Chrysologis Petrus : Om welk werk stenigt u Mij

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Sermon 108 ; PL 52, 499

“Om welk werk stenigt u Mij?”

      “Ik smeek u door de barmhartigheid van God” (Rm 12,1). Paulus vraagt, of liever door Paulus vraagt God dit, Hij wil liever geliefd dan gevreesd worden. God vraagt omdat Hij minder Heer dan Vader wil zijn… Luister naar het vragen van de Heer: “Elke dag heb Ik mijn handen uitgestrekt” (Jes 65,2). Vraagt men meestal niet door het uitstrekken van de handen? “Ik heb de hand uitstrekken”. Naar wie? “Naar het volk?” Naar welk volk? Niet alleen naar een ongelovig volk, maar ook nog “opstandig”. “Ik heb de hand uitstrekken”.: Hij opent zijn armen, verwijdt zijn hart en toont zijn borst, opent zijn schoot, Hij maakt van zijn gehele lichaam een schuilplaats, om zo door deze smeekbede te tonen hoe Hij een Vader is. Luister hoe God elders vraagt: “Mijn volk wat heb Ik u gedaan of waarin heb Ik u bedroefd?” (Mi 6,3). Zei Hij niet : “Als u mijn goddelijkheid niet kent, zult u dan mijn vlees herkennen? Zie uw lichaam in mijn lichaam, uw ledematen, uw lendenen, uw botten, uw bloed! En als u vreest wat van God is, waarom houdt u dan niet van hetgeen het uwe is? Als u de Heer ontvlucht, waarom rent u dan niet naar de Vader?

      Maar de grootheid van de Passie, waar u de oorzaak van bent, bedekt u misschien met verwarring. Vrees niet! Dat kruis is niet mijn galg, maar die van de dood. Deze spijkers nagelen niet de pijn in Mij, maar ze dringen de liefde die Ik voor u heb, dieper in Mij door. Deze wonden rukken uit mij geen kreten, maar ze brengen u meer op de bodem van mijn hart. De verscheurdheid van mijn lichaam geeft u steeds meer plaats in mijn schoot, het doet niet mijn smeken toenemen. Ik verlies mijn bloed niet, ik vergiet het om het uwe te betalen.

      Kom dus, kom dus terug en herken in Mij een vader, die u het goede voor het kwade ziet teruggeven, liefde voor onrechtvaardigheid, zo’n grote tederheid voor dergelijke wonden.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Efrem de Syriër : Abraham heeft mijn dag gezien en van vreugde gejubeld

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Over Abraham en Izaak

Efraim de syrier222

“Abraham heeft mijn dag gezien en van vreugde gejubeld”

      Omwille van hun leeftijd waren Abraham en Sarah niet meer in staat om leven te geven; in hun beider lichamen was de jeugd uitgedoofd, maar hun hoop op God bleef levend; dat verzwakte niet, het was onverwoestbaar.

      Daarom verwekte Abraham, tegen elke hoop in, Izaak, die vervuld was met de Heer. Het was immers niet natuurlijk dat de reeds dode schoot van Sarah Izaak kon ontvangen en dat ze hem met haar melk voedde; dat was het eveneens toen de Maagd Maria, zonder een man te bekennen, de Heer van de wereld ontving, en het ter wereld bracht zonder haar ongeschonden toestand  te verliezen… Voor de tent zegt de engel tegen de patriarch: “Volgend jaar rond deze tijd, zal Sarah een zoon hebben” (Gn 18,14). De engel zei ook tegen Maria: “U zijt vol van genade en zult een zoon baren” (Lc 1,28.31). Sarah lachte toen ze aan haar steriliteit door haar leeftijd dacht (v.12); zonder het woord te geloven, riep ze: “Hoe kunnen Abraham en ik een kind krijgen? Wij zijn beiden te oud!” Maria dacht aan haar maagdelijkheid die ze wilde behouden, ze aarzelde en zei: “Hoe zal dat gebeuren, aangezien ik geen man beken?” (Lc 1,34) De belofte was zeker tegen de natuur in, maar Degene die, tegen alle hoop in, Izaak aan Sarah heeft gegeven, is werkelijk zelf geboren, in het vlees, uit de Maagd Maria.

      Toen Izaak de dag zag volgens het woord des Heren, waren Sarah en Abraham vol met vreugde. Toen Jezus op de wereld kwam, volgens de aankondiging van Gabriël, waren Maria en Jozef vol met blijdschap… “Wie zou tegen Abraham gezegd hebben dat Sarah op haar oude dag een zoon zou voeden?” riep de steriele vrouw uit. “Wie zou tegen de wereld gezegd hebben dat ik als maagd een kind zou voeden met melk?”, riep Maria uit. De oorzaak dat Sarah begon te lachen, is immers niet Izaak, maar Degene die uit Maria werd geboren; en zoals Johannes de Doper zijn vreugde liet blijken door op te springen in de schoot van zijn moeder, toonde Sarah haar blijdschap door te lachen.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org