Simeon de Nieuwe Theoloog : Hij, die God heeft gezonden spreekt de woorden van God

Heilige Simeon de Nieuwe Theoloog (rond  949-1022), Griekse monnik

Catechismus 3

Symeon de nieuwe theoloog1973

Simeon de Nieuwe Theoloog

“Hij, die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God”

    De Heer heeft tegen ons gezegd ; “Doorgrond de Schrift” (Joh 5,39). Doorgrond het dus en onthoud met veel precisie en veel geloof wat de Schrift  zegt. Op die wijze kent u de wil van God duidelijk en zult u in staat zijn om het goede van het kwade te onderscheiden, zonder u te vergissen, in plaats van te luisteren naar zomaar een geest en meegenomen te worden door schadelijke gedachten.

   Wees er zeker van zusters en broeders dat niets zo gunstig voor uw heil is als het beoefenen van de goddelijke voorschriften van de Heer… We hebben altijd veel vrees, geduld en volharding in het gebed nodig, opdat ons de betekenis van een woord van de Meester geopenbaard wordt, opdat wij de grote verborgen mysteriën zullen kennen tot in de kleinste woorden, en opdat we klaar zijn om ons leven te geven voor een klein teken, een jota, van de geboden van God (cf Mt 5,18).

   Want het woord van God is als een tweesnijdend zwaard (Heb 4,12) die de ziel bijsnijdt en elke begeerte en alle instincten van het vlees wegsnijdt. Nog meer dan dat wordt ze ook een brandend vuur (Jr 20,9) als ze het vuur in onze ziel oprakelt, als ze ons alle droefheden van het leven laat minachten en de beproevingen als vreugde laat beschouwen (Jac 1,2), als, tegenover de dood waar alle andere mensen beducht voor zijn, zij ons er naar laat verlangen en het leven laat omhelzen door ons het middel te geven om er te komen.

Evdokimow P. De overgang van tekens naar symbolen

DE OVERGANG VAN TEKENS NAAR SYMBOLEN

 Kopie (2) van Kopie van jesconq

Wij ontmoeten in de kunst van de catacomben, een zuiver «signitive» kunst. (aanwezig stellend) Haar doel is didactisch : Het verkondigt het heil en stelt haar instrumenten levendig voor door middel van geheime codes. Men kan het klasseren en twee groepen : 1. alles wat betrekking heeft op het water : de ark van Noë, Jonas, Moses, de vis, het anker; 2. alles wat betrekking heeft op brood en wijn : de vermenigvuldiging van de broden, het malen van het graan, de wijngaard; 3. alles wat betrekking heeft op de beelden van het heil en de geredden : de jongeren in de oven, Daniël in de leeuwenkuil, de phoenix vogel, de verrezen Lazarus, de «goede herder».  De voorstelling duidt eenvoudig weg op de zaligmakende daad : bijvoorbeeld, een dode is verrezen, diegene die ten onder gaat wordt gered. Men merkt een grote verwaarlozing van de artistieke vorm en de afwezigheid van elke theologische ontwikkeling. De «goede herder» stelt in het geheel de historische Christus niet voor, maar het wil gewoon zeggen : de Redder redt daadwerkelijk.  Daniël tussen de leeuwen stelt de geredde ziel van de dood voor. Het zijn getekende voorstellingen : kort en treffend, zij spreken van het heil door het doopsel en de eucharistie. Ziehier een griekse inscriptie op een graf die zeer nauw bij deze wijze van voorstellen aansluit, en geeft er de draagwijdte van aan : « Ik ben Abericus, leerling van de Goede Herder die zijn troepen laat grazen op de bergen en in de vlakte…. Overal is het geloof mijn gids geweest, en overal heeft het mij de Vis van de Bron als voedsel gegeven, de grote, de zuivere, die de Maagd heeft gevangen en te eten heeft gegeven aan de vrienden. Zij heeft ook een heerlijke wijn gemaakt en die gemengd heeft met water te drinken gegeven met brood. Dat iedereen die denkt zoals ik en deze woorden begrijpt bidden voor Abericus».

