Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn

H. Fulgentius van Ruspe (467-532), bisschop  
Sermon 3, voor het feest van de heilige Stefanus ; CCL 91A, 905

“Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn” (Joh 13,35)

    

Pantocrator

 

 

 Deed de liefde Christus uit de hemel neerdalen, Stefanus werd daardoor van de aarde in de hemel opgenomen. Die liefde, die eerst straalde in de Koning, schitterde daarna in de soldaat.

      Daar waar Stefanus is heengegaan, gedood door de stenen van Paulus, daar is ook Paulus gekomen, geholpen door het gebed van Stefanus. Wat een waarachtig leven, geliefden. Hier schaamt Paulus zich niet over het doden van Stefanus, maar Stefanus verheugt zich om het samenzijn met Paulus: in beiden verheugt zich de liefde. Immers de liefde van Stefanus heeft de wreedheid van de joden overwonnen., de liefde van Paulus heeft een menigte zonden bedekt, voor hen beiden heeft de liefde het Rijk der hemelen als beloning verworven.

      De liefde is dus de bron en de oorsprong van alle goed, het pantser bij uitnemendheid en de weg die naar de hemel leidt. Wie in de liefde wandelt, kan niet dwalen of bang zijn, want zij leidt ons, zij beschermt ons en voert ons naar ons einddoel. Christus heeft de ladder van de liefde geplaatst, geliefden, en daarlangs kan iedere christen naar de hemel opstijgen. Gij moet daarom vol moed de liefde ongeschonden bewaren en haar aan elkaar betonen om zo geleidelijk omhoog te klimmen.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Nectarios van Aegina : Hymne aan de goddelijke liefde

DE HEILIGE NECTARIOS VAN AEGINA

 

HYMNE AAN DE GODDELIJKE LIEFDE

Nektarios van Egina
 

 De goddelijke eros(wij gebruiken het woord eros in de betekenis van de Vaders. Het is de werkzame, dynamische liefde, die de ziel dwingt om uit zichzelf te treden, naar God toe) is de volmaakte liefde voor God, die zich uit als een onverzadigbaar verlangen van het goddelijke. De goddelijke eros wordt in het gezuiverde hart geboren of woont in de goddelijke genade.

 De eros voor God is een goddelijke gave. Het wordt aan de onschuldige ziel gegeven door de goddelijke genade die haar bezoekt en zich aan haar openbaart.

 De goddelijke eros richt zich tot niemand zonder een goddelijke openbaring. De ziel die de openbaring niet heeft ontvangen, is niet onder invloed van de genade en blijft ongevoelig voor de goddelijke liefde.

 De geliefden van het goddelijke voelen zich gestuwd naar de goddelijke liefde door Gods genade, geopenbaard aan de ziel, en die handelt in het gezuiverde hart. Het is de ziel die hen heeft getrokken naar God toe.

 Diegene die aangegrepen wordt door God is eerst zelf door God bemind. Het is pas daarna dat hij het goddelijke bemint.

 De geliefde van het goddelijke is vooreerst bemind door God, vervolgens heeft hij de Hemelse Vader bemind.

 Het hart van hem die de Heer liefheeft sluimert nooit; hij waakt omwille van de intensiteit van zijn liefde.

 Indien de mens slaapt uit de noodzaak van zijn  natuur, dan waakt het hart voor de lofprijzing van God.

 De gekwetste ziel door de goddelijke eros zoekt niets meer buiten het hoogste Goed, zij keert zich van alles af, gevoelt voor alles een onverschilligheid.

 De ziel die aangegrepen is door God verheugt zich over de woorden van God en brengt zijn tijd in Zijn tabernakels door.

 Zij verheft haar stem om de wonderdaden van God te verkondigen, en wanneer zij staande blijft, spreekt zij over Zijn glorie en Zijn majesteit.

Zij bezingt God en looft hem zonder ophouden.

 Zij dient Hem met ijver.

 De goddelijke eros maakt zich meester van gans deze ziel, verandert ze en maakt ze zich eigen.

 De ziel, verliefd op God, heeft het goddelijke gekend en deze kennis heeft zijn goddelijk eros doen ontvlammen.

 De ziel, verliefd op God, is zeer gelukkig, want zij heeft de goddelijke raadsman ontmoet die haar verlangens heeft vervuld.

 Elk verlangen, elke genegenheid, elk vervoering die vreemd is aan de goddelijke liefde werpt zij ver van zich als verachtelijk en haar onwaardig.

 O met hoeveel liefde voor het goddelijke, richt de ziel die gedragen wordt door de liefde van God, de liefde voor God ten hemel ! Deze liefde die is als een kleine wolk maakt zich meester over de ziel en voert haar naar de eeuwige, nooit opdrogende bron van liefde, en vervult haar met het eeuwige licht.

 De ziel die gegrepen is door de goddelijke eros, verheugt zich ten allen tijde. Zij is vreugdevol, zij springt op van vreugde, zij danst, want zij voelt zich geborgen in de liefde van de Heer, als op een rustig water.

 Niets van wat in deze wereld bedroefd maakt kan haar rust en haar vrede komen verstoren, geen droefheid kan haar vreugde en vrolijkheid wegnemen

 De liefde voert de ziel van de goddelijke beminde naar de hemel. Verbaast ziet zij zichzelf gescheiden van de lichamelijke zintuigen, van haar lichaam zelf. Door zich volledig aan God over te geven, vergeet zij zichzelf.

 De goddelijke eros bezorgt haar de vertrouwelijkheid met God; de vertrouwelijkheid geeft haar durf, de durf de smaak en de smaak de honger.

 De ziel die geraakt wordt door de goddelijke eros kan niet meer aan andere dingen denken, noch iets anders verlangen.

 Zij zucht onophoudelijk en zegt : «Heer, wanneer zal ik naar U toe komen en wanneer zal ik je aangezicht zien ? Mijn ziel verlangt naar U toe te gaan zoals een hinde verlangt naar stromend water ».

 Zo is de goddelijke eros die van de ziel een gevangene maakt.

O liefde, echt en blijvend !

O liefde, gelijkenis met het goddelijk beeld !

O liefde zachte vreugde van mijn  ziel !

O liefde goddelijke volheid van mijn hart !

O liefde, onophoudelijke bezinning van mijn geest !

 Gij bezit altijd mijn ziel, gij omringt haar met vriendelijkheid en warmte.

 Gij maakt haar levengevend en richt haar op tot de goddelijke liefde

 Gij vervult mijn hart en doet het branden van goddelijke liefde, Gij wekt mijn verlangen voor de Hoogste Raadsman op.

 Door uw levengevende kracht versterkt gij de kracht van mijn ziel; gij maakt haar bekwaam om aan de goddelijke liefde de dienst op te dragen die haar toekomt.

 Gij maakt U meester van mijn geest en bevrijd hem van aardse bindingen.

Gij bevrijdt hem opdat hij zonder hindernissen zou opstijgen naar de goddelijke liefde in de hemelen.

Gij zijt de kostbaarste schat voor de gelovigen, de meest eerbare gave van de goddelijke charisma’s.

Gij zijt de goddelijke schittering van mijn ziel en mijn hart.

Gij zijt die de getrouwen maakt tot zonen van God.

Gij zijt het sieraad van de gelovigen en gij eert uw vrienden.

Gij zijt het enige eeuwigdurende goed, want gij zijt eeuwig.

Gij zijt het kleed van schoonheid van de vrienden van God, die zich zo gekleed tonen aan de goddelijke liefde.

Gij zijt de heerlijke geneugten, want gij zijt de vrucht van de heilige Geest.

Gij leidt de geheiligde gelovigen binnen in het Koninkrijk der Hemelen.

Gij zijt het zachte parfum van de gelovigen.

 Door U communiceren de gelovigen in het paradijs van de weldaden.

Door U richt het licht van de spirituele zon zich op in de ziel.

Door U openen zich de spirituele ogen van de gelovigen.

Door U nemen de gelovigen deel aan de goddelijke glorie en het eeuwig leven.

Door U ontstaat in ons het verlangen naar de hemelen.

 

Gij zijt het die het koninkrijk van God vestigt op aarde.

Gij zijt het die de vrede verbreid over de mensen.

Gij zijt het die maakt dat de wereld gelijkt op de hemel.

Gij zijt het die de mensen met de engelen verenigt.

Gij zijt het die onze harmonieuze gezangen doet opstijgen tot God.

Gij zijt het die in alles de overwinnaar bent.

Gij zijt het die boven alle dingen staat.

Gij zijt het die in werkelijkheid over het universum regeert

Gij zijt het die met wijsheid de wereld richt.

Gij zijt het die alles draagt en bewaart.

 

GIJ valt nooit !

 

O liefde, volheid van mijn hart !

O liefde, teder beeld van Jezus de zeer tedere.

O liefde, heilig zinnebeeld van de leerlingen van de Heer.

O liefde, symbool van Jezus de tedere.

Zegen mijn hart door uw verlangen.

Vervul het met weldaden, goedheid en vrolijkheid.

Maak van mijn hart de woonplaats van de zeer Heilige Geest.

Ontbrand het geheel met uw goddelijk vuur, opdat mijn armzalige passies

zouden verteerd worden, dat ze geheiligd worden door uw onophoudelijke lofprijzing.

 Vervul mijn hart met de zachtheid van uw liefde, opdat ik alleen nog Jezus de zeer tedere zou liefhebben, Christus onze Heer. En dat ik voor Hem de hymne zonder einde zou zingen met gans mijn ziel, met gans mijn hart, met al mijn krachten en met gans mijn geest. Amen !

 

Vertaling : Kris Biesbroeck.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hervorming en Orthodoxie

HERVORMING EN ORTHODOXIE 

kruis55555

 

 

 

Interview  van N. Smelt met Vader Thomas POTT(Chevetogne) 

 

N. Smelt (NS): De liturgie van de Oosterse Kerk, eeuwen en eeuwen oud en voor de gemiddelde kerkganger onveranderd, gebonden aan precies vastgelegde teksten, rituelen en melodieën. De orthodoxie heeft geen Tweede Vaticaanse Concilie gekend, dat zorgde voor een liturgische revolutie. De Orthodoxe liturgie lijkt nog steeds voor eeuwig en altijd, maar de werkelijkheid is veel genuanceerder. De Benedictijnse monnik Thomas Pott van de abdij van Chevetogne in België, waar Latijnse en Byzantijnse rites en levensstijl al jaar en dagharmonisch samengaan, heeft vorige maand in Rome met succes een proefschrift verdedigd waarin hij aantoont hoe al eeuwenlang ook de liturgie van de orthodoxe kerken zich voortdurend ontwikkelt, aanpast en verandert. In `Schriftgeleerden’ geeft hij een toelichting op zijn onderzoek naar het ogenschijnlijk onverenigbare: hervorming en orthodoxie.

Père Thomas Pott (TP): Een actief ingrijpen van de mens in de structuur van de liturgie heeft wel zeker plaats gehad. Ik heb bestudeerd, hoe dat ingrijpen van de mens er concreet heeft uit gezien, wat hij heeft gedaan en wat dat zegt over zijn relatie met de liturgie.

