Waarom de goddelijke liturgie ?

WAAROM DE GODDELIJKE LITURGIE ?

 

1.GEHOORDE OPWERPINGEN. 

Te dikwijls is men geneigd om de Goddelijke Liturgie of Eucharistische Celebratie te beschouwen als een “plechtigheid” of een “viering”, waarop wij moeten aanwezig zijn, die wij moeten bijwonen, die een deel van onze zondag in beslag neemt, die ons belet van een volledige vrije dag te hebben, die ons belet van vele andere plannen uit te voeren, die ons belet van gedurende die tijd te werken, te studeren of op bezoek te gaan of misschien anderen te ontvangen.

 Is de Goddelijke Liturgie dan de “spelbreker” van onze zondag?

Daarbij – zo hoorde ik soms opwerpen – om naar God toe te gaan is er toch geen “Liturgie” nodig ! “Ik voel me echt «gelovige» ook zonder Goddelijke Liturgie. Ik heb er echt geen behoefte aan. Ik kan thuis ook bidden. Daarom ben ik toch geen slechte christen omdat ik niet naar de Liturgie kom !”

 2. CHRISTEN ZIJN IS NIET ALLEEN CHRISTUS’ LEER VOLGEN.

Het is echt nodig ons over dit alles even te bezinnen. Inderdaad (orthodox) christen zijn is niet alleen Christus’ leer, ons gebracht door Zijn Heilige Evangeliën, willen volgen. Dan zou onze godsdienstige beleving gewoon de uitbouw betekenen

van een levensregel, die we weliswaar aankleven, doch die “paralel” zou kunnen geplaatst worden naast vele andere

overtuigingen die aan het menselijk gedrag richting kunnen geven.

Orthodox christen zijn is heel iets anders : het is Christus ontmoeten, Christus in ons leven plaatsen, leven in Christus.

Dit kan slechts door het voortdurend persoonlijk gebed (dat ons tot deïficatie brengt) en door de Goddelijke Mysteriën (of Sacramenten) en dan vooral in en door de Eucharistie, het communautair gebed, tijdens hetwelk wij ons axeren op het groot Godmenselijk heilsgebeuren.

3. ONZE ROEPING TOT DEÏFICATIE.

Ons persoonlijk gebed brengt ons tot “deïficatie”, d.w.z. tot deelachtig­heid aan de goddelijke genade. God dringt dit niet op. God nodigt ons hiertoe uit. En die uitnodiging is voortdurend tot ieder van ons gericht. God strekt als het ware voortdurend Zijn hand naar ons uit. Ieder van ons kan dit vrijelijk beantwoorden. Niemand wordt ertoe gedwongen. Of wij zouden het ook nog op een andere wijze kunnen duidelijk stellen : de Heilige Geest straalt voortdurend Zijn goddelijk Licht naar ons uit en ieder van ons is geroepen om zich open te stellen om dit Licht te ontvangen. Pas dàn zal het ons “doordringen”, “transfigureren”, “deïfieren”, “vergoddelijken”. Of nog duidelijker gezegd : pas dàn zal het ons deelachtig maken aan de goddelijke natuur.

De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Het beeld bezitten wij door de Schepping. De gelijkenis kunnen wij verwerven door onze samenwerkende vrije wil. Wij bezitten ze “in vermogen”. Het leven van de christen zal er een zijn van

opgang tot verwerving van de “gelijkenis aan God”. Van de “voltooiing van het goddelijk beeld in hem”. Door de samenbundelende krachten van God en de mens zelf (we noemen dit “synergie”) kan hij tot “vergoddelijking” komen.

Immers : zoals Christus-God onze menselijke natuur heeft aangenomen kunnen ook wij deelachtig worden aan Zijn goddelijke natuur.

Christen zijn is dus geen leer volgen met geboden en verboden. De christen is geroepen om, in alle vrijheid, door het voortdurend persoonlijk gebed (vooral door het Jezusgebed : “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij.”) de Heilige Geest in zich te laten doordringen, en derhalve als Ikoon van God medewerker te worden aan Zijn “voortdurende” Schepping, dààr waar Hij ons zal weten te plaatsen.

In deze context spreekt men niet van een “moraal”, die ons moet leiden of die wij moeten volgen, zelfs niet van een christelijke moraal. De enige realiteit van ons bestaan als christen, de enige echt-menselijke natuur is er één van vereniging met God. Geenszins een onderwerping aan een wet, die ons het leven zuur maakt, wel een getrouwheid aan het beeld van God.

4. ONZE PERSOONLIJKE ONTMOETING EN    MYSTERIE­VOLLE VERENIGING MET CHRISTUS.

Er is echter veel meer : Christus-God is niet alleen Diegene, die wij gewoonlijk in ons tijdsgebeuren weten te situeren, wiens Menswording omzeggens 2.000 jaren geleden heeft plaatsgehad.

