liefde aanvaarden, en dit kan niet zonder nederigheid van onze kant. Zolang de mens ingenomen is met zichzelf, kan hij niets van God ontvangen. Maar de dag waarop we inzien dat we niets kunnen uit onszelf, dat wij niets zijn en dat God Alles is en in alles – de Volmaakte-Liefde -, kunnen wij door deze liefde ook deelgenoot worden aan zijn goddelijkheid : omdat God mens geworden is, kan de mens God worden !. Dit voltrekt zich door deze daad van goddelijke nederigheid die zich zonder ophouden hernieuwt; want telkens als wij zondigen, elke keer als wij gedeeltelijk de genade van ons doopsel verliezen, is de Heer daar en zegt Hij tot ons :’Heb geen schrik, uw hoogmoed is gebroken, ik neem u bij de hand; je kan opnieuw beginnen’.

     Houden wij deze nederigheid van onze God voor ogen, deze tastbare liefde die ons hart beroert, ons hart, zo dikwijls gekwetst door de zonde. Breng Hem altijd in uw herinnering en heb geen schrik om Hem te vragen u Zijn genade te schenken. En wanneer we op een dieptepunt gekomen zijn, wanneer wij het niet meer zouden zien zitten en we zouden zeggen :’Ik ben verloren !, dan is het moment aangebroken om onze God  in ons leven toe te laten, de liefde van onze God. In ons leven is het, op een of ander moment, soms noodzakelijk dat ons hart gebroken wordt en wij ons tot de Heer zouden richten met de woorden : ‘Ik ben verloren !’. Herinner u hoe de apostelen tot de Heer riepen :’Wij vergaan’ De Heer heeft hen gered, Hij was daar, Zijn liefde had hen vervuld, Zijn liefde had hen opnieuw kracht en energie gegeven.

      Op het moment dat ook wij ons zullen bewust worden van de grote zwakheid in ons hart, op het moment dat wij de gebrokenheid van ons hart zullen aanvaarden, moeten wij voor de geest houden dat de Heer zal komen en dat Hij, door zijn nederigheid en liefde, de wonden van ons vermorzeld hart zal helen. Dan zullen we vrede en vreugde ondervinden !

Amen

Hiëromonnik SYMEON

Higoumen van het monasterie van

St.Silouan

(Vertaling : Kris Biesbroeck)

                                                                                                                                                                   

Christenen in Turkije tweederangsburgers

Patriarch Constantinopel: christenen in Turkije tweederangsburgers

Hilversum (Van onze redactie) 20 december 2009 – Volgens Oecumenisch Patriarch Bartholomaios I van Constantinopel worden christenen in Turkije als tweederangsburgers behandeld. Dat zegt de Grieks-orthodoxe kerkleider in een vandaag uit te zenden interview van het Amerikaanse tv-programma 60 Minutes (CBS).

Gekruisigd
Bartholomaios zegt dat hij zich gekruisigd voelt omdat de Turkse regering het in de 4e eeuw gestichte patriarchaat van
Constantinopel wil laten uitsterven. “De regering zou blij zijn als het patriarchaat zou uitsterven of naar het buitenland verplaatst zou worden, maar wij geloven dat dit nooit zal gebeuren.”

Verdreven
De meeste christenen in Turkije behoren tot het patriarchaat van Constantinopel (Istanbul). Zij zijn van Byzantijnse oorsprong en worden volgens de patriarch al bijna honderd jaar zwaar gediscrimineerd. Meteen na de stichting van de seculiere staat door Atatürk in 1923 werden een half miljoen christenen het land uitgezet. In 1955 na een antichristelijk oproer in 1955 verlieten 150.000 christenen het land. Nu telt het patriarchaat nog maar 4.000 gelovigen.

Geen volledige rechten
“Het is geen misdaad (…) om als minderheid in Turkije te leven, maar we worden als tweederangsburgers behandeld”, aldus Bartholomaios tegen de CBS-interviewer. “We hebben niet het gevoel dat we volledige rechten als Turkse burgers genieten”, zegt de patriarch, die door 300 miljoen gelovigen wordt beschouwd als de voornaamste bisschop van de Orthodoxie.

Halki-seminarie
De 270ste patriarch van Constantinopel vindt het onaanvaardbaar dat de Turkse regering diverse kerken, kloosters en scholen heeft gesloten, waaronder het enige seminarie van het patriarchaat in Halki. In april van dit jaar riep de Amerikaanse president Obama de Turkse regering nog op dit seminarie te heropenen.   

Lijden voor Christus
De patriarch zegt verder dat hij niet wil uitwijken naar Griekenland, want Anatolië (de oud-Griekse benaming voor Turkije) is “de voortzetting van Jeruzalem en voor ons een even heilig en gewijd land. We willen daarom liever hier blijven en soms zelfs gekruisigd worden. Want in het Evangelie staat geschreven dat we niet alleen in Christus moeten geloven, maar dat we ook voor Hem moeten lijden.” Op de vraag van de interviewer of hij zich gekruisigd voelt, antwoordt Bartholomaios “ja”.

Bron : RKK