Alles komt overeen met de oproep, dat er geen eeuwig leven is zonder Christus en zijn sacramenten. Alles is gereduceerd tot het enige teken en alles is vreugde, want de verrijzenis van de doden is ingeschreven op de sarcofagen («eters van vlees») De afwezigheid van enige kunst markeert hier het beslissende moment van het lot van deze kunst : haar hoogtepunt, heel dicht nabij nog, de grote scheppingen van de Oudheid zijn nutteloos voor het moment; men neemt er afstand van, gaat voorbij aan zijn eigen dood, dompelt zich onder in de wateren van het doopsel, die uitgedrukt en bewaard zijn in de graffiti van de catacomben, om uiteindelijk uit haar doopvonten te komen bij de aanvang van de 4e eeuw, onder een vorm die nog nooit gezien was : de iconen. Het is de verrezen kunst in Christus : noch teken, noch schilderij, maar icoon, symbool van de aanwezigheid en haar schitterende plaats, liturgisch visioen van het mysterie dat beeld is geworden.

Het geschreven en beluisterde Woord is de inhoud van de Bijbel; zorgvuldig opgebouwd opent zij de poorten van de Tempel; gezongen en voorgesteld op de hiërarchische scene van de cultus, vormt zij de liturgie; mysterievol geschilderd, wordt het tot contemplatie, «visuele theologie» onder de vorm van de iconen.

 

Uit : Paul, Evdokimov : L’Art de l’icone, pp.149-150

Vertaling : Kris Biesbroeck

Basilios : Opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben

Sint Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocïe, Kerkleraar

Overweging over de Heilige Geest, 14

 Basilios de Grote 2221

 

“Opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben”

   Het beeld is een manier om de dingen die we verwachten te tonen, door de vergelijking. Bijvoorbeeld, Adam is de voorafbeelding van de Adam die moest komen (1 Kor 15,45) en de rots [in de woestijn tijdens de Uittocht] is op figuratieve wijze de Christus; het water dat van de rots stroomde is voorafbeelding van de levengevende kracht van het Woord (Ex 17,6; 1Kor 10,4), want Hij heeft gezegd: “Als iemand dorst heeft, dat hij tot Mij komt en drinkt” (Joh 7,37). Het manna is de voorafbeelding van “het levende brood dat uit de hemel is neergedaald” (Joh 6,51); en de slang die op een stok werd geplaatst is het beeld van de Passie, van onze redding dat op het kruis werd volvoerd, aangezien

 zij die er naar keken gered werden (Nb 21,9). Zo werd ook hetgeen de Schrift zegt over de Israëlieten die uit Egypte vertrokken, verteld als een voorafbeelding van hen die gered zijn door de doop; want de eerstgeborenen van de Israëlieten werden gered… door de genade die toegekend werd aan hen die het teken van het bloed van het Paaslam hadden en dat bloed was een voorafbeelding van Christus…

   Wat betreft de zee en de wolk (Ex 14), in die tijd leidden zij door de bewondering naar het geloof; maar voor de toekomst beelden zij de genade die komen moest uit. “Wie is wijs? Die er de liefde van de Heer in ziet” (Ps 107,43) Hij zal begrijpen dat de zee, die de doop verbeeldde, van de farao scheidde, evenals de doop ons aan de tirannie van de duivel doet ontsnappen. Vroeger heeft de zee de vijand in haar verstikt; nu sterft het vijandschap die ons van God scheidde. Het volk is veilig en gezond uit de zee gekomen; en wij komen uit het water als herboren uit de doden, gered door de genade van Hem die ons geroepen heeft. De wolk was de schaduw van de gave van de Heilige Geest, die onze ledematen verfrist, door het vuur van de begeerte te doven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Paasboodschap van de Oecumenische Patriarch Bartholomeüs I

 


 

 

FOTO’S PAASNACHT IN GENT 2009

KLIK HIER


 

 

+ BARTHOLOMEOS

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME EN OECUMENISCH PATRIARCH

AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK
GENADE, VREDE EN ONTFERMING ZIJ U VAN CHRISTUS DE HEILAND, DIE IN HEERLIJKHEID IS OPGESTAAN

* * * * * * * * *

Geliefde broeders concelebranten en kinderen in de Heer,

CHRISTUS IS OPGESTAAN! 