In de dimensie van de eeuwigheid, die realiteit die buiten elke tijd staat, brengt dezelfde Christus-God zijn goddelijke aanwezigheid in ons midden. In de dimensie van de eeuwigheid actualiseert zich de getuigenis van Jezus’ Leven, Dood en Verrijzenis ook voor ons. Deze getuigenis, dit gebeuren dringt echter slechts tot ons door IN de kerk, DOOR de HEILIGE GEEST.

En het is de Goddelijke Liturgie die ons de “dimensie van het Rijk Gods”, de “dimensie van de eeuwigheid” opent.

In en door de Goddelijke Liturgie worden wij aan het “tijdsgebondene” van deze wereld (met zijn zorgen en lasten) onttrokken om deelachtig te worden aan het Goddelijk gebeuren. Naast het persoonlijk spiritueel leven (persoonlijk gebed of gebed-ademhaling zouden wij kunnen zeggen) vinden wij in de Goddelijke Liturgie, dit mysterievol Eucharistisch gebeuren, het gebed-voedsel, waar het gebed voedsel wordt en het voedsel gebed.

Slechts in de Kerk, in en door de Eucharistie, kan de mens “deelnemen” aan Christus, wiens aanwezigheid de Heilige Geest ons brengt in de “Mysteriën”. Als wij tot Hem willen naderen, komen wij in de Kerk tot een persoonlijke ontmoeting van personen, tot de intieme vereniging met de Levende Christus, dank zij de Heilige Geest. Christus treedt langs de Kerk tot het intiemste van ons bestaan.

Zo is de Eucharistie de uitdrukking en de beleving van de ganse Kerk. In de Eucharistie ontmoet ieder van ons Christus, en rond en door dezelfde Eucharistie zijn wij veren
igd in hetzelfde geloof en in dezelfde liefde. De Heilige Geest, die niet

ophoudt neer te dalen over het “Lichaam van Christus” maakt van de Kerk (dit is het geheel der christenen, die persoonlijk door de Eucharistie verenigd zijn) de bewaarster van de Waarheid. De Eucharistie is derhalve het beeld van de “eenheid” bij uitstek.

De sacramentele handeling van de priester bestaat erin de komst van de Heilige Geest af te smeken over de gemeenschap

en van te attesteren (te getuigen) van het verhoren hiervan. De leken-gelovigen zijn dank zij de Epiklesis mede-liturgen in een samen handelen met de apostolische getuigenis van het priesterschap.

5. DE GODDELIJKE LITURGIE “OMVORMT” ONS LEVEN.

Bij het overwegen van al het voorgaande is het duidelijk dat alwie nalaat van regelmatig te participeren aan de Goddelijke Liturgie, meteen ook de mysterievolle vereniging van God zelf met zijn persoon uitsluit.

Onze regelmatige participatie aan de Goddelijke Liturgie “omvormt” ons leven van mogelijke eenzaamheid, zwakheid, tegenslag en ontmoediging in een leven van “Goddelijke Aanwezigheid”, van sterkte en vreugde. Ons “tijdelijk aards leven” wordt voortdurend opnieuw geënt, geaxeerd op de “eeuwige Goddelijke dimensie”, waar alles zonder einde is.

Door de Goddelijke Liturgie wordt ons christenzijn niet langer meer een “religieuze situering” of een “godsdienstige opvatting”. Het wordt de intiemste vereniging van ons bestaan met God zelf, dank zij de kracht van de Heilige Geest. Als

getransfigureerde wezens putten wij in de Goddelijke Liturgie de kracht om onze zending in de wereld te vervullen, om “Gods Licht te weerkaatsen”, om Zijn Boodschap uit te dragen bij allen, die Hij op onze weg zal weten te plaatsen.

Zonder de Goddelijke Liturgie is tenslotte ook de christelijke Communauteit een dode letter. Want Christus alleen, dank zij dezelfde kracht van de Heilige Geest, brengt ons in de Eucharistie tot éénheid, tot gemeenschap, tot Kerk.

6. CONCLUSIE.

De vraag “moet een orthodox christen iedere zondag aan de Goddelijke Liturgie deelnemen” is zinloos.

Inderdaad: ons christenzijn definieert zich niet met een reeks geboden of verboden. Ons christenzijn realiseert zich slechts door de vrije beantwoording van onze roeping tot “deïficatie” en door onze aanvaarding tot voortdurende intieme vereniging met Christus. De Goddelijke Liturgie – en zij alleen – biedt ons die mogelijkheid in de Goddelijke Mysteriën.

Het is derhalve duidelijk dat iemand, die zich aan de Goddelijke Liturgie onttrekt, die niet regelmatig participeert,

zichzelf ook buiten die “Goddelijke vereniging” plaatst, het Voedsel zal missen dat onontbeerlijk is voor zijn spiritueel leven.

