De heilige kluizenaar Onufrios de Grote

Heiligenleven

DE HEILIGE KLUIZENAAR ONUFRIOS DE GROTE

 

onufrios de kluizenaar

De heilige kluizenaar Onufrios de Grote. Onufrios begon zijn ascese in het klooster Eriti in de Thebaïde, waar een honderdtal monniken leefden in strenge ascese. Maar hij werd aangetrokken door het eenzame leven dat de heilige Profeet Elia en Johannes de Doper hadden geleid voordat zij tot de prediking geroepen werden, en hij vertrok daarom naar de woestijn, vanuit de grote oase recht naar het Zuiden. Met Gods hulp vond hij de grot waarin een oude kluizenaar leefde. Onufrios wierp zich ter aarde en riep : Vader, zegen ! De ander kwam naar buiten, hief hem op en gaf hem de broederkus. Onufrios bleef bij hem en kreeg onderricht over het leven in de woestijn. Het duurde niet lang of zijn geestelijke vader achtte hem geschikt om zelfstandig te leven, en hij bracht hem naar een op vier dagreizen afstand gelegen grot, die hij op zijn omzwervingen door de woestijn had ontdekt. Daar bleef hij een maand bij hem, totdat Onufrios aan de plaats zou zijn gewend. Vervolgens bezocht hij hem nog eenmaal per jaar, totdat hij bij zijn laatste bezoek stierf, en door Onufrios begraven werd.

Daarna leefde hij in volstrekte eenzaamheid, zonder ooit iemand te zien, gedurende 60 jaar vol ontberingen. Hij vertelde aan Pafnutios, die hem ten slotte vond, dat hij vaak zwaar te lijden had gehad van honger en dorst, en soms op sterven had gelegen door algehele zwakte. Hij had als enig voedsel de wilde planten die in de omgeving groeiden, maar na 30 jaar ontsprong voor de ingang van zijn spelonk een goede waterbron, waarbij een dadelpalm groeide, die hem voedsel verschafte. Zijn kleding raakte op de duur geheel verteerd en hij had als dekking slechts de lange spierwitte haren die op zijn lichaam groeiden als bij een wild dier, terwijl zijn baard reikte tot op de grond. Samengevlochten palmbladeren dienden als een gordel om zijn lendenen.

De heilige Pafnutios, die na al die jaren door God daarheen was geleid, was eerst uit angst weggevlucht toen hij Onufrios zag, totdat deze hem achterna riep dat hij ook een mens was, net als hij. Zo raakte zijn levensgeschiedenis bekend. Nadat zij samen de nacht in gebed hadden doorgebracht, nam Onufrios afscheid, waarbij hij beloofde de voorspraak te zullen zijn voor hen die in zijn naam een of ander goed werk verrichtten of zijn bijstand inriepen; daarna knielde hij weer neer. Nu stierf hij, tijdens zijn gebed, tegen het jaar 400. Door de kruisvaarders werd de eredienst van de heilige Onufrios, die zich al spoedig in het Byzantijnse rijk had verbreid, ook in het Westen bekend.

 Volgens de legende deed een Engel iedere zaterdag en zondag de ronde door de woestijn om aan de alleen-levende monniken de heilige Communie te brengen.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag – Den haag

Zondag van de gedachtenis van het 1e Oecumenisch Concilie

ZONDAG : GEDACHTENIS VAN HET 1e OECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

7e ZONDAG NA PASEN

 

 Vaders eerste oecumenisch concilie213

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.
     [
17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: ‘U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: “Het is zaliger te geven dan te ontvangen.” ‘ [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus
[1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: ‘Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat* de wereld bestond.
     [
6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn – [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne – en omdat in*
hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

Khodr Georges metropoltiet : Eucharistie en bevrijding

Eucharistie en bevrijding

Metropoliet Georges (Khodr)

        

Khodr Georges mont Libanon

Metropoliet Georges Khodr van de Berg Libanon

Bestaat er een verband of relatie tussen de eucharistie en de sociopolitiek – of het zoeken naar de vrijheid  ? Dit is de vraag waarover metropoliet  Georges van de Berg-Libanon heeft nagedacht tijdens een conferentie die hij gegeven heeft aan de academie voor theologische studies van Volos in Griekenland. Georges Khodr is predikant, acteur van vele boeken en artikels en één van de stichters van de Beweging van Orthodoxe jongeren (MJO) en één van de belangrijkste voorstander van de vernieuwing die de Orthodoxe kerk van Libanon en Syrië de laatste vijftig jaar hebben gekend Vele jaren doceerde hij aan de Libanese Universiteit te Beyrouth islamologie en Arabische cultuur. Hij doceerde ook pastorale theologie aan de universiteit van balamand. De kroniek die hij elke zaterdag schrijft in het dagblad An-Nahar en gepubliceerd te Beyrouth wordt breed verspreidt in de Arabische wereld. Het is een getuigenis en het slaat bruggen tussen het christelijk getuigenis en de dialoog met de islam. Het heeft een grote invloed op de intellectuele milieus van Libanon en in vele landen van het Midden- Oosten.