NS: Als de mens aan liturgiehervorming doet, doet hij dat dan, omdat hij anders is gaan geloven of omdat hij vindt dat het oude geloof een nieuwe uitdrukking moet gaan krijgen, in andere woorden en gebaren gestalte moet krijgen?

TP: Het is heel verschillend en het ligt er ook aan wie er hervormt. Er zijn bijvoorbeeld monastieke liturgie-hervormingen, parochiële hervormingen en kathedrale hervormingen. Je moet altijd kijken wie is degene die erachter zit, welke groep zit erachter. Wat je vaak ziet in de geschiedenis van de Byzantijnse liturgie is dat het charisma van een monnik, zoals bijvoorbeeld Theodorus Studites, een sterke impuls geeft aan een liturgische hervorming of aan een liturgisch beweging, die je achteraf herkent als een liturgische hervorming.
De beweegredenen van de hervormingen kunnen heel verschillend zijn. Er zijn hervormingen of veranderingen in de liturgie geweest, die gemotiveerd waren vanuit de idee dat de liturgie niet meer overeenstemde met wat de mensen precies geloofden. Meestal was het echter een geleidelijk aanpassen of een op de voet volgen.
Bijna altijd zie je dat de liturgie spontaan evolueert en dat het ingrijpen van de mens zich beperkt tot een goedkeuren of een afkeuren van die ontwikkeling door bijvoorbeeld het uitvaardigen van een decreet, het opnemen van een verandering in een nieuw manuscript, of vanaf de 17e eeuw door het uitgeven van een nieuw liturgisch boek.

NS: In de geschiedenis van de Kerk hebben we geweldige strijd gezien om het ware geloof, zoals de verschillende concilies die elkaar te vuur en te zwaard bestreden hebben om te komen tot de formulering van bijvoorbeeld het Credo van de Katholieke Kerk. Daarna hebben we vooral in de Westerse Kerk de strijd gezien tussen theologen, met name in de tijd van de Reformatie. Dat heeft ook de wijze van liturgie vieren beïnvloedt. Zien we zoiets ook in de Orthodoxe Kerken? Een vechten om de waarheid die zijn weerslag vindt in het kerkelijk leven in de liturgie.

TP: In het begin zeer zeker. Bijvoorbeeld, het Credo van Nicea-Constantinopel is in de Byzantijnse liturgie in de 6e eeuw ingevoerd door een monofysitische patriarch om daarmee te laten zien dat hij van het geloof van Nicea-Constantinopel was. De volgende patriarch, een orthodoxe patriarch, kon dat niet zomaar terugdraaien.
Dus op die manier is het Credo in de liturgie gekomen, en zie je dat de theologische polemiek verantwoordelijk was voor die invoering. Later is dat minder duidelijk. In de periode die ik vooral heb bestudeerd, de periode van de 8e tot de 14e-15e eeuw, hebben theologische discussies niet veel invloed op de liturgie gehad.

NS: Welke invloed heeft de tweespalt tussen de Kerk van Constantinopel en de Kerk van Rome gehad op de vormgeving van de liturgie?

TP: Ik denk dat in de periode van de 10e tot 12e eeuw de liturgische families al gevormd waren. Je kunt dan al duidelijk spreken van een Byzantijnse liturgie, van een Romeinse liturgie. En ook het wederzijds onbegrip of het onbehagen dat men voelde naar elkaar toe, was al gegroeid.
Binnen de Byzantijnse liturgie zijn er niet veel zaken die hun oorsprong vinden in de polimiek met andere kerken.

NS: In hoeverre is de Byzantijnse liturgie een klerikale liturgie?

TP: Enerzijds is de Byzantijnse liturgie heel klerikaal en anderzijds helemaal niet. In de Byzantijnse liturgie celebreren als het ware alle mensen mee. Er is natuurlijk een zekere afstand door onder meer de iconostase, maar meestal is er in de Byzantijnse kerken geen echte afstand tussen gelovigen en priester.

NS: Maar een niet-orthodox gelovig mens ervaart toch een zekere afstand tussen de priester en de mensen in de kerk. Is het een ander levensgevoel, een andere mentaliteit die de orthodox denkende en gelovige mens heeft?

TP: Ja, zeker een andere mentaliteit. Maar je kunt ook zeggen dat men in de Latijnse liturgie heeft geprobeerd die afstand te verkleinen, maar dat men niet het beoogde effect heeft verkregen, want liturgie is essentieel ritus en ritus is ook mysterie. En mysterie wordt ook uitgedrukt door symbolische handelingen, ook door afstand. In de Latijnse ritus is het altaar vaak op een verhoging geplaats of er was een communie bank tussen de gelovigen en het altaar. Er was altijd een zekere afscheiding.

NS: Het heilige moet het heilige blijven en niet te dicht bij het profane komen.

TP: Het gaat er in liturgie om, dat het profane heilig wordt. Er zijn echter een aantal stappen die men niet kan overslaan. Daarin werkt liturgie ook pedagogisch: door fysieke objecten of omstandigheden bevindt de mens zich in een situatie die beantwoordt of overeenkomt met zijn geestelijke of theologische situatie.

NS: Is de theologische situatie van mensen in de Orthodoxe Kerk zoveel anders als van mensen in de Westerse kerken, in de Latijnse ritus?

TP: Nee, die is precies hetzelfde, maar wordt misschien anders beleefd. Ik denk dat er in het Oosten veel minder de behoefte is om alles te zien, alles te voelen, alles te begrijpen. Men heeft veel meer het besef in een traditie te staan die overgeleverd is van generatie op generatie, waarin men ingewijd moet worden.
Als ik iets niet begrijp, dan is het niet zozeer dat die ritus niet goed is, maar misschien ben ik zelf ook niet op de hoogte van die ritus. Juist vandaag de dag is het een probleem dat het overbrengen van de traditie van generatie op generatie is onderbroken, zowel in het Westen als in het Oosten.
In Rusland is immers het meegeven van die liturgische traditie door het communisme onderbroken.

NS: Is het niet opmerkelijk, dat in de voormalige Sowjet-Unie, in Rusland en in de andere republieken die daar uit zijn voortgekomen, er weer een geweldige belangstelling is gekomen voor de orthodoxe liturgie? De kerken bloeien daar op en men weet toch vrij gemakkelijk opnieuw aan te sluiten bij de oude traditie.

TP: Maar er zijn ook veel mensen die weer snel ontmoedigd worden. Alexander Men, een belangrijke Russische theoloog en priester, vroeg zich nog voor de val van het communisme af of de Kerk wel in staat zou zijn om haar taak op zich te nemen. En dat is een probleem waar West en Oost met elkaar verenigd zijn, want ook bij ons is het moeizame moment gekomen om de traditie door te geven, terwijl wij tegelijkertijd moeten antwoorden op de serieus kritische vragen van de jeugd.

NS: Zou je je ook kunnen afvragen of secularisatie, modern levensgevoel, moderne verhoudingen in onze samenleving wel samengaan met eeuwenoude liturgieën om daarin je geloof, je geloof in de wereld te beleven? Kun je je geloof in de 21e eeuw beleven in vormen van de 10e, 11e, 12e eeuw?

TP: Die vraag is heel scherp gesteld, waarop je moet antwoorden dat dat niet kan, als die vorm niet de vorm wordt van de 21e eeuw. En hij wordt de vorm van de 21e eeuw, doordat hij door de eenentwintigste eeuwer wordt geleefd. Dus echt geleefd en niet alleen maar als ritueel wordt nagedaan.
Dat is ook weer een vraag die zowel aan de Westerse als aan de Oosterse Kerken wordt gesteld en die ze moeten beantwoorden; namelijk in hoeverre zijn we actueel, in hoeverre is onze liturgie in staat de mensen in het mysterie binnen te voeren. Waarbij men zich altijd moet afvragen of de liturgie voldoende is aangepast aan de gelovigen.
Misschien kan een zeker taalgebruik worden veranderd of moet men misschien een concessie doen in de lengte van de dienst. Dat zijn in feite slechts secundaire vragen.
De belangrijkste vraag is of de mens van vandaag – de Duitsers zeggen `kultfähig’ – in staat is een liturgische mens te zijn of is dat al niet meer zo. En als het wel zo is, kan hij dan verder met onze liturgie.

NS: Oftewel de vraag: hoe pastoraal, hoe mensgericht moet de liturgie zijn?

TP: Ik denk niet, dat liturgie op de eerste plaats pedagogisch moet zijn. Mensen hebben er mijns inziens genoeg van om te veel te worden bemoederd in de liturgie of door de liturgie.
Als liturgie een manier van leven is, het uitdrukken op een heel intense wijze van wat ons leven is, dan is het aspect van het mysterie heel belangrijk.

NS: Het hele levensritme van deze tijd lijkt echter haaks te staan op de sfeer, de uitdrukkingsmiddelen van die oude liturgieën. Hoe kan een mens van deze tijd zichzelf daarin herkennen?

TP: Zeker is, dat er een zekere aanpassing moet zijn of een initiatie. Het neerhalen van de liturgie op het niveau van de mens die nauwelijks is voorbereid op wat liturgie is, heeft helemaal geen zin. Daar zou men de liturgie mee kapot maken.

NS: Kan de orthodoxe, de Byzantijnse liturgie de oecumene in de weg staan? Of kan ze juist bijdragen tot de bevordering van die oecumene?

TP: Liturgie kan nooit een sta in de weg zijn; voor geen enkele liturgie. En bij die vraag moet je je ook afvragen, wat is oecumene, wat versta ik daar onder? Als oecumene is: ze moeten maar zo snel mogelijk onze gebruiken accepteren, want dat zijn de enige juiste; ja, dan is het een sta in de weg. Maar dat kan nooit tot iets goeds leiden.
Men kan alleen maar van andere christenen wensen, dat zij zo overtuigd mogelijk en zo oprecht mogelijk hun eigen tradities leven. Of het nu over orthodoxen of over protestanten gaat, of over katholieken.
Men moet geen angst hebben voor zijn eigen tradities, zoals je vaak ziet bij katholieken die als ze met andersgelovigen samenkomen, bang zijn voor een aanatal gebruiken die ze hebben, zoals wierook. Dat mag dan plotseling niet meer.
Het is uitsluitend door heel authentiek zich zelf te zijn, dat men de ander als authentiek zichzelf kan accepteren. En dat is de enige weg van een echte oecumene tussen gelijkwaardigen; en niet alleen een aanpassing van mij aan de ander of van de ander aan mij.

