Vergevingszondag : Laatste zondag van de voorvasten

VERGEVINGSZONDAG

 Laatste zondag van de voorvasten

 

 

uitdrijving uit het paradijs

Uitdrijving uit het paradijs

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn
      U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen.  De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.  Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.  Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.

Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
 Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten.  De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.  Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven.  Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
     
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al.  Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht,  opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

Maak je geen zorgen!
      Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen.  Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen.  Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. 

Irenaeus van Lyon : Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God

H.  Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen III, 10, 1

Irenaeus van Lyon

Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God

      Over Johannes de Doper lezen we in Lucas : “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer… en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uitgaan met de geest en de kracht van Elia … om zo het volk gereed te maken voor de Heer” (1,15-17). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt, en voor welke heer was hij groot? Ongetwijfeld voor Degene die gezegd heeft dat Johannes “meer had dan een profeet” (Mt 11,9.11). Want hij bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mededienaren de komst van de Heer te verkondigen en door hen op te roepen tot bekering, opdat, als de Heer aanwezig zal zijn, ze dan allen klaar zijn om vergeving te ontvangen, om terug te komen bij Degene van wie ze vervreemd waren door hun zonde…

      Ja, “dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede” (Lc 1,78-79). In die termen heeft Zacharias God op een nieuwe wijze gezegend, op het moment dat hij bevrijd werd en zijn stem weer had, die hij door zijn ongeloof was kwijtgeraakt, en op het moment dat hij vervuld werd door de Heilige Geest. Want alles was vanaf dat moment nieuw, door het feit dat het Woord door een nieuwe ontwikkeling, het doel van zijn komst in het vlees vervulde, opdat de mens, die van God was afgedwaald, door Hem weer tot de vriendschap met God gebracht werd. Daarom verkondigde deze mens om God op een nieuwe wijze te eren.

Het sacrament van het berouw en de Biecht

HET SACRAMENT VAN HET BEROUW EN DE BIECHT

 

confession

Pastorale bijeenkomst over dit thema te Parijs

 

 Een pastorale bijeenkomst van de clerus van het aartsbisdom van de russische parochies in West Europa (oecumenisch patriarchaat)) werd gehouden in het instituut Sint Serge, de 25e mei, 2006 onder het voorzitterschap van Aartsbisschop Gabriël, die dit diocees leidt.

De bijeenkomst had als thema : “Het sacrament van berouw en de praktijk van de biecht”.  In totaal waren er een zestigtal priesters, diakens, leken, leden van de  aartsbisschoppelijke raad, professoren en studenten van het instituut Sint Serge, alsook afgevaardigden van het servisch bisdom en het roemeens bisdom in Frankrijk aanwezig. Zij waren voor deze gelegenheid speciaal uitgenodigd, om deel te nemen aan deze dag van gebed, bezinning en uitwisseling van ideeën. De bijeenkomst werd geopend in de Kerk van  Sint-Serge met een eucharistische liturgie, voorgegaan door aartsbisschop Gebriël. Op het einde van de dag heeft Michel SOLLOGOUB, secretaris van de aartsbisschoppelijke raad en professor aan de universiteit van Parijs I – Panthéon informatie gegeven over het leven van het aartsbisdom. Hij heeft kennis gegeven van een aantal bijzondere, recente gebeurtenissen, die voor hem wijzen op zoveel “tekenen van vitaliteit”. ( inwijding van nieuwe kerken, de aanwezigheid van nieuwe bedienaars, de ontwikkeling van de electronische communicatie, het inrichten van een catechese voor de nieuwe emigranten uit Oost Europa). Hij is ook ingegaan op de meer “bedroevende problemen” , zoals de poging van het patriarchaat van Moscou en van de Russische Federatie om zich meester te maken van de kerken van Biarritz en van Nice.