Wij zijn veraf van de tijd waarop men sprak over de “vruchten van de communie” op het persoonlijk vlak : groei van godsvrucht, zuivering, toen het centrum van het sacrament het individu was in zoverre men aan de liturgie meedoet,en wanneer men op grote donderdag naar de kerk kwam zonder zich zorgen te maken over de liturgie… Met de opkomst van de liturgische theologie begrijpen we meer het communautaire aspect van de liturgie, het doel van dit sacrament is geworden :  de opbouw van de gemeenschap als Lichaam van Christus. In de liturgie wordt het volk van God gevormd, de heilige natie; zoals de anaphora van de heilige Basilios zegt.

De liturgische bijeenkomst doet ons Lichaam van Christus en bruidegom van de Heer worden

“Heer, redt uw volk en zegen Uw erfdeel”. Deze zegening op het einde van de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos zoals ook in deze van de heilige Basilios de Grote, betekent dat de verspreide gelovigen gedurende de week ,nu, op een geheel bijzondere wijze, verzameld zijn als volk van God, of, om een ander beeld te gebruiken, als bruidegom van de heer.

Het bloed van Christus dat eens voor allen is vergoten voltooit in de celebratie deze goddelijke bruiloften. Het lichaam van de Heer waaraan alle gelovigen deelnemen, stelt een einde aan hun verscheidenheid en hun tegenstellingen, het doet hen Zijn lichaam worden, het neemt hen op in Zijn Lichaam, die zetelt aan de rechterhand van de Vader. Het is de nederdaling van de Heilige Geest op de bijeenkomst en het opnemen van de bijeenkomst in de Geest. Deze opvatting brengt ons niets nieuws over wat de apostel Paulus heeft gezegd : “Want er is slechts één brood, als velen maken we slechts één lichaam uit, want allen nemen wij deel aan een uniek brood” (1 Kor.10,17).

In de doop wordt één persoon ontvangen, en wanneer hij het baptisterium verlaat, want zo was het in de oude Kerk en zo zingen wij het nog altijd in de liturgie van grote Zaterdag, voegt hij zich bij de gemeenschap omdat hij “met Christus bekleed” is. “Gij allen die in Christus zijt gedoopt , gij hebt u met Christus bekleedt”. Hij is op een diepere en meer zichtbare wijze geïntegreerd in de ganse Kerk en in de eucharistische communie.

Het delen van de goederen en het breken van het brood zijn intiem met elkaar verbonden

Wat ik kom te zeggen wordt door de Handelingen der Apostelen bevestigd : “Zij bleven getrouw aan het onderricht der Apostelen en de broederlijke gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden” (2,42). Het onderwerp van deze vier elementen die het leven uitmaakte van de gelovigen, is de bijeenkomst zelf, en indien de uitdrukking “broederlijke gemeenschap” de gemeenschap van goederen uitdrukt, dan is het ook evident dat de uitdrukking “Breken van het brood” de eucharistische ritus uitdrukt. Wij vinden hier duidelijk dat het delen van de goederen en het breken van het brood innerlijk met elkaar verbonden zijn. Delen van het gewone brood en het hemelse brood voltrokken zich binnen de bijeenkomst en door de bedienaar van de bijeenkomst.

Wij hebben geen enkele aanduiding in de geschiedenis die ons zegt dat zij die voor een zekere periode verwijderd zijn van de kelk worden verzoend door het sacrament van de boete. Alles wijst erop dat alleen een beslissing van de bisschop hen opnieuw kan toestaan om te communiceren, ’t is te zeggen : hun terugkeer in de gemeenschap der heiligen. De christen heeft dus twee statuten : deze van een zondaar die uitgesloten wordt van de communie, en deze van een bekeerde die opnieuw in de gemeenschap wordt opgenomen. Ik begrijp de gedragingen niet al te goed van het merendeel van de autocephale kerken, of van een groot aantal gelovigen die zich tevreden stellen om alleen maar naar de kelk te kijken zonder ertoe te naderen, alsof zij zich zelf uitsluiten uit de eenheid van de gelovigen, alsof zij terugkeren tot de status van catechumeen.

Verder begrijp ik niet dat de caritatieve actie van de Kerk door leken wordt ondernomen die zelden communiceren, en dat tot gevolg heeft dat men zijn brioeders liefheeft in het delen van materiële goederen onafhankelijk van het hemels brood waarvan men zich de toegang ervan ontzegt,tenzij,  eventueel met Pasen. De caritatieve actie wordt zo een louter sociale actie in plaats van een uitdrukking te zijn van de broederlijke liefde die gevoed wordt door de kelk. Anderzijds laat men bij het negeren van de kelk  verstaan dat het Lichaam en het Bloed van Christus  enkel het deel is van de celebrerende priester. Op die wijze  bevestigt men impliciet de scheiding van gewijde en niet gewijde personen.

De realisatie van de nieuwe mensheid

De gelovigen die getransformeerd zijn door het sacrament waken samen om de tweede komst te ontvangen. Wij zeggen het op het einde van de Liturgie. De Parousie waarop wij ons richten realiseert de nieuwe mensheid, ’t is te zeggen deze waarin de Heilige Geest woont, zoals de heilige Maximos de Belijder het uitdrukt. Onze liefde voor de niet-christenen roept voor hen de Geest op. Het is daar dat zich de ontmoeting van alle mensen in Christus bewerkstelligt, en die de definitieve gemeenschap vormt… De Vader roept wie Hij wil in de Geest. Zij zullen samen “bruid zijn zonder  vlek noch rimpel”(Ef.5,27).