 


©
Uit de “Kroniek van Chevetogne”, uitgave van de Stichting Sint Benedictus

 

Bezinning Kerstmis

H.  Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar  
Homilie over de geboorte van Christus ; PG 31, 1471v

 

 

geboorte van Christus2

 

 

“Wij hebben zijn heerlijkheid gezien, die Hij als enigeboren Zoon van zijn Vader heeft”

     ” Toen ze de ster zagen, werden ze met buitengewoon grote vreugde vervuld” (Mt 2,10). Vandaag ontvangen wij ook die grote vreugde in onze harten, de vreugde die de engelen aan de herders verkondigen. Laten we met de magiërs aanbidden, met de herders verheerlijken, met de engelen zingen: “Vandaag is een Redder geboren, het is Christus de Heer, de Heer God is aan ons verschenen”…

      Dat feest is gemeenschappelijk voor de gehele schepping: de sterren haasten zich aan de hemel, de magiërs komen uit heidense landen, de aarde ontvangt in een grot. Er is niets dat niet aan dit feest bijdraagt, niets dat niet uit gulle handen komt. Laten we een vreugdelied zingen, laten we het heil van de wereld vieren, de dag van de geboorte van de mensheid. Vandaag is de veroordeling die Adam trof, tenietgedaan. Dat men nooit meer zegt: “Stof ben je, tot stof keer je terug” (Gn 3,19), maar: “Verenigd met Hem die uit de hemel neerdaalde, zul je lof zingen in de hemel”…

      “Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, de heerschappij rust op zijn schouders”(Jes 9,5)… wat een onmetelijke goedheid en liefde voor de mensen! Verenig je dus met hen die in vreugde hun Heer die uit de hemel neerdaalt, ontvangen en met hen die de Grote God in dit kleine kind aanbidden. De macht van God openbaart zich in dit lichaam als het licht door de ramen en straalt uit de ogen van hen die zuiver van hart zijn (Mt 5,8). Met hen, kunnen wij “met onverhuld gelaat de glorie van de Heer als in een spiegel aanschouwen, gegeven om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem” (2Kor 3,18), door de genade van onze Heer Jezus Christus en zijn liefde voor de mensen.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

‘Kerstmis alleen nog een gezellig feest’

NEERIJNEN – Het is alweer zo’n 19 jaar geleden dat de destijds beroemde toneel- en poppenspeler Jozef van de Berg gehoor gaf aan een innerlijke stem.

 

Bouwhuis Jan
Foto’s: Jan Bouwhuis op zoek naar de

echte vrede

door Bert Leenders

Hij had, zoals de naam van zijn voorstelling toen heette, ‘genoeg gewacht’ en begon zijn zoektocht om er achter te komen wat God precies met hem voor had. Hij ging – zoals hij het zelf zegt – het thema van zijn laatste voorstelling zelf in praktijk brengen.Deze zoektocht leidde hem naar Maldon, Athene en de heilige berg Athos in Griekenland en na zijn bekering tot de orthodoxe kerk uiteindelijk naar Neerijnen. Hier woont hij ondertussen alweer 17 jaar. Hij leeft in een piepklein hutje tegenover de kasteeltuin. Dat hutje van amper enkele vierkante meters is niet alleen zijn woon- en slaapplaats. Het is ook een minikapel waar hij bidt en mediteert en zijn gasten ontvangt. J

ozef heeft geen behoefte aan weer een verhaal over het verleden en de manier waarop hij als monnik en kluizenaar zijn sobere leven leidt. Daarom praten we over de orthodoxe kerk, de zin van zijn bestaan en – hoe kan het anders in deze tijd – de betekenis van het kerstfeest. De orthodoxe kerkOp zijn speurtocht naar een andere invulling van zijn leven en het gehoor geven aan de innerlijke stem die hij hoorde, kwam Jozef in contact met het monnikenleven in Griekenland en daardoor met “De Heilige Orthodoxe Kerk”. De orthodoxe kerk is in Oost-Europa en in West-Azië de meest voorkomende vorm van het christendom. In het jaar 1054 vond er een schisma plaats, die leidde tot een splitsing tussen Oosterse en Westerse christenen. Evenals de Rooms-katholieke kerk kent de orthodoxe kerk verschillende sacramenten en wordt de moeder van God, Maria daar vereerd. De paus wordt niet erkend en er is geen strakke hiërarchie.

De nadruk ligt op heilige tradities die stammen uit de heilige schrift en de vroegste kerkvaders. Daardoor is de orthodoxe kerk er van overtuigd dat zij de enige rechtstreekse voortzetting is van de kerk die Christus zelf gesticht heeft. In Nederland zijn 34 Oosters-orthodoxe parochies en drie kloosters.De zin van zijn levenswijzeJozef beschouwt het als een goddelijke opdracht om op deze manier te leven. Zijn leven bestaat uit bidden, schrijven en het klaarmaken van een schamele maaltijd van de spullen die vrienden en dorpsbewoners hem brengen. De weg die hij gaat legt hij vast op papier. Wat met deze tekst gaat gebeuren weet hij nog niet. “Dat is in Gods hand”. Eens per maand krijgt hij inspirerend bezoek van een orthodox priester. Samen vieren ze dan een liturgische plechtigheid. Jozef krijgt regelmatig bezoek van zijn familie en geestverwanten. Anderen, waaronder veel toevallige passanten, zijn nieuwsgierig naar zijn leefwijze, vragen om raad of willen praten over geloofs- en levensvragen.

“Een dergelijk vreemde verschijning met baard en gekleed in donkerkleurige pij valt op en maakt nieuwsgierig” is zijn ervaring. Hij ontmoet veel gelijkgezinden maar vindt het ook boeiend om van gedachten te wisselen met mensen met andere opvattingen. “Het verdiept je inzicht”. Hij verlaat Neerijnen vrijwel nooit. Als hij kan helpen, steekt hij ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen. Zo is hij een actief lid van de kasteeltuincommissie. Iedere zaterdag is hij daar met een groep vrijwilligers actief om de fraaie tuin te onderhouden. Op de jaarlijkse pompoenenmarkt poft hij traditiegetrouw appeltjes voor de kinderen en hij verricht zo nodig kleine karweitjes voor buurtbewoners.

KerstmisJozef: ”Met kerstmis herdenken wij de komst van Jezus op aarde. Het feit dat God kind wordt en deel wordt van zijn eigen schepping. Voor veel mensen heeft Kerstmis tegenwoordig alleen nog de waarde van een gezellig feest. De binding met de oorspronkelijke betekenis is voor hen verdwenen. Dat is jammer. Samen iets vieren en genieten van de goede kant van het leven mag best. Kerstmis is echter ook een prima moment om eens te reflecteren op de achterliggende periode en nieuwe plannen te maken.” Jozef vindt de situatie waarin de wereld verkeert instabiel en wankel. Veel economische zekerheden vallen als kaartenhuizen in elkaar. Hij wijst er op dat de verzekeringsmaatschappij met de leus ‘Nationale Nederlanden, wat er ook gebeurt’ zelf gered moest worden van een mogelijke ondergang. Daarom is het kerstfeest wellicht een goed moment om te vertrouwen op Diegene die werkelijk stabiel is.

Met graaien en de vraag hoeveel ik wel niet bezit, wordt je niet echt gelukkig. Het is de onderlinge liefde waar het om gaat. Wellicht is het kerstfeest in deze economisch schokkende tijd een goed moment om dat te ontdekken.Jozef zelf viert Kerstmis volgens de kerkelijke kalender van de orthodoxe kerk: niet op 25 december, maar 13 dagen later. Enkele vrienden en geestverwanten komen dan bij hem samen en herdenken dan met een gebedsbijeenkomst de komst van Christus. Ook gebruiken ze dan samen de maaltijd.Wanneer ik Jozef verlaat moet ik onwillekeurig denken aan een vergelijking met het kerstverhaal. Christus werd geboren in een stal. Jozef begon zijn ‘nieuwe leven’ in een fietsenstal(ling) en ook zijn huidige woonomstandigheden verschillen niet veel van de primitieve omstandigheden waaronder Christus geboren werd.

 

Akathist y canon

 

El Himno

Akathisto y Canon

A la Gloriosa Señora Nuestra Theotokos

y siempre

Virgen María.

Contenido:

Akathisto y Canon Virgen María.

Canon de la Madre de Dios de José el Himnógrafo.

Himno Akathisto 2.

Kontaquio 1

¡Oh Madre de Dios Generala Protectora! Ya que yo, Ciudad Vuestra, he sido liberada por vos de mis angustias, escribo proclamando la victoria en acción de gracias. Y Vos, puesto que poseéis una fuerza invencible, libradme de todos, los peligros, para que Os aclame: ¡Salve, Esposa Virgen!

Icos 1

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

Salve, oh Vos, por Quién resplandecerá la alegría

Salve, oh Vos, por Quién cesará la maldición!

¡Salve, Restauración del Adán caído!

¡Salve, Redención de las lágrimas de Eva!

¡Salve, oh Cima inaccesible al humano entendimiento!

¡Salve, oh Abismo impenetrable aún a los ojos de los mismos ángeles!

¡Salve, porque sois el Trono del Rey!

¡Salve, porque lleváis a Aquél que lo lleva todo!

¡Salve, Estrella que anunciáis al Sol!

¡Salve, Seno de la divina Encarnación!

¡Salve, oh Vos, por Quién la Creación es renovada!

¡Salve, oh Vos, por Quién ha tomado carne humana el Creador!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 2

La Santa, considerando su castidad, dice francamente a Gabriel: Lo extraño de tu palabra parece a mi alma difícil de admitir; pues, ¿cómo hablas de un nacimiento que será fruto de una concepción virginal? y exclamas: ¡Aleluya!

Ikos 2

La Virgen, tratando de comprender tan incomprensible nueva, exclamó al Enviado: ¿Cómo es posible que de entrañas que son puras pueda nacer el Hijo? ¡Dime! Y él respondió exultando con temor y reverencia:

¡Salve, oh Vos, la secretamente iniciada en el designio inefable!

¡Salve, oh Vos, Fe de los que oran en silencio!

¡Salve, Preludio de las maravillas de Cristo!

¡Salve, oh Suma de Sus dogmas!

¡Salve, Escala celestial por la que Dios bajó!

¡Salve, Puente que conduce a los de tierra hacia el cielo!

¡Salve, oh Maravilla alabadísima por los ángeles!

¡Salve, Azote en gran manera temido por los demonios!

¡Salve, oh Vos, que inefablemente disteis a luz a la Luz!

¡Salve, oh Vos, que a nadie habéis enseñado cómo ello fue realizado!

¡Salve, oh Vos, que sobrepujáis en inteligencia a los sabios!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis el entendimiento de los fieles!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 3

Entonces la energía del Altísimo cubrió a la que era intacta para que concibiese, y mostró la fecundidad de su seno, como la de un suave y tierno prado, a todos aquellos que quieren cosechar la salvación, y que, alabándola, cantan: ¡Aleluya!

Ikos 3

Llevando a Dios en su seno, donde lo había recibido, se dirigió la Virgen a Isabel; y el hijo de ésta, interpretando el saludo, se estremeció de júbilo y exclamó a la Madre de Dios:

¡Salve, Sarmiento de una cepa incorruptible!

¡Salve, Huerto de perenne fructificación!

¡Salve, Vos que cultivasteis al amoroso Cultivador del género humano!

¡Salve, Campo fértil en abundancias de misericordia!

¡ Salve, Ara colmada de ofrendas propiciatorias!

¡Salve, puesto que florecéis transformada en prado de delicias!

¡Salve, ya que preparáis puerto acogedor a las almas!

¡Salve, grato Incienso de la plegaria intercesora!

¡Salve, Expiación del mundo todo!

¡Salve, Benevolencia de Dios para con los mortales!

¡Salve, Confianza de los mortales ante Dios!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 4

Agitado interiormente por contradictorios pensamientos, túrbase el discreto José, suponiendo en Vos, oh Doncella irreprochable, unos furtivos amores. Pero al saber que vuestra concepción era del Espíritu Santo, exclamó: ¡Aleluya!