Wie niet eet en drinkt, sterft. Wie spiritueel niet eet en drinkt, “sterft” ook. En dit reikt veel verder dan de vraag naar “moeten” of “niet moeten” ! Het gaat om ons “leven in Christus”, om ons christenzijn !

 Vader Ignace Peckstadt

 

9e zondag na Pinksteren : ‘Petrus zinkt’

9e  zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

petrus zinkt - Armeens muzeum Isfahan

Armeens muzeum Isfahan

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 ‘Jouw beurt, Johannes.’ zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

‘Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,’ had de Heer gezegd. ‘Ik kom wel.’

’t Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: ‘Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.’

 ‘Jouw beurt, Jakobus!’ hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. ’t Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf… Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

‘Daar! Daar is iets!’ schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de bo
eg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie…

‘Het is een spook!’ gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch… Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?… en dichterbij?

‘Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!’

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

‘Daar wil ik bij zijn.’ flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: ‘Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.’

Z’n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

‘Kom!’ zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

‘Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?’ denkt Petrus. ‘Kijk die golven eens en die wind.’

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan… Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

‘Help, Heer, red mij!’ schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

‘Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.’ zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: ‘Heer, meester… U bent Gods Zoon!!’

 

Het is belangrijker....Tekst Kerkvaders

Oproep voor steun aan Georgië

OECUMENISCHE ORGANISATIES ROEPEN OP TOT STEUN VOOR GEORGIE

 

oecumene gre

GENÈVE (KerkNet/WCC) – De Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken (CEK) roepen in een gemeenschappelijke verklaring op tot gebed en steun aan de getroffen bevolking in de Kaukasus. Beide organisaties klagen aan dat de oorlog al honderden mensen het leven kostte. Tegelijk prijzen de Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken de inspanningen van de Russisch-orthodoxe en de baptistische en orthodoxe Kerken in Georgië voor een staakt-het-vuren en de vrede. “Nu moet onze eerste zorg uitgaan naar de vluchtelingen en daklozen.”

KN

Zoon van een leider van Hamas bekeerd zich tot het Christendom(artikel in het Engels)

SON OF HAMAS LEADER LEFT ISLAM FOR CHRYSTIANITY

<!–SSM

Annuleren

Verzenden  Verwijderen

Van:
Aan:
Cc:
Reactie op:
Cc toevoegen | Reactie toevoegen | Onderwerp bewerken
Onderwerp:

Validatie: Typ ter verificatie de tekens uit de onderstaande afbeelding of de getallen die je hoort wanneer je klikt op het pictogram voor toegankelijkheid. Luister en typ de nummers die je hoort
Verzenden  Verwijderen

ESM–>

 (Bericht in de Engels)

 

 

 

Hamas’ Christian convert: I’ve left a society that sanctifies terror

Moment before beginning his supper, Masab, son of West Bank Hamas
leader Sheikh Hassan Yousef, glances at the friend who has accompanied him to the restaurant where we met. They whisper a few words and then say grace, thanking God and Jesus for putting food on their plates.

It takes a few seconds to digest this sight: The son of a Hamas MP who is also the most popular figure in that extremist Islamic
organization, a young man who assisted his father for years in his
political activities, has become a rank-and-file Christian. “I’m now
called Joseph,” he says at the outset.

Masab knows that he has little hope of returning to visit the Holy
Land in this lifetime.
 Advertisement

“I know that I’m endangering my life and am even liable to lose my
father, but I hope that he’ll understand this and that God will give
him and my family patience and willingness to open their eyes to Jesus and to Christianity. Maybe one day I’ll be able to return to Palestine and to Ramallah with Jesus, in the Kingdom of God.”

Nor does he attempt to hide his affection for Israel, or his
abhorrence of everything representing the surroundings in which he
grew up: the nation, the religion, the organization.

“Send regards to Israel, I miss it. I respect Israel and admire it as
a country,” he says.

“You Jews should be aware: You will never, but never have peace with Hamas. Islam, as the ideology that guides them, will not allow them to achieve a peace agreement with the Jews. They believe that tradition says that the Prophet Mohammed fought against the Jews and that therefore they must continue to fight them to the death.”

Is that the justification for the suicide attacks?

“More than that. An entire society sanctifies death and the suicide
terrorists. In Palestinian culture a suicide terrorist becomes a hero,
a martyr. Sheikhs tell their students about the ‘heroism of the
shaheeds.'”

And yet, in spite of the criticism of the place he left, California
can’t make the longings disappear.

“I miss Ramallah,” he says. “People with an open mind. … I mainly
miss my mother, my brothers and sisters, but I know that it

 

Bron : http://www.haare
tz.com/hasen/spages/1007097.html