Wij staan hier voor een onuitsprekelijk mysterie : elke geredde persoon is een “bruidegom”. Maar de mensheid die verenigd is in het aanschijn van de Vader zal volledig in de liefde zijn die hen verenigt als “bruidegom”. Het is het mysterie van het verschil en het onderscheid van verrezen en opgenomen zijnden in het Koninkrijk. Er is een hemelse Eucharistie waarvan Jezus spreekt, zonder teken. Liefde heeft geen nood aan ee
n teken. Maar de realiteit die het draagt maakt de gemeenscha

“De overgang de eucharistie naar bevrijding wordt ingegeven door de eucharistie zelf“.

De overgang van de eucharistie naar de bevrijding wordt ingegeven door de eucharistie zelf. Voor de heilige Johannes Chrysostomos, is er een waarachtig altaar waarop de gelovigen het geestelijk offer moeten offeren van het aalmoes en de barmhartigheid…. “Dit altaar is erger dan datgene die zich in deze bepaalde kerk  bevindt. Laat ons niet te luid roepen. Dit altaar hier is heilig omwille van het offer dat er komt ; dit van het aalmoes is méér, want het is gemaakt door dit slachtoffer zelf. Het eerste is heilig, omdat het gemaakt is van steen en geheiligd is door het contact met het Lichaam van Christus. Het andere altaar is heilig omdat het het Lichaam zelf van Christus is. Het is dus vereringswaardiger dan het ander, mijn broeder, wees op uw hoede.

“Dit altaar kan je gedekt vinden in de straatjes en pleinen en op elke uur kan je er een offer brengen, want ook daar is het de plaats voor offers. En zoals de priester, staande aan het altaar, de heilige Geest aanroept, zo ook aanroept gij de Geest, zoals deze olie verspreidt in overvloed” (Hom.82 in Matth;PG 58,744. (…)

“De Kerk houdt van de wereld, maar toch blijft zij vrij ten overstaan van alles”

De kerk handelt niet alleen in het heiligdom, want er bestaat geen scheidingsmuur tussen het altaar en de cosmos. De Eucharistie blijft het teken des tijds die de Tweede wederkomst voorbereidt en die handelt buiten de tempel. Denk aan de anaphora die, zich tot God richtend zegt : wij aanbidden U “in alle plaatsen van uw heerschappij”. Het licht van God is ook te vinden in de niet christelijke creativiteit, en op alle domeinen van de gedachte en de kunst, en overal waar de rechtvaardigheid wordt gepredikt.

Het is in de Kerk dat wij de betekenis van de dingen en van alle daadwerkelijke en mooie veranderingen die de mensen ondernemen, leren kennen. De kerk houdt van de wereld, terwijl ze er terzelfdertijd toch vrij tegenover blijft. Zij kan ook in alle culturen aanwezig zijn, hun innerlijkheid waarnemen, maar zij blijft vrij met betrekking tot elke menselijke schepping. De kerk is zelfs vrij van haar eigen sociologische realiteit, vrij ten opzichte van de volkeren die er leven, zoals zij ook vrij is ten overstaan van haar culturele structuren. Het is deze vrijheid die van de Kerk ” een heilige natie, een priesterlijk koningrijk” maakt.

De sleutel tot de vernieuwing : de Kerk bevrijden van de “Christenen die het alleen zijn bij naam”

Er bestaat vandaag, onder verschillende vormen, een  sociologische vorm van orthodox christendom en een gelovige orthodoxie, biddend, eucharistisch, eschatologisch. Deelnemen aan de sacramenten zonder zich zorgen te maken voor wat ze betekenen is een vorm van hen “onwaardig” te ontvangen, zoals de apostel  zegt in de eerste brief aan de Korintiërs (11,27). Helaas praktiseert de orthodoxe kerk niet meer de excommunicatie, en het kaf en het koren blijven in hetzelfde kamp tot op de dag van het laatste oordeel.

Welnu, de Kerk bevrijden van zekere christenen maakt een essentieel deel uit van het canonisch recht,  dat als verouderd wordt aanzien door de kerkelijke overheden. Zichtbaar zullen wij geoordeeld worden naar de liefde.  Vanaf het moment dat de liefde wordt beoefend in het samen delen, leidt het naar het Christelijk broederschap tussen de orthodoxen van naam en diegenen die openstaan voor het inzicht in het mysterie.

“De uiteindelijke bevrijding is deze van de ganse cosmos”

De bevrijding van de Kerk van binnenuit, blijft de sleutel tot haar vernieuwing. Als men dit sociologisch lichaam “meer eucharistisch” kan maken door haar te bevrijden van elke nationalistische, culturele, tijdelijke  onderdanigheid, in het bewustzijn dat, ondanks en zelfs binnen onze historische banden, wij de Kerk dragen . De heiligheid, zelfs al wordt ze ons in de geschiedenis van de mensen toegeworpen, is slechts haar bestaan en de kracht van haar apostolaat aan God zelf te danken.