Ikos 4

Oyeron los pastores a los ángeles exultar la presencia del Cristo hecho carne; y corriendo hacia El como a su Pastor, lo contempláron como Cordero inmaculado, paciendo en el seno de María, a la cual alabaron diciendo:

¡Salve, Madre del Cordero y del Pastor!

¡Salve, Redil de las místicas ovejas!

¡Salve, Defensa contra los enemigos invisibles!

¡Salve, Llave de las puertas del paraíso!

¡Salve, Causa del común de regocijo de cielo y tierra!

¡Salve, Armonía de las voces terrenas con los coros celestiales!

¡Salve, Boca nunca muda de los Apóstoles!

¡Salve, Valor invencible de los Mártires!

¡Salve, Soporte inconmovible de la fe!

¡Salve, Señal resplandeciente de la gracia!

¡Salve, oh Vos, por Quién el Hades quedo desnudo y desierto!

¡Salve, oh Vos, por Quién hemos sido revestidos de gloria!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 5

Contemplando los Magos la estrella que los guiaba a Dios, pusiéronse en marcha siguiendo su resplandor. Teniéndola por lumbrera buscaron al Señor todo poderoso; y hallando al Inaccesible exclamaron gozosos: ¡Aleluya!

Ikos 5

Cuando los hijos de los caldeos vieron en manos de la Virgen a Aquél que con Sus manos creó al género humano, lo reconocieron como Señor a pesar de que había tomado forma de siervo, y se apresuraron a rendirle homenaje con sus dones y a exclamar a la Bendita:

¡Salve, Madre del Astro sin ocaso!

¡Salve, Aurora del día místico!

¡Salve, oh Vos, que habéis apagado la fogata del error!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis a los iniciados en la Trinidad!

¡Salve, oh Vos, que expulsáis del poder al tirano inhumano!

¡Salve, oh Vos, que mostráis a Cristo el Señor, El que ama al género humano!

¡Salve, oh Vos, que nos librasteis de las supersticiones paganas!

¡Salve, oh Vos, que nos libráis de las obras del lodo y de las tinieblas!

¡Salve, oh Vos, que pusisteis fin a la adoración del fuego!

¡Salve, oh Vos, que libráis de las llamas de las pasiones!

¡Salve, Guía de los fieles hacia la sabiduría!

¡Salve, Alegría de todas las generaciones!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquios 6

Convertidos los Magos en teóforos predicadores, regresáronse a Babilonia, cumpliendo, oh Cristo, Vuestro oráculo y anunciándoos a todos; abandonando a Herodes como necio, incapaz de exclamar: ¡Aleluya!

Ikos 6

En Egipto hicisteis brillar el resplandor de la Verdad, ahuyentando las tinieblas de la mentira; los ídolos de allá, oh Señor, no pudiendo soportar la fuerza de Vuestra presencia, se derrumbaron. Y los que de ellos se libraron clamaron a la Madre de Dios:

¡Salve, Restauración del género humano!

¡Salve, Ruina de los demonios!

¡Salve, oh Vos, que hollasteis las imposturas del engaño!

¡ Salve, oh Vos, que denunciáis la superchería de los ídolos!

¡Salve, oh Mar que sumergió al Faraón espiritual!

¡Salve, oh Peña de la que beben los sedientos de vida!

¡Salve, Columna de fuego que guía los que se hallan en la oscuridad!

¡Salve, Protección que cubre al mundo, más amplia que el manto de las nubes!

¡Salve, Alimento que sustituisteis al maná!

¡Salve, oh Vos que nos procuráis santas delicias!

¡Salve, Tierra de promisión!

¡Salve, de la que brotan leche y miel!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 7

Hallándose próximo Simeón a abandonar este mundo engañoso, le fuisteis puesto en sus brazos como tierno infante, aunque Os hicisteis reconocer por él como Dios perfecto; por lo que, maravillado por Vuestra inefable sabiduría exclamó: ¡Aleluya!

Ikos 7

El Creador nos mostró una nueva Criatura, dándonosla a conocer a quienes por El fuimos hechos. La hizo surgir de un seno virginal, al que conservó íntegro cual era antes del parto, a fin de que, viendo tal prodigio, lo ensalzáramos, clamando:

¡Salve, Flor de incorrupción!

¡Salve, Corona de la continencia!

¡Salve, oh Vos, que hicisteis brillar el arquetipo de la Resurrección!

¡Salve, oh Vos, Espejo de la vida angélica!

¡Salve, Arbol cargado de fruto, alimento de los fieles!

¡Salve, Ramaje frondoso, bajo el que se refugian las muchedumbres!

¡Salve, oh Vos, que habéis llevado en el seno al Guía de los descarriados!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado a luz al Redentor de los cautivos!

¡Salve, oh Súplica insistente ante al justo Juez!

¡Salve, oh Perdón de muchos de los que caen!

¡Salve, Túnica de confiada esperanza para los que están desnudos!

¡Salve, Ternura maternal, vencedora de toda pasión!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 8

Contemplando parto tan fuera de lo común, nos apartamos de lo común de esta mundo, elevando el pensamiento al cielo; pues que esta fue la razón por la que el excelso Dios apareció sobre la tierra como hombre humilde, con el designio de atraer hacia la altura a quienes le exclaman: ¡Aleluya!

Ikos 8

El Verbo indescriptible estaba íntegro aquí abajo, sin hallarse por ello ausente en lo más mínimo allá arriba. De modo que tuvo lugar una condescendencia divina, y no una transferencia de sitio; y ello fue por medio del parto de una Virgen escogida por Dios, que oyó cosas como estas:

¡Salve, Lugar del Dios inmenso!

¡Salve, Umbral del sagrado misterio!

¡Salve, Noticia dudosa para los incrédulos!

¡Salve, Gloria incontestable de los creyentes!

¡Salve, Carro Santísimo de Aquél que se halla por encima de los Querubines!

¡Salve, Palacio excelentísimo de Quién está por encima de los Serafines!

¡Salve, oh Vos, por Quién concuerdan las cosas que eran contrarias!

¡Salve, oh Vos, en Quién la virginidad y la maternidad convergen!

¡Salve, oh Vos, por Quién la transgresión fue derrocada!

¡Salve, oh Vos, por Quién fue abierto el paraíso!

¡Salve, Llave del Reino de Cristo!

¡Salve, Esperanza de los bienes eternos!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 9

Toda naturaleza angélica quedó atónita ante la gran obra de Vuestra Encarnación; porque a Quién es inaccesible contemplaron accesible como Hombre, conviviendo con nosotros y oyendo de todos el ¡Aleluya!

Ikos 9

Ante Vos, oh Madre de Dios, vemos enmudecer como peces a los más elocuentes oradores; puesto que no saben explicarse como pudisteis dar a luz, conservándoos Virgen. Mas nosotros, ponderando el misterio, exclamamos con fe:

¡Salve, Vaso de la sabiduría de Dios!

¡Salve, Cofre de Su Providencia!

¡Salve, oh Vos, que mostráis la necedad de los vanos filósofos!

¡Salve, oh Vos, que dejáis sin palabras a los expertos en controversias,

¡Salve, porque ante Vos acabaron como estultos los hábiles discutidores!

¡Salve, porque ante Vos se esfumaron los creadores de fábulas!

¡Salve, oh Vos, que quebrantasteis las maquinaciones de los paganos atenienses!

¡Salve, oh Vos, que llenáis las redes de los Pescadores!

¡Salve, oh Vos, que sacáis afuera del abismo de la ignorancia!

¡Salve, oh Vos, que ilumináis el conocimiento de muchos!

¡Salve, Bajel de los que quieren salvarse!

¡Salve, Puerto de los que por la vida navegan!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 10

Queriendo salvar al mundo el Artífice de todas las cosas, vino a él como de Sí mismo había ya prometido; siendo Pastor como Dios, por nosotros apareció hombre como nosotros; así pudo atraer a la naturaleza humana, mientras que como Dios oye el ¡Aleluya!

Ikos 10

Muralla sois de las vírgenes, Virgen Madre de Dios, y de todos cuantos a Vos recurren; porque el Creador del cielo y de la tierra, oh Inmaculada, Os cubrió con Su sombra y habitó en vuestro seno, enseñándonos a todos a aclamarte:

¡Salve, Columna de la virginidad!

¡Salve, Atrio de la salvación!

¡Salve, Iniciadora de nuestra regeneración espiritual!

¡Salve, Canal de la divina bondad!

¡Salve, oh Vos, que habéis regenerado a quienes fuimos concebidos en pecado!

¡Salve, oh Vos, que amonestáis a quienes tienen la mente confundida!

¡Salve, oh Vos, que habéis derogado el poder del corruptor de las almas!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado a luz al Sembrador de la pureza!

¡Salve, Tálamo de boda espiritual!

¡Salve, Conciliadora del Señor con sus fieles!

¡Salve, Preceptora de las vírgenes!

¡Salve, Guiadora de los santos a las místicas bodas!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 11

Cualquier himno, por más que se intentara alargarlo, es incapaz de describir la multitud de Vuestras misericordias; aunque Os dirigiéramos, oh Santo Rey, cánticos en número igual a los granos de arena, nada cumpliríamos digno de lo que nos habéis dado, a nosotros que clamamos : ¡Aleluya !

Ikos 11

Vemos a la Santa Virgen como Lámpara que contiene la Luz, para alumbrar a los que yacen en tinieblas; porque, encendiendo la luz inmaterial, guía a todos hacia el conocimiento de Dios, iluminando el pensamiento con su resplandor. Por ello la honramos con estas aclamaciones:

¡Salve, Rayo del Sol espiritual!

¡Salve, Dardo de luz inextinguible!

¡Salve, Relámpago luminoso que fulgura sobre las almas!

¡Salve, Trueno que asusta a los enemigos!

¡Salve, oh Vos, que habéis dado el amanecer a la esplendorosa claridad de la Aurora!

¡Salve, oh Vos, Símbolo de la pila bautismal!

¡Salve, oh Vos, que borráis la mancha del pecado original!

¡Salve, Fuente en la que se lava la conciencia!

¡Salve, Pozo que derrama alegría!

¡Salve, Efluvio del perfume de Cristo!

¡Salve, Agape de vida mística!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 12

Queriendo hacer merced de perdonar antiguas deudas Aquel que habría de pagar por las de todos los hombres, se acerca voluntariamente a quienes se hallaban alejados de Su gracia; y habiendo roto la lista de sus deudas, oye de todos clamar el ¡Aleluya!

Ikos 12

Cantando Vuestro parto, oh Madre de Dios, Os enaltecemos todos como a Templo Viviente; pues habitando en Vuestro seno el Señor que contiene en Su mano todas las cosas, lo santificó y lo glorificó, y así fuimos enseñados por Él mismo a exclamaros:

¡Salve, Tabernáculo del Dios y Verbo!

¡Salve, Santa mayor que los Santos!

¡ Salve, Arca labrada en oro por el Espíritu Santo!

¡Salve, inagotable Tesoro de vida!

¡Salve, Diadema preciosa de los reyes piadosos!

¡Salve, Gloria venerable de los sacerdotes temerosos de Dios!