Met een somber gelaat hoorde de mensheid op een dag in de 19e eeuw uit de mond van de dramatische filosoof verkondigen: “God is dood! We hebben Hem gedood … Wij allen zijn Zijn moordenaars … God zal dood blijven! Wat zijn kerken anders dan de graven van God?” En enkele tientallen jaren later hoorde men uit de mond van zijn jongere volgeling: “God is gestorven! Mijne heren, ik verkondig u de dood van God!” 

Deze verkondigingen van de atheïstische filosofen ontstelden het geweten van de mensen. Er volgde een grote verwarring op het terrein van de geesteswetenschappen en de litteratuur, de kunst en van de theologie zelf, waar men, vooral in het Westen, zelfs begon te spreken over de “God-is-dood- theologie”.

De kerk had en heeft er nooit enige twijfel over gehad dat degene die aan het Kruis stierf, God was.  Dat gebeurde in het jaar 33 na Chr., op de heuvel van Golgotha van Jeruzalem, onder Pontius Pilatus, de Romeinse bestuurder van Judea. Nadat Christus een vreselijk lijden had ondergaan, is Hij gekruisigd als een misdadiger en tegen het negende uur van die vrijdag, zei Hij: “Het is volbracht” en gaf Hij de geest.  Dat is een onweerlegbare historische gebeurtenis. De eniggeboren Zoon en Woord van God, Jezus Christus, de waarachtige God, is gestorven voor alle mensen! Nadat Hij heel onze menselijkheid had aangenomen: lichaam, ziel, wil, inspanning,  pijn, verdriet, teleurstelling, vreugde, alles behalve de zonde, nam Hij ook onze dood op Zich, en wel in zijn meest kwellende en vernederende vorm, namelijk de kruisdood. Tot hier zijn we het eens met de filosofen. We kunnen zelfs aanvaarden dat onze kerken als het ware de ‘graven’ van God zijn! Maar toch! … Wij kennen, leven en vereren de stervende God, als een dode die het leven voortbrengt! Kort na die verschrikkelijke Vrijdag, bij het aanbreken van de dag, van de eerste dag der week, van de zondag,  gebeurde datgene waarop heel Gods heilseconomie was gericht: na de vleeswording, het lijden, de kruisiging en de nederdaling in de onderwereld volgde de Opstanding! … En deze Opstanding  is een even onweerlegbare historische werkelijkheid! … En dit feit heeft directe gevolgen voor de redding van ons allen. Opgestaan is de Zoon van God, Die tegelijkertijd ook de Zoon des mensen is! Opgestaan is God, met heel zijn aangenomen menselijkheid: het Lichaam dat Hij aangenomen had van het reine bloed van de Alheilige Moeder Gods en met Zijn heilige Ziel. Opgestaan uit de doden, heeft Hij heel Adam en Adams geslacht opgewekt als menslievende. Het graf van Jezus, het nieuwe graf van Jozef, is nu voor altijd leeg! In plaats van een graf voor een dode, is het een teken van overwinning op de dood, is het een bron van leven! De geestelijke Zon der gerechtigheid is opgestraald uit het graf, en schenkt het avondloze licht, vrede, vreugde, blijdschap, eeuwig leven! Ja, de kerken zijn “graven” van God! Maar lege graven, vol licht, vol geur van leven, van  naar de lente en pasen geurende mirre, schoon, lieflijk, versierd met feestelijke mirte, met bloemen van tastbare hoop, levenomvattende en levenschenkende graven! De dood van God heeft de kracht van de onderwereld gekeerd, de dood is gedegradeerd tot een eenvoudig gebeuren, dat de mens van het aardse leven naar het eeuwige Leven brengt. De kerken, de graven van God, zijn de wijd open poorten van Gods liefde, de wijde ingangen van de bruiloftszaal van Zijn Zoon, van Hem Die “als Bruidegom voortschreed uit het graf”. En wij, gelovigen, treden binnen en vieren “de dood van de dood, de vernietiging van de Hades, het begin van een ander, eeuwig, leven. En opspringend van vreugde bezingen wij de Oorzaak, de enig gezegende en hooggeroemde God van onze vaderen”!