De Kerk heeft in haar geschiedenis periodes van verval gekend. Daarom zal de Heilige Geest, wanneer hij midden deze chaotische diversiteit,”de kleine rest” tegenkomt, deze bewaren, levendig maken, verlichten, opdat aan het volk van God het elan zou getoond worden waartoe het in staat is, welke de sociologische situatie transformeert in een brandend braambos.

De uiteindelijke bevrijding is deze van de ganse cosmos. Deze transformatie van de cosmos wordt door de heilige Simeon de Nieuwe Theoloog “nieuwe geboorte” genoemd.  Het komt hier op neer, dat “onze  lichamen en het geheel van de schepping- alle elementen die er deel van uitmaken – met ons deel zullen hebben aan  de schittering van het hiernamaals”. Het is omdat de wereld spiritueel  zal worden, denkt Symeon, dat dit absoluut niet te begrijpen en niet definieerbaar zal zijn voor ons.

Wat ge neemt, bezit je, wat je geeft bevrijdt je”

In afwachting van de Parousie (de Tweede wederkomst van Christus), is gans het leven van de mens verbonden aan het eten, de kleding, aan de woning en vertrekkend van het geld. Aan wie behoren deze dingen toe ? De schrift zegt ” de ganse wereld hoort toe aan de Heer”. Dit stelt de vraag naar de persoonlijke eigendom. De romeins katholieke gedachte zegt dat de eigendom een sociale functie heeft. Dit impliceert de notie van gemeenschappelijk goed. In het Oosten, is de grootste doctor van de eigendom de heilige Basilios, gevolgd door de heilige Johannes Chrysostomos, door de heilige Augustinus en enkele anderen. Ondanks enkele studies die in het Westen werden ondernomen om van Basilios de exegeet te maken van de eigendom als sociale functie, kent men deze verklaring :  “Zeg mij aan wie gij toebehoort en van wie hebt gij dit in eigendom hebt gekregen voor de rest van uw leven ?” En hij vervolgt :  ” Wie is de mens die genoemd wordt als de dief van de gemeenschap ? Is het niet diegene die voor zichzelf houdt wat aan allen toekomt ? Het brood dat gij bewaart is de eigendom van de hongerigen, en de kledij die gij in uw kast legt is de eigendom van de naakten.”

 Vele passages van de heilige Basilios gaan in deze richting.  Datgene wat wij geciteerd hebben betekent dat de eigendom enkel aan God toekomt, en in de handen van mensen is het slechts als eenvoudige zaakvoerder.

Wat ook de bron van geld mag zijn (erfenis, industriële productie of wat ook), gij zijt er slechts de zaakvoerder van. De schrift zegt dat gij eerst en vooral om uw naaste bekommerd moet zijn, maar evident altijd in een geest van zaakwaarnemer. Aan hun zijde maken alle mensen deel uit van de familie van de Vader. Wij hebben niet meer in het Nieuwe testament de verplichting tot het betalen van tienden, want de liefde heeft geen grenzen en is niet onderworpen aan het mathematisch aspect van de dingen. Datgene wat gij neemt bezit gij. Datgene wat gij geeft maakt je vrij. Dit wordt door de psalmist zo uitgedrukt :        

“Hij beoefent de vrijgevigheid,
hij geeft aan de armen; zijn rechtvaardigheid blijft voor eeuwig” (112,9).

“Christus onderwerpt Caesar aan God”

Wat in verband met de bevrijding in de politiek ? De vraag is extreem complex, des te meer daar in de politieke manipulatie van mensen, de oprechtheid in de politieke strijd uiterst zelden voorkomt. Het is het vasthouden aan de macht, de overwinning ten alle prijze dat overheerst. Ik weet niet wie onder de mensen van de macht of zij die naar ambities streven plaats geven aan God. De mens die geëngageerd is in de strijd kan een overtuigd christen zijn, geëngageerd, maar dikwijls behoort hij toe aan twee sferen tegelijk, deze van God en deze van de wereld, zonder enige communicatie tussen beide. Wanneer de Heer zegt : “Geeft aan Caesar wat aan Caesar toekomt en aan God wat aan God toekomt” (Matth.22,21), dan worden deze twee domeinen niet gescheiden. Hij onderwerpt Caesar aan God.

Geen enkele staat is een welzijnsstaat. De grote mogendheden bekennen dikwijls dat zij zich mengen in dit of dat deel van de wereld omwille van hun eigenbelang. De macht blijft, méér dan het geld zelfs, de grote hebzucht. Overigens zijn vele staten bekend als politiestaten, dus actoren van geweld. Wie kan hen tegenhouden van het geweld en hun mensen in vrijheid laten leven ? (…)

Structuren van geweld binnen een land : een macht die de burgers ontmenselijkt”

Er is in de griekse patrologische traditie geen enkele rechtvaardiging van de oorlog, omdat de oorlog, dood betekent. Misschien kan men de notie van een defensieve oorlog aanvaarden. Ik  zal hier niet verder op ingaan. Ik begrijp dat men wil leven in vrijheid en zijn medeburgers verdedigen.