¡Salve, Torre inconmovible de la Iglesia!

¡Salve, Baluarte inconquistable del reino!

¡Salve, oh Vos, gracias a Quién se erigen los trofeos de victoria!

¡Salve, oh Vos, por Quién son abatidos los enemigos!

¡Salve, Medicina de mi cuerpo!

¡Salve, Salvación de mi alma!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 13

¡Oh Madre digna de toda alabanza! Tú que haz dado a luz al Verbo más Santísimo que todos los santos, recibe la presente ofrenda, líbranos a todos de cualquier desventura y preserva del castigo futuro a los que exclaman unánimemente: ¡Aleluya!

Y se repite el siguiente Ikos y Kontaquio:

Ikos 1

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

¡Salve, oh Vos, por Quién resplandecerá la alegría

¡Salve, oh Vos, por Quién cesará la maldición!

¡Salve, Restauración del Adán caído!

¡Salve, Redención de las lágrimas de Eva!

¡Salve, oh Cima inaccesible al humano entendimiento!

¡Salve, oh Abismo impenetrable aún a los ojos de los mismos ángeles!

¡Salve, porque sois el Trono del Rey!

¡Salve, porque lleváis a Aquel que lo lleva todo!

¡Salve, Estrella que anunciáis al Sol!

¡Salve, Seno de la divina Encarnación!

¡Salve, oh Vos, por Quién la Creación es renovada!

¡Salve, oh Vos, por Quién ha tomado carne humana el Creador!

¡Salve, Esposa Virgen!

Kontaquio 1

¡Oh Madre de Dios, Generala Protectora! Ya que yo, Ciudad Vuestra, he sido liberada por vos de mis angustias, escribo proclamando la victoria en acción de gracias. Y Vos, puesto que poseéis una fuerza invencible, libradme de todos, los peligros, para que Os aclame: ¡Salve, Esposa Virgen!

Oración a la Virgen

Mi Reina dilectísima mi esperanza oh Deípara, refugio de los huérfanos e intercesor a de los forasteros. Alegría de los apenados, Protectora de los agraviados, Tú ves mi congoja, conoces mi aflicción. Ayúdame porque estoy indefenso, guíame por que soy forastero y resuélvelo como Tú quieras, pues no tengo otro auxilio más que Tú, ni otra Intercesora, ni Consuelo Benigno, solamente a Ti, oh Madre de Dios, para poder defenderme y protegerme, por los siglos de los siglos. Amén.

Canon de la Madre de Dios

de José el Himnógrafo.

Traducido del griego por Gabriel Díaz

Primera Oda

Hirmos

Abriré mi boca y quedará repleta del Espíritu: y entonaré un poema en honor de la Madre Reina; me presentaré gozosamente celebrándola y, jubilosamente, cantaré sus maravillas.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Al verte, Libro viviente de Cristo sellado por el Espíritu, el gran Arcángel, oh Pura, te dijo: salve, receptáculo de la dicha, por medio de quien cesará la maldición de la primera Madre.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Rehabilitación de Adán, ¡Salve!, Virgen, Esposa de Dios, muerte del infierno; salve, oh Purísima, palacio del único Rey; salve, trono ígneo de aquel que todo lo gobierna.

Gloria…

Tú la única que hiciste brotar la Rosa que no se marchita, salve, Tu que produjiste la manzana de suave perfume; salve, Tú que engendraste la fragancia del Rey de todos; salve, esposa intacta, salvación del mundo.

Y ahora…

Tesoro de la pureza por quien nos levantamos de nuestra caída, salve; salve, lirio perfumado, Soberana que perfumas a los fieles, incienso de suave fragancia, aroma preciosísimo.

Tercera Oda

Hirmos

¡A los que te celebran, Madre de Dios, fortalécelos! ¡fuente viva e incorruptible! reunidos en esta fiesta espiritual en el día de tu divina gloria; hazlos dignos de la corona de la gloria.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Tú, que hiciste germinar la espiga divina; como tierra no trabajada, ¡salve! mesa viviente que trajiste el Pan de la vida; ¡salve, manantial inagotable del agua viva, Soberana!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Madre, que engendraste para los fieles al ternero sin mancha; salve, oh cordera, que engendraste al cordero de Dios que quita los pecados de todo el mundo. Salve, expiación ardiente!

Gloria…

¡Aurora resplandeciente, Salve, porque Tú llevaste, la única, al Sol Cristo, morada de la luz; salve, Tú que disolviste las tinieblas y confundiste para siempre a los demonios tenebrosos!

Y ahora…

Salve, puerta única, a quien, único, atravesó el Verbo; Soberana que los barrotes y las puertas del Hades, con tu parto rompiste. Salve, divino acceso de quienes se salvan, ¡oh digna de toda alabanza!

Cuarta Oda

Hirmos

Aquel que está sentado en la gloria, en el trono de la Divinidad, vino en una ligera nube, Jesús, el Dios excelso, con mano sin mancha, y salvó a quienes le gritaban: «Gloria, oh Cristo, a tu poder».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Con las voces de nuestros cánticos, te aclamamos, ¡Oh digna de toda alabanza! ¡Salve, monte fértil y regado por el Espíritu. Salve, lámpara y vaso portador del Maná que endulza los sentimientos de todos tus fieles!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Propiciatorio del mundo, Salve, Soberana incontaminada; salve, escala que, desde la tierra, elevas a todos hacia la gracia; salve, puente que conduce verdaderamente de la muerte a la vida a todos cuantos te cantan!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Más sublime que los cielos, Salve, Tú que llevaste sin fatiga oh Purísima al fundamento de la tierra en tu seno; salve, tintura, que extrajiste de tu sangre la púrpura divina para el Rey de las Potestades!

Gloria…

¡Tu que verdaderamente diste a luz al Legislador que borra gratuitamente las faltas de todos Salve, Soberana! ¡Salve, oh abismo incomprensible, altura inefable, esposa inviolada, por quien somos divinizados!

Y ahora…

¡A ti, que entretejiste para el mundo una corona no hecha por manos humanas, te ensalzamos: Salve, Virgen defensa de todos, protección, fortaleza y sagrado refugio!

Quinta Oda

Hirmos

Todas las cosas se asombran ante tu divina gloria; Tú, en efecto, ¡oh Virgen, esposa inviolada! tuviste en tu seno al Dios que está por encima de todas las cosas, y diste a luz al hijo intemporal que concede la salvación a cuantos te cantan.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

¡Salve, purisima, que diste a luz al camino de la vida y salvaste al mundo del cataclismo del pecado; salve, Esposa divina, voz y relato arcano; salve, morada del Señor de la creación!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Purísima, fortaleza y alcázar de los hombres, lugar sagrado de la gloria; Muerte del Hades, tálamo luminoso; salve, alegría de los Ángeles; salve, socorro de cuantos con fe te invocan!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Carruaje ígneo del Verbo, salve, Señora, Paraíso viviente que tienes en tu interior al árbol de la vida, al Señor; cuya dulzura da vida a cuantos con fe se acercan, aún estando sujetos a la corrupción!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Gloria…

Robustecidos con tu fuerza, con fe te exclamamos: ¡salve, ciudad del rey universal; de quien se dijeron cosas gloriosas y dignas de ser oídas; salve, monte intacto, abismo insondable!

Y ahora…

¡Salve, Purísima, amplia morada del Verbo, ostra que elaboraste la divina perla; salve, totalmente prodigiosa, reconciliación con Dios de cuantos en todo momento, oh Madre de Dios, te proclaman bienaventurada!

Sexta Oda

Hirmos

Los que celebramos esta divina y honorabilísima fiesta de la Madre de Dios, venid, aplaudamos glorificando a Dios que nació de ella.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

¡Tálamo inmaculado del Verbo, causa de la deificación de todos, salve, Purísima, voz de los profetas; salve, ornato de los Apóstoles!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

De ti destiló el rocío que extinguió la llama del politeísmo; por eso te exclamamos: ¡Salve, oh Virgen, vellocino seco, previsto por Gedeón!

Gloria…

He aquí que te exclamamos: ¡Salve! puerto para nosotros, sacudidos por las olas, Tú eres, defensa en el mar de las tribulaciones y de todos los obstáculos del enemigo.

Y ahora…

Causa de la alegría, otórganos la gracia de la sensatez para gritarte: ¡Salve zarza no consumida, nube completamente luminosa que cubre constantemente a los fieles!

Oda séptima

Hirmos

No adoraron a la criatura en vez de adorar al Creador, los inspirados por Dios, sino que despreciando virilmente la amenaza del fuego, alegres cantaban: ¡Bendito eres, Dios y Señor de nuestros padres, y muy digno de alabanza!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Nosotros te cantamos exclamando: ¡Salve, carroza del Sol espiritual; vid verdadera que produjo el racimo maduro, que destila un vino que alegra los espíritus de aquellos que con fe te glorifican!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

¡Salve, Esposa divina, que engendraste al médico de los hombres; vara mística en que floreció la flor que no se marchita; salve, Soberana, por medio de quien hemos sido colmados de gozo y heredamos la vida!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

La lengua mas elocuente no tiene la fuerza suficiente para cantarte ¡oh Soberana! Tu has sido enaltecida por encima de los Serafines porque llevaste en tu seno a Cristo Rey; pídele ahora que nos libre de toda desventura a quienes te sirven fielmente.

Gloria…

Los confines de la tierra, llamándote bienaventurada, te celebran y te aclaman con amor. ¡Salve, oh Purísima, libro en el cual fue escrito el Verbo por el dedo del Padre; Madre de Dios, pídele que inscriba en el libro de la vida a tus servidores!

Y ahora…

Te rogamos y doblamos las rodillas del corazón, nosotros, tus siervos: Inclina ¡oh Purísima! tu oído y sálvanos a nosotros, sumergidos constantemente en las tribulaciones; y custodia, ¡oh Madre de Dios! a tu ciudad de los asaltos de los enemigos.

Oda octava

Hirmos

A los piadosos jóvenes, en el horno, salvó aquel a quien dió a luz la Madre de Dios; entonces era prefiguración, ahora está realizado; convoca a toda la tierra para cantarte: «¡Alabad, obras todas, al Señor y glorificadlo por todos los siglos!».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Acogiste al Verbo en tu seno, llevaste a quien lleva todas las cosas; ¡oh Purísima! alimentaste con leche a quien, con un gesto, alimenta al universo entero; a El, pues, le cantamos: «Alabad, obras todas al Señor y glorificadlo por todos los siglos».

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Moisés reconoció en la zarza el gran misterio de tu parto; los Jóvenes, lo prefiguraron claramente al permanecer en medio del fuego sin quemarse, santa Virgen incorrupta; por eso te ensalzamos por todos los siglos.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Los que antes estuvimos despojados por el engaño, en virtud de tu maternidad hemos sido revestidos con el vestido de la incorruptibilidad; los que permanecíamos en la tiniebla del pecado, hemos visto la luz, oh Virgen, morada de la luz; por ello te ensalzamos por todos los siglos.

Gloria…

Por ti los muertos son vivificados; pues Tú engendraste a la vida que se encarnó; discuten con locuacidad los que hace poco eran mudos, los leprosos quedan limpios, las enfermedades son alejadas y los numerosos espíritus adversos son vencidos, ¡oh Virgen! salvación de los mortales.