  Na de liturgie, in de loop van de morgenzitting, werden drie onderrichtngen gegeven aan de deelnemers. André LOSSKY, professor aan het instituut Sint Serge heeft een uiteenzetting gegeven over : “De biecht : enkele historische kenmerken en hun betekenis voor vandaag”. Hij onderscheidt drie periodes in de praktijk van het berouw in de kerk. Hij heeft eraan herinnerd dat er in de beginperiode van  de Kerk , na zware fouten, geen terugkeer mogelijk was tot de communie . Men moet wachten tot de 3e-4e eeuw, tot de patristieke getuigenissen een bewustwording  kenbaar maken van een mogelijk berouw door middel van een persoonlijke inwendige biecht. De tweede periode, vanaf de 6e eeuw, wordt gekenmerkt door de verschijning van de ascetische codexen van monastieke oorsprong, genoemd “Nomocanons”. Deze canons hadden een dubbele invloed, de één positief, in de mate dat zij er niet alleen in bestonden de zware fouten te herkennen, maar “een instrument werden voor het zoeken naar volmaaktheid of onze opgang naar God”, het andere , negatief , in de mate waarin men  nogal vlug de regels welke de straffen voorschreven in functie van de zwaarte van de fouten, op een “legalistische”wijze werden toegepast. De derde periode, vanaf het begin van de 17e eeuw, is in Rusland althans gekenmerkt door het introduceren van een latijnse absolutie-formule, volgens dewelke de biechtvader spreekt in de eerste persoon. Dit versterkt nog het juridisch karakter van de biecht. Als conclusie heeft André LOSSKY nog onderlijnd dat, onder de “positieve invloed” van de Nomocanons, de biecht moet worden opgevat als een “therapeutische act” die als functie heeft : de ” reïntegratie in de Kerk” van hem die door de zonde van God was verwijderd. Het gaat dus om een ‘daadwerkelijke ervaring van de oneindige barmhartigheid van God , doeltreffend en concreet , weg van elke vorm van juridisme” aldus de spreker..

  In de tweede onderrichting, heeft Vader Nicolas OROLINE, professor aan het instituut Sint Serge een reflexie gegeven over “drie symptomen van een diepe crisis” van de biecht. Hij heeft vooreerste de noodzakelijkheid onderlijnd om het misverstand uit de weg te ruimen tussen de band die vandaag de dag ipso facto bestaat tussen biecht en communie. De regelmatige communie is verbonden met het koninklijk priesterschap, ontvangen door alle gedoopten, er is geen enkel verschil tussen clerici en leken. “Onder westerse invloed denken té veel mensen dat alleen de priester elke zondag mag communiceren zonder voorafgaande biecht”, aldus de spreker, terwijl de clerici in werkelijkheid niets anders doen dan de praktijk van de oude Kerk bestendigen. ” Men kan er zich vandaag de dag alleen maar in verheugen, dat meer een meer gelovigen de frequente communie beoefenen”. Maar dit heeft het verergeren van een  “een gevoel van onbehagen betreffende de biecht”, als paradoxaal  logisch  gevolg. Volgens Vader Ozoline, wordt dit fenomeen verklaard door twee strekkingen.

De eerste strekking heeft te maken met een zuiver “juridische ” benadering, waar de biecht wordt opgevat als een opsomming van overtredingen, en de absolutie als een “magische formule”, die zou werken “zelfs onafhankelijk van de gesteldheid van de penitent”. De tweede benadering is van “psychoanalitische” orde, zij herleidt de biecht of tot een “analyse”, of tot een “spiritueel gesprek”. In beide gevallen, is de biecht beroofd van haar betekenis, want, in het sacrament van het berouw, is de priester geen “voorspreker”, maar “een getuige en een bemiddelaar bij God”.

  Vader Nicolas Ozoline is vervolgens ingegaan op het fenomeen van de “mladostertsy” ( russische term om zeer jonge priesters aan te duiden die zich ten onrechte de rol van bekwame geestelijke vaders aanmatigen), een verschijnsel welke hij heeft gedefinieerd als een poging van sommige jonge priesters, om een macht over de biechtelingen uit te oefenen. Het gaat hier om een wijd verspreide ontsporing in Rusland sinds de val van het communisme en die officieel is veroordeeld door de patriarch van Moscou ALEXIS II en door de heilige synode. Hij heeft nochtans geconstateerd dat deze afwijking  “inherent is  aan het systeem”, want in de actuele russische Kerk zijn de jonge priesters, vanaf het begin van hun ambt “gedwongen om te biechten zonder pastorale of spirituele ervaring”. Dit was niet zo in het oude Rusland (vóór de 18e eeuw), evenmin is dit het geval in de actuele praktijk van de orthodoxe Kerken van Griekenland en het Nabije-Oosten, waar nog altijd de instelling bestaat van de “pneumatikoi” (in het russisch “doukhovniki”), de “biechtvader, vertrouwensman”. Dit zijn priesters welke een bijzondere zegen van de bisschop hebben ontvangen om biecht te horen. “Ik zou willen pleiten voor  de geleidelijke terugkeer naar het systeem van de “doukhovniki”  binnen ons aartsbisdom”, was zijn conclusie, eraan toevoegend : “Het zou ook een dienst betekenen aan hen die in Rusland zich daarvoor inzetten, en dit met vele moeilijkheden; want vanaf het moment dat men spreekt van veranderingen, zijn er oppervlakkig reacties van wantrouwen en verwerping”.