Het is waar dat buiten de vijanden van binnenuit, er autoritaire subversieve maatschappijen bestaan. Er zijn structuren van geweld binnen een land zelf. Men moet hiertegen protesteren. Maar ik vind niets binnen onze leer die het bloed rechtvaardigt.

De vreedzame revolutie tegen de oppressie is begrijpelijk. Daar, waar alles onzeker is. Men moet proberen om de natie om te vormen in een communiële gemeenschap. De onderdrukking overwinnen kan het fundament zijn van een getuigenis die het vuur van de Geest binnenbrengt in een situatie van dood.

De goddelijke stad, alhoewel aards, is de Kerk

In afwachting van het hemels Jerusalem waar onze éénheid zal voltrokken worden, in een totale helderheid, in tijden van vrede, leven wij hier in de stad van God, alhoewel aards, de Kerk. Hier zoals daar zijn wij reële mensen, verengd maar niet vermengd naar het beeld van het verenigd Lichaam, gevormd vanuit het hoofd dat Christus is. De griekse stad was gevormd door vrije mensen die gebonden waren door de macht gebaseerd op rechtvaardigheid, zelf gevormd door de macht die komt van de logos (een goed geordende gedachte). Welnu alles wat niet logicos is ( eenvormig aan deze gedachte) is chaos en kan de eenheid niet bezegelen.

In de visie van de apostel Paulus waren Grieken en Barbaren één, omdat ze zo loyaal mogelijk waren aan hun eigen instituties, zij wensten van geen andere autoriteit af te hangen dan aan deze van de Stad. Zij leefden in de grieks-romeinse stad volgens haar leefregel die voor allen gelijk was. Zij onderscheidden zich enkel door hun zuiverheid van leven, zoals het epistel van Diogenes het later zal zeggen.

In werkelijkheid vormden zij een onzichtbare gemeenschap  die deze was van de Eucharistie. Zij waren één op het plan van de diepgang. Zij onderscheidden zich op deze wijze van de platoonse stad hierin,  alhoewel zij geweld toelieten, zoals vrije bezorgde mensen het doen, zij deden het als zwakke mensen, slaven ( mannen en vrouwen), maar innerlijk gesterkt door de visie van een Mens die hun het heil had gegeven door zijn zwakheid, en de zege door zijn vergoten bloed.

De voorsmaak van het Koninkrijk in de zondagse bijeenkomst

Zij putten hun kracht – en niet hun macht – door de eerste dag van de week samen te komen en door zich te transformeren in Zijn Lichaam en Zijn Bloed waardoor zij één werden door zich te bevrijden van hun zonden en hun passies. Het is God, en niet het concept van macht van de Stad, die hen nieuw maakte binnenin de polis (de aardse stad). Het was niet Athene noch Sparta, noch het aardse Jerusalem dat het model was waarin zij zich probeerden te vormen, maar zij deden het volgens het model van een stad die reeds bestuurd werd door Hem die gestorven is op het kruis en die de tekenen in zich droeg van Zijn dood op het Kruis en die de stigmata droeg van Zijn dood op Zijn verrezen Lichaam, Hem, voor wie de glorie spreekt en zich meedeelde doorheen de pijnen van ons leven.

De zwakken, de armen, de ontwapenden, de ongeletterden zijn samen rond deze kelk die het bloed bevat van een God die hen sterk maakt en getuigen tegenover de rijkdom en de macht van de wereld. Zij zijn op weg naar de Heer die komt. Indien het Maranatha  (1 kor.16,22) word gelezen als een bevestiging van het gebeuren op calvarie, maar niet als een aanroeping van hem die moet komen (“Heer,kom”), dan zijn wij bezig met te bevestigen dat wij het hemels Jerusalem zullen vormen met het Koninkrijk dat komt. Maar nu reeds hebben wij de voorsmaak van  dit Koninkrijk in de zondagse bijeenkomst.

Het Koninkrijk nu voorbereiden ,

Maar de Tweede wederkomst blijft een absoluut mysterie.

Is er een relatie tussen de sociopolitieke, culturele bevrijding en de komst van het Koninkrijk ?

Vader Serge Boulgacov denkt dat het eschatologisch feit wordt voorbereid door de geschiedenis. “De eschatologie, zegt hij, veronderstelt een breuk; het is daarin dat de idee bestaat van het einde”. Hij denkt eveneens dat de wereld moet  rijp worden voor het einde. Er is een werk van Christus in de wereld…. Men kan niet, denkt hij, ” blijven stilstaan bij de verschillende momenten van de tragedie van Christus, bij de destabilisatie en de universele corrupties”. Het persoonlijk heil staat ingeschreven in het algemeen oeuvre van de mensheid , die bestaat in het vestigen van het koninkrijk van Christus in de wereld. De Tweede wederkomst wordt een  god-menselijke daad.

Men moet zeker het Koninkrijk voorbereiden in de tijd waarin wij leven, in de communicerende gemeenschap, in het sacrament dat wij beleven buiten de tijd, maar de schrift zegt dat de uiteindelijke vrijheid aan de mens zal worden gegeven door de Heer die komt, een gemeenschappelijk werk van de mens en de drie-eenheid.