Y ahora…

A Tí que diste a luz a la salvación del mundo, a través de la cual fuimos alzados de la tierra a lo alto; ¡Salve, oh totalmente bendita, protección y fortaleza, muralla y bastión de quienes te cantan ¡Purísima!: «Alabad, obras todas, al Señor y glorificadlo por todos los siglos».

Oda novena

Hirmos

Exulte todo hijo de la tierra, iluminado por el Espíritu; celebren gozosamente la estirpe de las criaturas incorpóreas la sagrada fiesta de la Madre de Dios y exclamen: ¡Salve, benditísima Madre de Dios, oh pura siempre Virgen!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Troparios

Para que podamos decirte nosotros, tus fieles: «salve», quienes fuimos hechos partícipes, gracias a ti, de la alegría perenne; líbranos de toda tentación, del sometimiento de los bárbaros, y de toda otra desgracia que por la multitud de sus transgresiones amenaza a los hombres pecadores.

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Tu eres nuestra luz y seguridad, por eso te cantamos: ¡salve, estrella sin ocaso que introduce en el mundo del gran Sol; salve, oh Purísima, que abriste el Edén cerrado: salve, columna de fuego que guías a los hombres hacia la vida de lo alto!

Santísima Madre de Dios, Sálvanos.

Estemos devotamente en la casa de nuestro Dios, y exclamemos: ¡salve, Señora del mundo; salve María, nuestra soberana; salve, la única buena e inmaculada entre las mujeres; salve, vaso que acoges el aroma inagotable en ti vertido!

Gloria…

¡Paloma que engendraste al Misericordioso salve, siempre Virgen; salve, gloria de todos los santos, corona de los atletas, salve; ornato divino de todos los justos, salvación de nosotros, los creyentes!

Y ahora…

Proteje, Señor, tu heredad y no mires ahora todos nuestros pecados; atendiendo para ello a la que intercede por nosotros, Aquella que te llevó en su seno sin conocer varón, cuando Tú, Cristo, por tu gran misericordia, quisiste asumir la forma humana.

*** *** ***

Vocabulario:

Akathisto Himno Mariano en la Iglesia Ortodoxa que se canta de pie según la tradición.

Ikos Palabra griega que quiere decir una parte del himno en la Iglesia.

Kontaquio Un parte del himno en la Iglesia Ortodoxa.

Theotokos Palabra griega que quiere decir : Ella que dio a Luz a Dios.

Himno Akathisto 2.

Traducido por la

Iglesia Ortodoxa de Argentina Edición 1996

Dedicatoria

Oh Madre de Dios, oh, Generala victoriosa, te cantamos un himno de triunfo. A ti, que nos salvas de nuestras tribulaciones te ofrecemos nuestra gratitud. Eres invencible. Líbranos de todo peligro y exclamaremos: Alégrate, Esposa siempre Virgen.

Prólogo

Habiendo entendido su misión secreta, el Ángel va con prisa a la casa de José y dice a la Virgen: “El que inclina los Cielos por su condescendencia, Se esconde en ti. Viendo cómo toma la forma de esclavo en tu seno, me maravillo y te aclamo:

Alégrate, Esposa siempre Virgen.

I

Un Príncipe de los ángeles es enviado desde los Cielos para decir a la Madre de Dios: “Alégrate.” Cuando Te contempla, oh, Señor, asumiendo un cuerpo, exulta y queda asombrado, y con voz inmaterial la aclama:

Alégrate, Luz de alegría

Alégrate, extinción de la maldición

Alégrate, resurrección de Adán caído

Alégrate, redención de las lágrima de Eva

Alégrate, altura inaccesible a la razón humana

Alégrate, profundidad insondable aun a los ojos de los Ángeles

Alégrate, trono del Rey

Alégrate, portadora de Quién lo lleva todo

Alégrate, estrella que anuncia al Sol

Alégrate, seno de la divina Encarnación

Alégrate, renovadora de la Creación

Alégrate, Madre del Creador

Alégrate, Esposa siempre Virgen.

Considerando su castidad, la Santísima dice con franqueza a Gabriel: “La paradoja de tu palabra parece incomprensible a mi alma. Me predicas una maternidad sin que conozca varón y exclamas: ¡Alleluia!

II

La Virgen desea comprender lo incomprensible e interroga al enviado: “¿ Cómo puede nacer un hijo de mis castas entrañas ? Dímelo.” El ángel responde con temor, aclamándola:

Alégrate, iniciada en el designio inefable

Alégrate, testimonio del silencio misterioso

Alégrate, preludio de las maravillas del Cristo

Alégrate, recapitulación de los dogmas de la fe

Alégrate, escala por la que Dios bajó de los Cielos

Alégrate, puente que conduce a los de la tierra a los Cielos

Alégrate, maravilla de los ángeles

Alégrate, herida de los demonios

Alégrate, Madre inefable de la Luz

Alégrate, maestra de discreción

Alégrate, ciencia mayor que la de los sabios

Alégrate, iluminación del espíritu de los fieles

Alégrate, Esposa siempre Virgen

La Energía del Altísimo cubre con su sombra a la Virgen para fecundarla, transformando su seno estéril en un campo fértil para todos los que quieran cosechar la salvación, salmodiando así: ¡Alleluia!

III

Habiendo recibido a Dios en su seno, la Virgen se apresura a visitar a Isabel. Su bebé, reconociendo el saludo de María, enseguida se alegra y salta de júbilo, aclamando a la Madre de Dios:

Alégrate, sarmiento de cepa incorruptible

Alégrate, huerto de frutos puros

Alégrate, Madre del Jardinero, amigo del hombre

Alégrate, matriz del Sembrador de nuestra vida

Alégrate, tierra fértil de misericordias

Alégrate, mesa colmada de ofrendas

Alégrate floración del Paraíso

Alégrate, puerto de las almas

Alégrate, grato incienso de la plegaria

Alégrate expiación de todo el universo

Alégrate, amor de Dios a los hombres

Alégrate, intercesora de los mortales frente a Dios

Alégrate, Esposa siempre Virgen

El discreto José es turbado por un torbellino de pensamientos contradictorios. Vacila su alma al verte concebir misteriosamente, Virgen irreprochable. Mas, conociendo la obra del Espíritu Santo, dice: ¡Alleluia!

IV

Los pastores oyen cantar a los ángeles la presencia del Cristo encarnado. Corriendo como hacia su Pastor, Lo contemplan como un Cordero inmaculado, alimentado por el seno de María, a quien cantan este himno:

Alégrate, Madre del Cordero y del Pastor

Alégrate, redil de las ovejas espirituales

Alégrate, refugio contra las fieras invisibles

Alégrate, llave de las puertas del Paraíso

Alégrate, fuente del regocijo de los Cielos con la tierra

Alégrate, armonía de las voces terrestres con los coros celestiales

Alégrate, boca de los apóstoles que no se calla

Alégrate, fuerza invencible de los mártires

Alégrate, sostén inconmovible de la Fe

Alégrate, señal resplandeciente de la Gracia

Alégrate, vencedora del infierno

Alégrate, mediadora de la Gloria

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Los Magos consideran la estrella que conduce a Dios. Siguiendo su resplandor, lo toman como lámpara para alcanzar lo Inaccesible y se alegran, proclamando: ¡Alleluia!

V

Los Magos de Caldea ven en manos de la Virgen a Aquél que con sus manos modela al hombre. Lo reconocen como a su Señor, aunque toma la forma de esclavo y se apresuran a rendirle el homenaje de sus dones diciendo a la Bendita:

Alégrate, Madre del Astro sin ocaso

Alégrate, amanecer del día místico

Alégrate, extinción de la hoguera del error

Alégrate, iluminación de los iniciados en la Trinidad

Alégrate, rendición del tirano inhumano

Alégrate, reveladora del Cristo, Señor, amigo del hombre

Alégrate, libertadora de los ritos paganos

Alégrate, tú que nos sacas de las obras corruptas

Alégrate, consumación de la adoración del fuego

Alégrate, bálsamo de las pasiones

Alégrate, guía de los fieles hacia la sabiduría

Alégrate, gozo de todas las generaciones

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Testigos y portadores de Dios, los Magos vuelven a Babilonia cumpliendo tu profecía, proclamándote Cristo ante todos y dejando al insensato Herodes, incapaz de

Salmodiar: ¡Alleluia ¡

VI

Haciendo brillar en Egipto la luz de la Verdad, disipaste las tinieblas del error. Los ídolos de este país no soportan tu potencia, oh, Salvador, y se derrumban, y los que se libran de ellos claman a la Madre de Dios:

Alégrate, elevación de los hombres

Alégrate, caída de los demonios

Alégrate, humillación del error

Alégrate, demostración del engaño de los ídolos

Alégrate, mar que sumerge al Faraón, al hombre viejo

Alégrate, roca que sacia a los sedientos de la Vida

Alégrate, columna de fuego que orienta en las tinieblas

Alégrate, refugio más vasto que el firmamento

Alégrate, alimento mejor que el maná

Alégrate, servidora del festín sagrado

Alégrate, tierra prometida

Alégrate, fuente de leche y de miel

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Mirando al Niño, Simeón, pronto a dejar este mundo engañador, Lo reconoce como verdadero Dios y admira tu inefable Sabiduría, clamando: ¡Alleluia!

VII

Nos muestra el Creador una nueva creación, manifestándose a nosotros, sus criaturas. Germinando en un seno sin simiente, lo conservó intacto para que al considerar tal maravilla cantemos aclamándola:

Alégrate, flor incorruptible

Alégrate, corona de la pureza

Alégrate, rostro refulgente de la Resurrección

Alégrate, espejo de la vida angélica

Alégrate, árbol cuyos frutos luminosos nutren a los fieles

Alégrate, ramaje frondoso que da su sombra a muchos

Alégrate, Madre del Guía de los perdidos

Alégrate, Madre del Redentor de los cautivos

Alégrate, tranquilidad del justo

Alégrate, reconciliación de los pecadores

Alégrate, túnica de Gracia para los que están desnudos

Alégrate, ternura que supera todo deseo

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Mirando este racimo asombroso, nos convertimos en extranjeros de este mundo, poniendo nuestro espíritu en los Cielos. Por eso el Altísimo se manifestó en la tierra como un hombre humilde, para atraer hacia las alturas a todos los que Lo aclaman:

¡Alleluia!

VIII

Por condescendencia divina, el Verbo Se hace presente a los de la tierra sin alejarse de los Cielos y sin transferirse de un lugar a otro. Nace de una Virgen, llena de Dios, a la que aclamamos:

Alégrate, casa inmensa de Dios

Alégrate, umbral del misterio sagrado

Alégrate, buena nueva incomprensible para los infieles

Alégrate, gloria de los fieles

Alégrate, carro santísimo de quien está por encima de los Querubines

Alégrate, morada de quien está por encima de los Serafines

Alégrate, conciliación de los contrarios

Alégrate, juntura de la virginidad y la maternidad

Alégrate, perdón de la transgresión

Alégrate, mano que abre el Paraíso

Alégrate, clave del Reino del Cristo

Alégrate, esperanza de los bienes eternos

Alégrate, Esposa siempre Virgen

El mundo entero de los ángeles admira la obra inmensa de tu Encarnación. El Dios inaccesible Se hace ver a todos accesible como un hombre, habitando entre nosotros, y oyendo de todos: ¡Alleluia!