  De derde overweging werd  gegeven door Vader Michel FORTOUNATTO, vroeger priester te Londen, nu op rust in de buurt van Vichy (Allier). Hij h
ad het over de “Spirituele en theologische betekenis van het berouw” Hij heeft vooreerst de nadruk gelegd op de “dynamiek van het berouw” die zich plaatst “tussen zonde en vergeving”. Het gaat dus om een beslissend moment, of juister gezegd over een moment van daadwerkelijke “bekering”. Het berouw is een  ontologisch fenomeen waar het gevallen schepsel zoekt om genezing en om het goddelijk beeld in hem te hervinden”. Vertrekkende vanuit talrijke citaten van de Kerkvaders, maar ook van de Heilige Silouan de Athoniet (20e eeuw), heeft hij getoond hoe het appèl van de berouwvolle mens zich manifesteert, Gods trouw in acht nemend. :“God vergeeft ons en geneest ons door zijn eindeloze liefde”. Het berouw is “een tweede genade, gegeven na de doop” (Heilige Isaak de Syriër), waardoor de gevallen mens zich transformeert, van “een staat van verval” naar “een staat van onverstoorbaarheid”. Vader Michel Fortounato heeft onderlijnd, dat het berouw geen geïsoleerde daad is die gepaard gaat met de biecht . Zij moet “aanwezig zijn in alle etappes op de geestelijke weg”. De Heilige Isaak de Syriër  parafraserend, zou men kunnen zeggen dat “wij berouw nodig hebben gedurende de vierentwintig uren van de dag”.

  De onderrichtingen hebben  de gelegenheid gegeven tot een debat over onderwerpen zoals :het onderscheid tussen het sacrament van het berouw en de openheid van gedachten, het onderscheid tussen de priester biechtvader en de geestelijke leider, de noodzaak van een spirituele rijpheid om biechtvader te zijn maar ook om priester te zijn, de betekenis van het gewijde ambt en de charisma’s binnen de Kerk , de plaats van de biecht als een kerkelijke daad in het kader van de parochie en vooral van de zondagse liturgie, plaats van samenkomst bij uitstek…. De namiddagzitting was gewijd aan ateliers rond reflexie en discussies over verschillende thema’s : “De praktische vormen van de biecht”, “Biecht en eucharistische communie”, “biecht van de jongeren” enz..

Vrij vertaald uit SOP 310 – Juli/Augustus 2006

door Kris B

zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar

Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624

 

 

“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”

   Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord hen dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat hen de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste voorwerp maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben het kruis gedragen voor het schaap. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en hen daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10)

    Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Johannes van Damascus : Homilie over de Transfiguratie van de Heer

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar

Homilie over deTransfiguratie van de Heer, 18 ; PG 96, 573

 

 

“Dit is mijn geliefde Zoon”

   “Een stem kwam uit een wolk en zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, aan wie Ik al mijn liefde heb gegeven, luister naar Hem!” (Mt 17,5). Dit zijn de woorden van de Vader die voortkomt uit de wolk van de Geest: “Dit is mijn geliefde Zoon, Hij die mens is en die de verschijning van een mens heeft. Hij is mens geworden, Hij heeft nederig onder ons gewoond; nu straalt zijn gelaat, dit is mijn geliefde Zoon; Hij bestaat al van voor alle tijden. Hij is de eniggeboren Zoon van de ene God. Hij is door Mij, de Vader, buiten tijd en in eeuwigheid, verwekt. Hij is niet na Mij tot bestaan gekomen, maar Hij is van alle eeuwigheid van Mij, in Mij en met Mij”…

    Het is uit welwillendheid van de Vader dat zijn enige Zoon, zijn Woord, vlees geworden is. Het is uit welwillendheid dat de Vader in zijn Zoon het heil voor de gehele wereld heeft vervuld. Het is uit welwillendheid dat de Vader de eenheid van alles in zijn enige Zoon heeft gemaakt… Werkelijk het beviel de Meester van alle dingen, de Schepper van het Universum, om in zijn enige Zoon, de goddelijkheid en de menselijkheid te verenigen en door haar, elk schepsel, “opdat God alles in allen wordt” (1Kor 15,28).

   “Dit is mijn geliefde Zoon, ‘de straling van mijn heerlijkheid, de afdruk van mijn wezen’ door wie Ik ook de engelen heb geschapen, door wie de hemel bevestigd werd en de aarde gegrondvest. Hij ‘draagt het universum door zijn almachtige woorden’ (Heb 1,3) en door de adem uit zijn mond, dat wil zeggen de Heilige Geest die gidst en leven geeft. Luister naar Hem, want degene die Hem ontvangt, ontvangt Mij (Mc 9,37), Ik heb Hem gezonden, niet omwille van mijn hoogste macht, maar op vaderlijke wijze. Als mens werd Hij immers gezonden, als God blijft Hij in Mij en Ik in Hem… Luister naar hem, want Hij spreekt woorden van eeuwig leven” (Joh 6,68).

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org