Het uiteindelijk goddelijke is niet de ontmoeting van de opgaande mens en de neerdalende God. De tweede wederkomst blijft een absoluut mysterie, maar de mens moet zijn energie ontplooien om het plan van God te kennen, de tekenen des tijds  ontcijferen. Alleen God openbaart zich in Zijn kracht en Zijn liefde door de mens voor te bereiden om het licht te ontvangen.

Dit betekent dus niet dat  men God kan verwac
hten zonder zelf een inspanning daartoe te doen, het zou de heerschappij zijn van de ongeïnteresseerdheid. Het is door de scheppende energie dat men God kan zien indien deze energie een vorm van zuiverheid van hart is. De mystieke bruiloften zijn door God geofferd in de voorbereiding van het hart van de mensheid die lijdt en werkt (…) Eucharistie en vrijheid hebben ditzelfde centrum, de Heer van de glorie.

 

 

Uit SOP 337

April 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

 

Paul Evdokimov : De icoon van Hemelvaart

De icoon van Hemelvaart

Hemelvaart (artikel !) (969 x 1282) (484 x 641)
 

De icoon van een feest inspireert altijd de liturgische teksten van een officie.

De liturgie van Hemelvaart moet gezien worden rond de tekst van Lucas (24,50-53) en de Handelingen der Apostelen (1,9-11). Sint Paulus van zijn kant vermeldt  het gebeuren : ‘Diegene die is neergedaald, is dezelfde die ook opgestegen is ten hemel'(Ef.4,10), en psalm (24,9) onderlijnt er de draagwijdte van :’Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga’. De twee ‘deuren’ duiden op de twee metafysische polen van de aarde en de twee uiteinden van de weg naar het heil.

God daalt neer tot in de diepten der hel, verbreekt ze en vandaar wordt Hij verheven tot de poorten van de hemel : ‘De Heer heeft, door zijn afdaling de vijand vernietigd en door zijn hemelvaart heeft Hij de mens verheven’.

Het pessimisme van Job stelt vast : ‘ Wie neerdaalt in de sheool (hel) stijgt niet meer op’ (Job 7,9). Welnu, het hooglied van Anna (1 Samuel 2,6) profeteerde reeds : ‘De Heer doodt en doet herleven. Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen’. Het feest verkondigt de overwinning op de dood in de hel, en de traditie  overtreft de omvang van de uiteindelijke voltooiing. Zo bijvoorbeeld Johannes Chrysostomos, in een wonderbare synthese, toont ons het doel van het heil : de mensheid van allen in de mensheid van Christus is definitief ingeleid in het hemelse bestaan, het is onze vereeuwiging en onze onsterfelijkheid dat gerealiseerd wordt zonder mogelijke terugkeer. Vanaf dat moment ‘bevindt onze stad zich in de hemel'(Fil.3,20). Meer nog : de Vader ‘ heeft ons doen verrijzen en doen zetelen in de hemelen in Christus Jezus’ (Ef.2,6); door het vooruitlopen in Christus,  beschouwt sint Paulus reeds de vervulling van het Koninkrijk.

De Apostelen, neergeknield, keerden naar Jerusalem terug in grote vreugde ‘, zeggen de Handelingen der Apostelen, en de liturgie van het feest is barst van vreugde. Het heil is vervuld, maar het werk van Christus, dat objectief gezien vervuld was ,moet gaan doorheen een toeeigening ervan bij elke mens. ‘De handen opheffend zegende hij hen’ zegt Sint Lucas. Welnu, ‘Terwijl hij hen zegende, verweiderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen’. De Heer stijgt op al zegenend, en de icoon maakt hiervan de spil van de samenstelling. Deze zegening vormt de aanloop naar Pinksteren, de zending van de Heilige Geest (zo mooi voorgesteld in de basioliek van Vézelay).Men kan zeggen dat de icoon van hemelvaart de épiclese van Pinksteren uibeeld, het moment waar ‘ ik zal bidden tot de Vader opdat hij een andere helper zou zenden, omvoor altijd met U te zijn ‘ (Joh.14,16) De épiclese is een aanroeping tot de Vader opdat Hij de Heilige Geest zou zenden, en dit feit wordt voortdurend herhaald tijdens de liturgie van het feest: ‘ Gij zijt verheven in de glorie, Christus onze God, nadat giij uw leerlingen met vreugde hebt vervuld door de aankondiging van de heilige Geest, zij werden bevestigd door Uw zegen’. ‘ De heer is opgestegen… om  het gevallen beeld van Adam te herstellen en ons de helper-Geest te zenden, opdat hij onze zielen zou heiligen…’. Men ziet heel duidelijk de diepere bron van de vreugde der apostelen, die opstraalt ondanks het vertrek, want de belofte blijft : ‘ Ik ben met U alle dagen, tot aan het einde der tijden’ (Matth.28,20). Een tegenspraak voor de rede, een evidentie voor de Geest. Dit wordt onderlijnd on het Kondakion van het feest : ‘ door de goddelijke economie, voor wat ons betreft, te hebben vervuld en door alle bewoners der aarde te hebben verenigd met hen die in de hemel zijn, zijt Gij opgestegen in glorie om er voor altijd te verblijven, en Gij zegt tot hen die u liefhebben : Ik ben met U en niemand zal over ons kunnen zegevieren’. Na de hemelvaart is Christus op een andere wijze onder ons, meer verinnerlijkt0 Hij is niet meer voor zin leerlingen, lijfelijk aanwezig, maar in hun innerlijk : Hij is aanwezig in elke uiting van de Heilige Geest zoals Hij aanwezig is in de Eucharistie.