IX

Vemos a los habladores mudos como peces ante ti, oh Madre de Dios, incapaces de decir cómo pudiste conciliar la virginidad y la maternidad. Nosotros, admirando el Misterio, te aclamamos llenos de fe:

Alégrate, arca de la Sabiduría de Dios

Alégrate, joyero de la Divina Providencia

Alégrate, victoria sobre la necedad de los filósofos

Alégrate, silencio impuesto a los sabios

Alégrate, extravío de los buscadores vacilantes

Alégrate, confusión de los mentirosos

Alégrate, solución de los enigmas

Alégrate, abundancia en las redes de los pescadores

Alégrate, liberadora de los abismos de la ignorancia

Alégrate, lámpara de las inteligencias

Alégrate, navío de los navegantes de esta vida

Alégrate, puerto de los navegantes de esta vida

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Queriendo salvar al mundo, el Creador viene a él libremente. Dios, nuestro Pastor, Se hace Cordero por nosotros y atrae nuestra naturaleza con su propia naturaleza y nos oye responder como a Dios: ¡Alleluia!

X

Eres muralla para las vírgenes, oh Madre de Dios y Virgen, y para todos los que corren hacia. Pues el Creador del Cielo y de la tierra te cubre con su sombra, oh Inmaculada, habita en tu seno y a todos enseña a decir:

Alégrate, columna de la virginidad

Alégrate, puerta de la salvación

Alégrate, principio de la nueva creación

Alégrate, administradora de la bondad divina

Alégrate, regeneradora de los concebidos en la desgracia

Alégrate, cordura de los espíritus confundidos

Alégrate, derrota del corruptor de los espíritus

Alégrate, Madre del Sembrador de la pureza

Alégrate, lecho nupcial de las bodas inmaculadas

Alégrate, unión de los fieles con su Señor

Alégrate, maestra de las vírgenes

Alégrate, adorno nupcial de las almas santas

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Magnitud infinita tiene tu misericordia, y todo himno es impotente para describirla. Oh, Rey santo, aunque nuestros cantos fuesen tan numerosos como los granos de arena, no haríamos nada digno del don que reciben los que claman: ¡Alleluia!

XI

Vemos a la Virgen santa como una llama que ilumina a quienes están en las tinieblas. Su luz inmaterial conduce a todo hombre al conocimientos divino. Esplendor que ilumina la inteligencia, está honrada por esta aclamación:

Alégrate, rayo del Sol espiritual

Alégrate, luz inextinguible

Alégrate, relámpago que ilumina las almas

Alégrate, trueno que asusta a los enemigos

Alégrate, nacimiento de un Astro esplendoroso

Alégrate, tú que haces surgir un Río inagotable

Alégrate, imagen viva del agua del bautismo

Alégrate, ablución de la mancha del pecado

Alégrate, fuente que lava la conciencia

Alégrate, copa que mana alegría

Alégrate, perfume del Cristo

Alégrate, vida del banquete místico

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Queriendo perdonar las deudas antiguas, El que perdona las deudas de todos los hombres viene hacia ellos, alejados de su gracia. Cuando rompe el acta de crédito, nos oye aclamarlo: ¡Alleluia!

XII

Nosotros cantando tu maternidad, te alabamos, oh Madre de Dios, como a un templo vivo. Pues habitando en tu seno, el Señor que tiene en su mano todo el universo te santifica y te glorifica y nos enseña a aclamarte:

Alégrate, tabernáculo del Verbo Dios

Alégrate, santuario santísimo

Alégrate, arca dorada por el Espíritu Santo

Alégrate tesoro inagotable de vida

Alégrate, diadema preciosa de los reyes santos

Alégrate, gloria de los sacerdotes piadosos

Alégrate, torre inexpugnable de la Iglesia

Alégrate, fortaleza indestructible del Reino de Dios

Alégrate, dispensadora de victorias y trofeos

Alégrate, derrota de los enemigos

Alégrate, medicina de nuestro cuerpo

Alégrate, salvación de nuestra alma

Alégrate, Esposa siempre Virgen

Oh Madre digna de toda alabanza, tú que pariste al Verbo más Santo que todos los santos, recibe hoy nuestra ofrenda, líbranos de toda desgracia y del castigo que amenaza, y preserva a los que aclaman juntos: ¡Alleluia!

(Akathisto_Virgen.doc, 04-08-2004)

 

De Kerk in de moderne wereld

De Kerk in de moderne wereld 

 Een boek van Stavros Fotiou


kruis2228

 

Hoe moeten wij antwoorden op de cruciale vragen waarmee de kerk geconfronteerd wordt in de moderne wereld ? Dat is de vraag die Stavros Fotiou zich stelt in een klein boekje dat onlangs verschenen is onder de titel: ‘L’ Eglise dans le monde moderne’ (Editions du Cerf, 96 pagina’s – 14 €) en uit het Engels vertaald door Vader Michel Evdocimov. Wij geven hier enkele uittreksels uit het eerste hoofdstuk van dit boekje , getiteld : Naar een samenleving gericht op de persoon : de grote uitdaging van de XXIe eeuw.

Stavros FOTIOU is Cyriotisch theoloog en professor in de theologie en de christelijke opvoeding op het departement van onderwijs aan de universiteit van Nicosia.

Wij leven in een wereld die tragisch irrationeel en irrationeel tragisch is : een wereld die honger heeft  in de schoot van een massaconsumptie en een wereld van eenzaamheid in de schoot van een massacultuur. Een wereld van geweld en vervreemding, een wereld waar de enen ontstoken zijn van brood, anderen van vrijheid en nog anderen van een leven dat zin geeft.(…)

In het begin  wilde de mens zich een paradijs scheppen op aarde, maar hij heeft de dood gevonden in de ovens van Auschwitz of in het vuur van Hiroshima. Om te ontsnappen  aan de afwezigheid van zingeving en aan de afgrond van  het niets dat hen treft, probeert het individu het heil te vinden in religies die de illusie geven dat men er zijn redding kan vinden door er in te vluchten. Dat is de reden waarom men zijn toevlucht neemt tot dergelijke religieuze groeperingen die de eenheid van de persoon vernietigen en de historische ontwikkeling onderschatten. Een subjectiviteit zonder limieten en de ontbinding van het zijn in de onpersoonlijke essentie  van het universum, dit zijn de twee polen van een religie van zo een individu.(…)

Ten overstaan van deze impasse

Ten overstaan van deze impasse kan men twee oplossingen geven. De eerste nodigt ons uit om ons geloof in het individu te hernieuwen, dit, om een beter inzicht te hebben van zijn belangen op langere termijn, zodat, dank zij een politiek van vrijwillige beperking, wij een on-evenwicht binnen de natuur zouden vermijden. Deze oplossing staat gelijk met een vlucht in de toekomst, waar wetenschap en technologie een messiaanse rol zullen spelen (althans zo denkt men) De tweede oplossing dwingt ons om naar de pre-moderne structuren op het gebied van de sociale orde en naar de collectivistische concepten terug te keren. Bij deze oplossing vlucht men naar het verleden om er steun te zoeken, dit verduidelijkt waarom het fundamentalisme terug onder de schijnwerpers staat.

Noch de ene, noch de andere van deze vooropgestelde oplossingen zullen er in slagen om op een betekenisvolle manier de oorzaak van het probleem te overstijgen. Het gaat hier om een individualistische visie op de mens en het leven. Uiteindelijk zullen zich slechts twee opties aan ons opdringen. Als eerste optie : de  ‘fortuinlijke’ consumenten van het Noorden kunnen zich  goed verbergen achter een economisch chauvinisme , kunnen zich omvormen tot een select clubje  van ‘geprivilegieerde egoïsten’, en kunnen zo hun land omvormen tot een on-inneembare vesting voor alles wat beschouwd wordt als sociaal onaanvaardbaar, onderontwikkeld of derde wereld. Dit is de oplossing van de ‘één-dimensionele mens’ die zich wel bewust is dat zijn wijze van consumeren, waar hij als het ware door verdoofd is. Hij zal anderen meetrekken in de armoede, de dood , ja  zelfs ganse volkeren.

De tweede optie van de mensheid op weg is : een nieuwe visie op de wereld, een nieuw begrip van wat het eerste en het meest essentiële is in het leven. Wij hebben geen nood om ons huidig waardensysteem te verbeteren, maar wel, om aan onze noden nieuwe prioriteiten te geven. Wij moeten een nieuwe manier van leven voorstellen, een alternatieve manier van leven, die totaal is en voor allen toegankelijk  zonder de minste voorwaarde. Wat wij uiteindelijk moeten doen is, een nieuwe kijk ontwikkelen op de mens, de wereld, de geschiedenis. Een nieuwe mening die nieuwe objectieven zal weten te stellen om ons bestaan verder te kunnen zetten. Ziedaar, waarom het belangrijk is dat wij eens te meer ons de vraag stellen naar de zin van ons bestaan. Wat is God ? Wat is de mens ? Wat is de liefde ? Wat verstaan wij onder de woorden leven, eros en dood ?

God als communio van Personen

Indien datgene wat Max Weber, Werner Sobart en andere specialisten hebben gezegd juist is, te weten : dat achter elke theorie over de mens en de gemeenschap er een ontologisch concept van de realiteit bestaat die ermee overeenstemt. Welnu, elke wijze van alternatief leven die wij hier voorleggen, moet van bij het begin een ander ontologisch fundament vinden. Inderdaad, de ontologie die het onderwerp is van onze zoektocht is deze van de orthodoxe Kerk, gecentreerd rond de persoon.

Vanuit dit standpunt gezien zijn de relaties tussen God, de mens en de natuur dialogen en inter-persoonlijk. Ziedaar waarom het mogelijk is om aan de mensheid een wijze van leven te geven waarin alle verschillende elementen van de kosmos die uiterlijk aan mekaar tegengesteld zijn, harmonieus kunnen co-existeren. Niets bestaat als geïsoleerd, niets is in tegenstelling met wat dan ook. Binnen dit kosmisch proces dat wij leven noemen groeit en mengt zich alles.

Deze harmonieuze eenheid van de vele delen in het geheel, gaat in de kosmos voor, want het is de wijze van bestaan van God zelf, een harmonieuze communio van drie personen :  het ‘ik’, het ‘jij’ en ‘de ander’., de beminnende, de beminde en de mede-beminde; één drie en drie in één; elk met de ander, doorheen de ander, voor de ander. Het ‘is het mysterie van een unieke God in drie onderscheiden personen, verenigd in een heilige orde zonder ondergeschiktheid, gelijk in waardigheid; elke persoon gesitueerd met en niet tegen de ander, in een opperste verscheidenheid en in een opperste communio, elk, communicerend met de anderen in een eeuwigdurende beweging, in een eeuwige liefdesdans.  De mensheid heeft als roeping om zich te transformeren tot de gelijkheid met God die het archetype is, het model van de volheid van het persoonlijke leven in de volheid van de communio'(Elisabeth Behr-Sigel).  In deze harmonieuze harmonie is elke persoon een eenheid en enig en tegelijkertijd bestaand in een volstrekte eenheid met de anderen. Existentie betekent co-ëxistentie , leven betekent liefde; dit zijn de vergelijkingen die een ontologie,  gecentreerd op de persoon, ons geeft.