Gelukkig dus, dat God gestorven is en dat Zijn dood ons leven en onze opstanding geworden is! Gelukkig, dat er zoveel van Zijn ‘graven’ zijn in de wereld, zoveel heilige kerken, waar een mens die verdrietig is, vermoeid en ontroostbaar, vrij naar binnen kan gaan, om daar de last van zijn verdriet af te leggen, zijn zorgen, zijn angst, zijn onveiligheid, waar hij zijn dood van zich af kan zetten! Gelukkig dat er kerken bestaan van de Gekruisigde, Gestorven, Opgestane en eeuwig Levende Christus. De wanhopige mens van vandaag, die verraden is door al de afgoden, al de aardse idolen die zijn hart gestolen hebben, dat wil zeggen de economie, de ideologie, de filosofie, de metafysika en al de andere lege verleidingen van deze bedriegelijke tijd, kan in deze kerken een toevluchtsoord vinden, troost en redding.

Vanuit het Oecumenische Patriarchaat, de Moederkerk, die in alle volheid het Lijden leeft, het Kruis en de Dood, maar evenzeer ook de Opstanding van de Godmens, richten wij tot alle kinderen der Kerk van harte onze paas-groet en zegen, met de groet van liefde van Jezus Christus, die uit de doden opgestane en eeuwig Levende, die de mens leven schenkt. Aan Hem zij de heerlijkheid, de macht, de eer en de aanbidding, tezamen met de Vader en de Heilige Geest, in eeuwigheid. Amen!

Heilig Pascha 2009

+ BARTHOLOMEOS van Konstantinopel, vurige voorspreker van u allen bij de opgestane Christus  

 

Orthodox Pasen : Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

 

Aan alle Orthodoxe medegelovigen wensen wij een

Zalig en Gezegend PAASFEEST

 

      

Gezongen door : Irene Papas/Muziek : Vangelis

 

 

Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

Handelingen 1,1-8:

Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart
[1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.’

Evangelie :

Johannes, 1,1-17

Hoofdstuk 1
[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan.
     [
6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof
zouden komen. [
8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht.
     [
9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren.
     [
14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.
     [
15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘
     [
16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

CHRISTUS IS OPGESTAAN

In alle vroegte
raakt God de aarde aan
en zingt de groeve:
nu is de dood herroepen,
Christus is opgestaan!

 O Gij bevrijder,
legt Gij uw windsels af
de specerijen
de geur van dood en lijden
de zwaarte van het graf
 

Verheug u, halleluja.
De Heer is waarlijk opgestaan,
met majesteit en jubel
verrezen. Amen amen

Gij maakt als eerste
een graf tot bruidsvertrek
het licht is weerbaar,
de dood niet onomkeerbaar:
Gods Zoon is opgewekt.

Met glans en glorie
getooid met morgenlicht
de Mens herboren,
nu gaan wij niet verloren.
God heeft ons opgericht.

 Verheug u, halleluja.
De Heer is waarlijk opgestaan,
met majesteit en jubel
verrezen. Amen amen.

 Die valt ter aarde
en sterft zoals het graan
zal zegen dragen
een oogst van levensdagen:
Christus is opgestaan

 

 

Verrijzenis 9