Al deze aspecten van één enkel mysterie van heil straalt uit in de zeer compacte Inhoud van de icoon. Zij stelt ons getrouw het oudste beeld ervan voor, dat reeds bekend was op de kruiken van Monza in de Ve en VIe eeuw, en dat sedertdien niet meer is veranderd. De hier afgebeelde icoon is uit de school van Andrei  Roublev(school van Moscou) en dateert van de XVe eeuw. Je moet in een plechtige stilte verkeren vooraleer de icoon begint te praten. Men moet zich overleveren aan zijn genade die langzamerhand leidt tot het hart van haar boodschap. De compositie, door zijn sobere maar strenge lyriek  is een wonderbare harmonie waar elk detail een verhaal vertelt. Van haar voorbeeld komt onbetwisbaar een plechtige musicale harmonie aan het licht dat zich laat gelden. : Sursum Corda !

Zoals in het Evangelisch verhaal is het het bevel  van de Heer om samen te komen om de ultieme boodschap te ontvangen, die het thema is van de compositie. Het is de Kerk onder de onophoudelijke uitstorting van Zijn  genade. Het is opmerkelijk dat een identieke compositie, door  de richting van de beweging van Christus om te keren, de terugkeer van de Heer zal uitbeelden, de parousie. Hier komen de alpha en de omega samen. De Kerk concentreert zich op dezelfde afwachting : ‘Deze Jezus zal komen op dezelfde manier als gij Hem hebt zien opstijgen naar de hemel'(Hand.1,11). Christus is het hoofd van de Kerk, de Theotokos is haar figuur, de apostelen haar grondvesten. Onder dit teken van een voortdurende zegening, nemen de apostelen hun taak als kerkelijk fundament op zich.

De uiteinden van de opgeheven armen van de engelen en de voeten van de Maagd vormen de drie punten van een gelijkzijdige driehoek, en deze figuur is zo duidelijk begrensd op  de apostelen, dat zij zichtbaar het beeld van de drie-eenheid weergeeft waarvan de Kerk de afdruk is : het is de immobiliteit van de vaderlijke bron in de Maagd, en de goddelijke beheerders van het heil, het Woord en de Geest, zijn gesymboliseerd door de engelen. De geheiligde geometrische vormen die de compositie ondersteunen, naast de driehoek, doen ons de cirkel van de Kerk herkennen, die langs de buitenste fuguren van de apostelen heengaat, en die een weerspiegeling is van de cirkel die Christus omringt. De verticale lijn , die het hoofd van de redder verenigt met dit van de Theotokos delen het geheel in twee exacte delen in. Deze lijn wordt gekruist door de horizontale lijn  van de horizon en vormt een perfect kruis.

Christus is omringd door de cirkel van de cosmische sferen, waar zijn glorie straalt. Hij wordt in zijn opgaan ondersteunt door twee engelen. De kleuren van hun kleren reproduceren de kleuren van de apostelen. Het zijn de engelen van de incarnatie, zij onderlijnen dat Christus de aarde verlaten heeft met zijn aards lichaam. Dit, toont aan dat Christus zich niet afgescheiden heeft van de aarde en de gelovigen die met hen door hun bloed verbonden zijn. Christus strekt zijn rechteram uit in een zegenend gebaar, en in Zijn linkerhand houdt hij de boekrol vast. Hij is de bron van de genade-zegening
en het woord-lering. Deze functie wordt door de hemelvaart niet onderbroken.

De twee witte engelen midden de apostelen dat de opstijgende Christus in al Zijn glorie zal terugkeren; het is een allusie op de woorden van Sint Paulus :’Op de verklaring van twee getuigen of van drie zal iedere zaak vaststaan'(2 Kor.13,1) en hun getuigenis is waar.

De Theotokos neemt de centrale plaats in , zij is de as van de groep die gesitueerd is op het eerste niveau. Zij steekt af bij de twee witte engelen op de achtergrond. ‘Zuiverder dan de Cherubijnen en groter dan de serafijnen’, zij is het vooraf bepaalde centrum waar de wereld van de engelen en de mensheid, de hemel en de aarde, op één centraal punt samenkomt.  Christus echter ‘zetelt aan de rechterhand van de Vader, boven alle overheid en  macht en kracht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt en Hem gesteld heeft als hoofd boven al wat is, gegeven aan de Kerk, die Zijn Lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt'(Ef.1,20-23) Als figuur  van de Kerk wordt Maria altijd voorgesteld onder Christus. Haar houding is tweevoudig : ‘als biddende’ tegenover God is zijn diegene die de voorspreekster is, en ‘de zeer zuivere’, ten overstaan van de wereld is zij de heiligheid van de Kerk. Haar immobilisme toont ons de onwankelbare waarheid van de Kerk. De bevalligheid en de bijna

doorzichtige lichtheid van haar gedaante geven een verrassend contrast met de mannelijke figuren van de apostelen en hun bewegingen rondom haar. Haar kerkelijke betekenis wordt nog onderlijnd door haar verticale slankheid in haar lengte en daar haar handen die een offerend en smekend gebaar maken voor de wereld. De drie sterrren op het hoofd en de schouders symboliseren zoals altijd haar maagdelijkheid voor, gedurende en na de geboorte.