Christus zelf is de incarnatie van het personalisme

Jezus Christus biedt zich aan om deel te nemen aan deze drievoudige communio van liefde, en verbindt er zich toe dat we zo komen tot een harmonieuze eenheid met God, met de naaste en met de natuur. Christus zelf is de incarnatie van het personalisme, het empirisch bewijs dat de mens kan leven volgens de existentiële wijze van het personalisme. Het gevolg hiervan is, dat persoon zich stelt tegenover individu. Het individu onderscheidt zich door de verdeling, de afstand, de scheiding. De persoon kenmerkt zich door zijn relatie met de anderen, de nabije, de eenheid. Een persoon zijn betekent uitgaan uit zichzelf door voorbij te gaan aan het ‘ik’ en zich te richten op het ‘jij’, om aldus het ‘wij’ te vormen. Het individu behoort tot de categorie van het nummer, hij is een onpersoonlijk object, en om deze reden is hij vervangbaar. Een massa staat niet vijandig voor het individualistisch concept, ze is er om zo te zeggen het product van. De persoon daarentegen treedt binnen in een spirituele categorie, hij vormt een uniek zijnde die zijn gelijke niet gehad heeft in het verleden, niets kan hem vervangen. Een persoon laat voor hem alleen de ganse wereld voorbijgaan en zijn waarde is gelijk met deze van gans de kosmos.

De persoon ‘is de horizont waarin de waarheid van het zijn zich openbaart, niet als een eenvoudige natuur, voorwerp van het individualisme’ (metropoliet Jean Zizioulas). Een persoon is een menselijk wezen die een harmonieuze relatie met God onderhoudt en dus, met als gevolg, met zijn naaste en met de natuur.

De innerlijke wereld van de persoon  is dus een wereld van harmonie en vriendschappelijke verstandhouding. De drie delen van de ziel : de rationele geest, de emoties en de wil, denken in het hart, voelen in het hart, drukken in het hart hun wil uit wanneer zij er toe komen om de betekenis van hun leven te realiseren. De gedachte is rationeel, het gevoel is vaststaand, en de wil richt zich op de actie. Meer nog,  doorheen de nous (het intellect als drager van de geest) introduceert het bewustzijn de waargenomen objecten  door de zintuigen in een permanente communio met de objecten die zich aan de gedachte aanbieden. Daardoor geven ze het voortdurende empirische bewijs van de dialectische verhouding tussen de geest en de materie. Het menselijk wezen is een levend organisme van psychosomatische uitwisselingen. Elementen die zich wederzijds aanvullen en in wisselwerking treden , ziedaar datgene wat toestaat om alles te verenigen in een voortdurende stroom van de totaliteit van het leven. Elk dualisme is op die manier verwijderd : het biologische tegenover het sociale, het organische tegenover het niet-organische, of het theoretische tegenover het praktische. (…)

Bijna alles is biologisch geprogrammeerd, maar bijna alles blijft open om aan het menselijk ras toe te staan om al zijn potentiële energieën aan te wenden. Alle delen van het geheel handelen eensgezind en werken samen aan de oprichting van een dynamische aanpak van het leven: zo is het dat de innerlijke wereld haar rol vervult. Wanneer zij relaties onderhouden  met hun naasten, kunnen de mensen zeggen dat het leven van anderen een essentieel element vormt van hun leven. Zij worden levenden wanneer zij een deel van zichzelf aan anderen geven. Het bestaan laat zich voelen in haar geheel, hun bewustzijn wordt zo ruim als de dimensies van het universum, zij weten dat het ‘heil…zich afspeelt in de communio; er zou dus geen scheiding zijn van welke orde ook tussen ons persoonlijk heil en het heil van de wereld, alle twee zijn zij rechtstreeks verbonden. Ons eigen heil is door  kracht verbonden aan het heil van elk ander menselijk zijn, want ‘onze broeder is ons leven’ (Metropoliet Kallistis Ware). (…)

De brede rotsachtige kloven overbruggen van het modernisme

Een leven dat totaal naar God toe gekeerd is, naar de mens en de natuur: dat is in algemene termen de ontologie van de Kerk gecentreerd op de persoon. Alleen deze opvatting van het leven waar alles in geïntegreerd is, alleen dit model van maatschappij dat gecentreerd is rond de persoon, is in staat om al de risico’s van de moderne wereld uit de weg te gaan, zoals enkele voorbeelden dit zullen verduidelijken.

In de eerste plaats transcendeert een maatschappij gecentreerd op de persoon  alle ostakels die veroorzaakt worden door het nationalisme en het kosmopolitisme, want de waarheid omvat in eenzelfde beweging het nationale en het universele. De liefde voor het vaderland vertegenwoordigt zo een eigen manier om de waarheid te beleven op een gegeven plaats, zoals een verzuchting naar vrijheid en een vruchtbare ontmoeting met het reële. Een patriot is een waakzame dokter, een politieker die de waarheid spreekt. Een patriot is een burger die zijn  belastingen betaalt zonder een zuur gezicht te trekken of een professor die in dienst staat van zijn studenten. Een patriot is hij die mensen gevoelig maakt voor een kritische geest, die ons aanzet om te breken met alles wat ons buiten het rechte pad brengt en er ons van bevrijdt. Eenzelfde houding zal het functioneren  van onze instituties verbeteren, de zelfdiscipline versterken en alle dingen die zo noodzakelijk zijn om de kwaliteit van het leven te verbeteren.

De liefde voor zijn land is niet synoniem met provincialisme, en universeel zijn is niet verzaken aan zijn eigen identiteit. Elke natie, elk volk kan meedoen aan het leerproces van de waarheid, elk op zijn eigen manier, zonder het bewijs te leveren van een bekrompenheid van geest die het  kleinste verschil catalogeert als een vreemd en vijandig element. De persoon ziet ‘elk gelaat van de mens als het gelaat van Christus, en het minste verschil in ras, ethniciteit of cultuur ziet hij als een verrijking voor ons allen, als een veelheid van gaven, als een variatie van mogelijkheden, veeleer dan een motief voor wrok en rivaliteit’ (bisschop Demetrios Trakatellis). Alle natiën  worden opgeroepen om op voet van gelijkheid deel te nemen aan de dingen van de wereld, om de authentieke waarden waarvan zij de dragers zijn  aan te wenden en te ontwikkelen. Het verwijderen van elke vorm van vreemdelingenhaat of overdreven vroomheid, en het in het licht stellen van de solidariteit en het wederzijds respect zijn de fundamentele  trekken van een maatschappij gecentreerd rond de persoon. (…)

Een maatschappij gecentreerd rond de persoon overwint ook de obstakels van het sektarisme en het syncretisme tussen de culturen (…) De verscheidenheid wordt gezien als een basiselement van het leven. Van hieruit gezien is er in een dergelijke maatschappij geen mindere of meerdere meer, ze zijn gewoon anders. Er is geen sektarisme meer en geen mensen die als het ware op een eiland leven, hun doel is om zich open te stellen voor de anderen in een dialoog waar de standpunten op mekaar worden afgesteld en men zich met elkaar verzoend. Gedurende dit proces kan ieder die ongelijk is, die verenigt, die gewoon is of verschillend, samenleven. Eenheid betekent niet dat iedereen gelijk moet zijn; verschillend zijn leidt niet tot isolement. (…).

De profeten van het modernisme worden overtroffen

Een personalistische maatschappij zal niet alleen de familiale hindernissen hierboven beschreven overwinnen, maar zij zal veel verder gaan dan de ideeën van de grote profeten van het modernisme. Vooreerst, zal zij Nietzsche overtreffen met betrekking tot het thema van de volledige bevrijding van de mens, zij openbaart de God van de totale vrijheid. Het beeld van God dat een personalistische gemeenschap projecteert  op de mensen staat diametraal tegenover de twee heersende opvattingen over God die het modernisme naar voor brengt.  Een personalistische maatschappij verwerpt een eerste dwalend beeld, deze van de ijskoude God van  scholastieke filosofie en het rationalisme, zelfvoldaan in haar schoonheid en onverschillig ten overstaan van de mensheid en de geschiedenis. Tegenover deze passieve en eenzame God geeft de Kerk ons een God die zichzelf offert voor de mensheid en die de geschiedenis binnentreedt om haar te omvormen. Op dezelfde manier is de God van de Kerk geen politieagent van de hemel en de aarde, met een streng en nors gezicht, die de minste daden van de mensen nauwlettend gadeslaat, en die met genot wacht om elke inbreuk te straffen. Hiertegenover staat de God van de Kerk die haar mensen liefheeft en hen een boodschap van liefde meedeelt. (…)

Zo handelend overstijgen wij elke spanning en polariteit tussen theorie en praktijk, geloof en kennis, het goddelijke en het menselijke. In dit opzicht is het geloof geen privé-zaak van fanatieke religieuzen die rekenen op een beloning. Het is de hartstocht die de deelgenoot is van het offer, een krachtige levendige act  die gericht is op het verenigen van hemel en aarde, in een totale omvorming van de ganse kosmos. Volgens Nietzsche betekent christen zijn : de hemel liefhebben en de aarde vervloeken. Volgens de christelijke waarheid wordt de aarde echter evenzeer bemint als de hemel.  Zolang de aarde niet hemels zal worden, zullen de kinderen hun ouders doden. Zolang de hemel niets aards zal worden, zullen ouders hun kinderen doden. De liefde voor de aarde moet reiken tot het verst verwijderde punt van de aarde, dat de hemel is. De liefde voor de hemel moet reiken tot aan het verst verwijderde  punt van de hemel, dat de aarde is. Alleen dan zal het mysterie van de aarde de hemel ontmoeten. (…)

De grote uitdaging van de nieuwe eeuw

Ongeveer in het midden van de 20e eeuw, de 6e augustus 1945, is de eerste atoombom gevallen op Hiroshima. De orthodoxe Kerk celebreerde op die dag het feest van de transfiguratie van Christus. Achter deze gebeurtenis zit het eeuwig probleem van de mensheid verborgen : de scheiding en de eenheid, het verstoord evenwicht of de transfiguratie. Als laatste analyse bestaat de essentiële nood van de mensen erin, de zin voor hun leven te vinden, een project dat in staat is om de geschiedenis te leiden tot een punt van volmaaktheid, een doordringen van het eschaton in de geschiedenis, een getuigenis van een god-menselijke spiritualiteit. Dit is de taak waarvoor de Kerk zich moet inzetten. Dit project van een maatschappij zoals ze door de Kerk wordt voorgesteld is een uitdaging voor de menselijke vrijheid. Wij moeten bijgevolg doorheen een overgangsfase : van een status waarin de mens een nummer is,  naar een authentiek bestaan; van het individualisme naar het personalisme; van een toestand waarin de mens onderworpen is aan de informatica naar dit van beschaafde zijnden. Uiteindelijk zullen wij ons in die tussenperiode bevinden die gaat van de noodzaak naar de vrijheid.

 Uit SOP 333 – december 2008

Vertaling : Kris Biesbroeck