De apostelen zijn verdeeld in twee gelijke groepen en vormen een perfecte cirkel die hernomen wordt door de afgeronde armen van de engelen en tonen de Kerk die ingeschreven staat in de heilige teken van de eeuwigheid en de liefhebbende omhelzing tussen de Vader en de Zoon. Hun beweging betekent de prediking, de veelheid van talen en uitdrukkingen van de ene waarheid. De kleuren van het kleren vormen ‘het veelkleurig kleed’ van de goddelijke bruidegom – van de Kerk als éénheid in de verscheidenheid : naar het beeld van de Ene die zich verspreid in Drie en van de Drie die zich verzamelen in de ene. De groep links, met de engelen, vertaalt de geestdrift van de ziel naar het ‘boven’. De groep rechts staat in vervoering voor de Theotokos – het verborgen mysterie van de kerk, de putten van het levende water, de heiligheid. De schitterende kunst van de iconografie, door een sterk contrast tussen immobilisme en beweging, doet ons het opstijgen van de Heer gevoelen die zich voor onze ogen schijnt af te spelen.

Het sursum corda weergalmt en nodigt ons uit om de boodschap te beluisteren : ‘Alle naties, klapt in de handen, jubelt voor God met een vreugdegezang…want Christus die aarde en hemel heeft verenigt zegt tot hen die Hem beminnen : Ik ben met U, en niemand zal iets tegen U kunnen ondernemen’.

 Indien het landschap een lichte grens trekt tussen het hier beneden en het hierboven, de vier kronen van de bomen  van de olijfberg (symbool van vrede)steken er juist bovenuit en tonen de natuur die deelheeft aan de cosmische liturgie : God richt zich naar de wereld, en de wereld gaat haar Koning tegemoet.

De kleuren groen-ivoor spreken over de bevrijding door de genade. Een gevoel van vrede, van gebed en lofprijzingomhullen alles, want daar waar het hoofd zich bevindt plaatst zich de vreugdevolle hoop van het lichaam. De liturgie leert ons dat wij ‘ons herinneren van wat komt’ en ‘dat men hoopt op wat reeds bestaat…’

 

Paul evdokimov : L’art de l’icone pp. 277-281

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Cyrillus van Jerusalem : Het is de heilige Geest die belevendigt

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechismus nr 16

 

cyrillus of jerusalem245

 

“Het is de Heilige Geest die belevendigt”

“Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven” (Joh 4,14), zo spreekt de Heer. Hij heeft het over een nieuw soort water, dat levend is en opborrelt, ja opborrelt voor wie het waard is. Maar waarom wordt de gave van de Heilige Geest ‘water’ genoemd? Omdat alles bestaat dankzij het water. Omdat de planten en dieren leven krijgen door het water. Omdat het water van de regen neerdaalt uit de hemel. Omdat het in één vorm tot ons komt, maar in vele vormen zijn uitwerking uitoefent. Op één wijze wekt het in de palmboom, op een andere in de wijnstok. Het is alles in alles, ook al blijft het éénvormig en steeds aan zichzelf gelijk. De regen die neervalt is hier niet anders dan elders, maar hij past zich aan de wezensbouw van de dingen die hem ontvangen aan, om voor ieder wezen van nut te zijn.

      Zo is ook de Heilige Geest: Hij is één, enkelvoudig en ondeelbaar, maar aan ieder deelt Hij zijn genade uit zoals Hij het wil. Zoals het droge hout door het water op te nemen in twijgen uitloopt, zo ook de ziel die in zonde leeft: als ze door haar bekering de Heilige Geest waardig bevonden wordt, brengt zij vruchten van gerechtigheid voort. De Geest is enkelvoudig, maar toch bewerkt Hij, volgens de wil van God en in naam van Christus, velerlei genaden.

      Van de één gebruikt Hij de tong om wijsheid te verkondigen; van een ander verlicht Hij de ziel door de gave van profetie; weer een ander geeft Hij de macht om duivels uit te drijven; weer een ander ontvangt de gave van verklaring van de Heilige Schrift. Van de één versterkt Hij de zelfbeheersing, een ander leert Hij werken van barmhartigheid, nog een ander leert Hij vasten en de versterving, weer een ander leert Hij aardse begeerten te minachten, en nog een ander geeft Hij de bereidheid tot martelaarschap. Bij de ene werkt Hij zo, bij de ander anders, maar steeds blijft Hij geheel zichzelf. Er staat immers geschreven: “Aan een ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen”(1Kor 12,7)

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org